Ik ben een vrij militante planner

Kunstenaar Jonas Staal (34) onderzoekt de relatie tussen kunst, democratie en propaganda. Volgende week krijgt hij de Charlotte Köhler Prijs, een aanmoedigingsprijs voor jonge kunstenaars. „Een kunstwerk is voor mij nooit af.”

Engagement

„Ik ben in 1981 geboren in Zwolle, als zoon van een Zwitserse moeder en een Nederlandse vader. Mijn moeder is docent Frans en gaf ook lessen culturele vorming, mijn vader studeerde niet-westerse sociologie en gaf daarin ook les op een hogeschool. Politieke betrokkenheid en cultureel engagement waren bij ons thuis een natuurlijk gegeven. Mijn vader was actief in de Partij van de Arbeid en betrokken bij de opvang van Chileense vluchtelingen van de dictatuur. Hij hielp ook bij het opzetten van een alternatieve bioscoop, het eerste filmhuis in Zwolle. Mijn moeder is vrijwilliger voor Amnesty en lid van de Partij voor de Dieren. Ze droegen een breed emancipatie-ideaal uit dat nu steeds minder gangbaar is. Jezelf informeren over cultuur was en is voor hen net zo belangrijk als jezelf informeren over politiek. Dat ideaal heb ik van hen geërfd. Dat heeft mij ertoe gebracht na te denken over kunst in een bredere politieke en maatschappelijke constellatie.”

Utopie

„Ik heb een zus, Lara Staal, die programmeur is bij Theater Frascati. We werken samen aan het Congres van de Utopie, op 5 en 6 november, ter viering van het 500-jarig bestaan van Thomas More’s boek Utopia. We ontwerpen een grootschalige installatie die utopische kunst en architectuur als uitgangspunt neemt. Theatermakers, kunstenaars, filosofen, journalisten, activisten en mensen uit de vakbeweging zullen die dagen samenkomen om na te denken over de vraag wat het utopisch denken ons in deze tijd kan brengen. Dan hebben we het niet over de utopie als droomwereld ver van hier, maar als een manier om radicaal na te denken over maatschappelijke alternatieven. We willen dit denkmodel, dat lang is weggezet als nutteloos of zelfs gevaarlijk, opnieuw verkennen. Veel van de voorrechten die we nu als normatief zien zijn ooit volstrekt utopische modellen geweest, zoals gelijk stemrecht en gelijke toegang tot onderwijs. Als je het zo bekijkt, is een utopisch concept als het basisinkomen ineens ook geen onbereikbaar ideaal meer.”

Propagandakunst

„Op de kunstacademies waar ik heb gestudeerd, in Enschede en Boston, hadden kunst en politiek voor mij nog niets met elkaar te maken. Ik wijdde me volledig aan de ambachten die je daar leerde, zoals etsen, tekenen en boekbinden. Wij keken neer op politiek en verkozen stilte, terugtrekking, bespiegeling. Kunst mocht wel over politiek gaan, maar nooit zelf politiek worden, want dan was het propagandakunst. In Rotterdam, waar ik in 2003 naartoe verhuisde, ben ik daar anders over gaan denken. In de nasleep van de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh groeide mijn politieke bewustzijn. Daar kon ik mijn kunst niet langer van loskoppelen.”

Wilders

„Wat mij intrigeerde is de manier waarop nieuwrechts de beeldvorming kaapte. Politiek speelde zich niet meer af in het parlement, maar in de media. In 2005 maakte ik een stuk of twintig bermmonumenten voor Geert Wilders: foto’s met kaarsjes erbij, bloemen en knuffels. Hij beschouwde dat als een dreigement en daagde mij voor de rechter. Die rechtszaak maakte een fundamenteel verschil zichtbaar tussen kunst en politiek. Politiek gaat altijd over rechtstreekse representatie: voor Wilders kon zo’n bermmonument niks anders betekenen dan een dreigement. Terwijl het voor mij een manier was om de realiteit te verbeelden: een portret van de levende martelaar die Wilders is. De rechter heeft de kunst uiteindelijk gelijk gegeven.”

Piratenpartij

„Ik ben lid van twee politieke partijen, GroenLinks en de Piratenpartij, en de Pan-Europese beweging DiEM25. Als het had gekund was ik ook lid geworden van de SP, maar die accepteert alleen leden die nog niet zijn aangesloten bij een andere partij. Het is niet mijn intentie mij als politicus te manifesteren. Wat ik wel probeer is in uitwisseling met politieke vertegenwoordigers duidelijk te maken wat het belang is van kunst en cultuur voor de samenleving. Daarbij zoek ik ook de samenwerking met politici van andere partijen.”

Occupy

„Hoewel ik vind dat politieke partijen een zekere waarde hebben als ruimte waar mensen zoeken naar gemeenschappelijke belangen en ik die ruimte ook benut, ligt mijn ideaal van democratie buiten de traditionele politieke structuren. Ik geloof erg in de democratiseringsbeweging die we vorig jaar zagen bij de bezetting van de Universiteit van Amsterdam, en eerder al bij Occupy. Bij beide was ik betrokken. Ik heb eind 2011 met dertig andere kunstenaars drie maanden in een Occupy-tent op het Beursplein gebivakkeerd. Van daaruit hielden we lezingen en droegen we bij aan demonstraties. Het was leerzaam om te zien hoe zo’n minimaatschappij werkt, met alle dagelijkse dilemma’s. Hoe ga je bijvoorbeeld om met drugsverslaafden of mensen die geweld gebruiken? Normaal besteden we zulke problemen uit aan de politiek, nu moesten we ze zelf oplossen.”

Rojava

„Ik ben voorstander van een radicale vorm van democratie, waarbij minderheden even goed gehoord worden als meerderheden. De afgelopen vier jaar ontwikkelde ik mijn projecten in samenwerking met stateloze politieke organisaties die van democratische processen worden buitengesloten: afscheidingsbewegingen en politieke groeperingen uit de hele wereld, die bijvoorbeeld op terreurlijsten zijn gezet en daarom vervolgd worden. Ik heb diverse New World Summits georganiseerd, waar deze groepen samenkwamen en politieke alternatieven bespraken. Zie het als tijdelijke parlementen. Vorig jaar ben ik, samen met ontwerpers en architecten, begonnen met de bouw van een permanent parlementsgebouw in Rojava, de Koerdische regio die zich onafhankelijk heeft verklaard in Noord-Syrië maar internationaal niet wordt erkend als staat. Het Koerdische zelfbestuur, dat ons de opdracht heeft gegeven, betaalt de helft van de kosten. De andere helft dragen wij. Hedendaags kunstcentrum BAK financierde veel vooronderzoek naar de rol van kunst in de Koerdische revolutie, het Van Abbemuseum heeft de maquette van het gebouw aangekocht en het Mondriaan Fonds betaalt ook mee, maar daarmee zijn we er nog niet. Ik ben blij met de Charlotte Köhler Prijs, want het prijzengeld van 30.000 euro wil ik gebruiken voor een nieuw project: een grootschalige internationale manifestatie ter inauguratie van het parlement.”

Paradox

„In mijn werk ben ik een vrij militante planner. Ik denk mijn projecten conceptueel en visueel volledig uit. Als ik een debat organiseer schrijf ik alles tot op de minuut uit. Als ik niet bezig ben met een van mijn kunstprojecten werk ik aan mijn proefschrift over kunst en propaganda in de 21ste eeuw. Maar in die obsessie met structuren zit een paradox: ik plan wat ik mij kan verbeelden, om mogelijk te maken wat ik mij niet kan verbeelden. Kunstwerken zoals de alternatieve parlementen die ik ontwikkel, vormen vergaand doordachte condities voor gebeurtenissen die ik niet kan voorspellen. In die parlementen ontstaan nieuwe artistieke en politieke visies die ik niet had kunnen bedenken, vriendschappen en samenwerkingen die eerder onmogelijk leken. Een kunstwerk is in die zin voor mij nooit af, maar eerder een doorlopend proces: elk werk schept de voorwaarden voor de mogelijkheid van een volgend werk.”

    • Claudia Kammer