Hoe vind je de balans tussen exit en blijven?

Europa is in de ban van het woord ‘exit’. Eerst was er de Grexit, of de dreiging ermee. Afgelopen weken zette de mogelijke Brexit de politieke toon. Ook nu, na het Britse referendum, zal het een courant woord blijven: sommigen dromen alweer van een Nexit of Frexit, een Nederlandse of Franse uitstap uit de EU.

Waarom kiezen mensen voor exit? Lost het iets op? Dé autoriteit op dat gebied was de ontwikkelingseconoom Albert Hirschman, die in 2012 overleed. Zijn boek Exit, Voice and Loyalty; Responses to Decline in Firms, Organisations and States (1970) is een klassieker. De joodse Hirschman wist zelf alles van exit. Hij werd geboren in Berlijn in 1915 en ontvluchtte als 19-jarige nazi-Duitsland. Hij studeerde in Parijs, Londen en Triëst, vocht in de Spaanse burgeroorlog, smokkelde mensen uit bezet Frankrijk en ontsnapte net op tijd naar Amerika. Hij was econoom en werkte veel in Latijns-Amerika.

Intellectueel was hij, zoals velen met wortels in diverse culturen, autonoom. Hij was allergisch voor ideologie en prefereerde wat hij noemde petites idées. Hij vond de economie te beperkt en putte vrijelijk uit de sociologie en filosofie. Dat maakt Hirschmans werk, waaronder het boek over exit, bijzonder.

Als je teleurgesteld bent, zegt hij, kun je twee dingen doen: je vertrekt (‘exit’), of je blijft en probeert de situatie te veranderen (‘voice’). Amerikanen en economen slaan de deur makkelijk achter zich dicht. Hirschman wilde scholen en andere openbare services verbeteren in Latijns-Amerika. Maar de ‘Chicago Boys’ rond econoom Milton Friedman adviseerden burgers juist om staatsvoorzieningen te laten voor wat ze waren en nieuwe (privé)scholen en ziekenhuizen te bouwen. Hirschman was geinteresseerd in het moment waarop mensen stoppen met klagen en naar de uitgang lopen, en wat het effect is op het oorspronkelijke probleem. Als een bedrijf rotzooi levert, wanneer besluit een klant dan om naar de concurrent te gaan? En als genoeg klanten weglopen, leidt dit dan tot betere dienstverlening? In die zin kan exit, of dreiging daarmee, een vorm van engagement zijn.

Albert Hirschman zag het al: steun nuttige veranderingen vóór mensen moedeloos worden.

In de politiek werkt het net zo, schreef Hirschman. Als dissidenten naar het buitenland vluchten, kan een dictator wellicht langer regeren (Cuba). Het omgekeerde kan ook gebeuren, bijvoorbeeld als dissidenten internationale boycots helpen organiseren (Zuid-Afrika, Iran)

Wanneer versterkt een politieke exit verval? Wanneer leidt exit, of dreiging ermee, tot politieke hervormingen? Die vragen zijn nu voor Europa relevant. Het ergste, schreef Hirschman, is dat er genoeg exit is om de boel vierkant te laten draaien, maar niet genoeg om verandering teweeg te brengen. Dan gebeurt er niets, behalve dat incapabele mensen blijven doormodderen, zodat vernieuwing en verandering uitblijven.

Is dat het geval in Europa? Het is te vroeg voor een oordeel. Hirschman schreef: „De burger moet zijn mening geven opdat politieke elites weten wat hij wil en kunnen reageren, maar tegelijkertijd moeten die elites de tijd krijgen om beslissingen te nemen.” Als Europa meteen in een Nexit- of Frexit-dynamiek schiet, is die tijd er niet.

Hirschmans werk blijft actueel. Terwijl een aantal Europeanen exit wil, verlangen anderen (onder wie migranten) juist meer ‘voice’. Er is net een dikke biografie over Hirschman verschenen. Zijn dochter gaf onlangs een Weens instituut geld voor onderzoek. Het zou geweldig zijn als die onderzoekers zouden focussen op exit en voice in de Europese politiek. Dat Europa er zijn voordeel mee kan doen, is nogal een understatement.