Hoe Nederland vecht tegen de kastanjedood

Het wonder van de warmtebehandeling: de strijd tegen de bloedingsziekte is te winnen.

Foto Ramon Mangold

Een zomer zonder bierfietsen, hop-on-hop-off-bussen en Nutella-toeristen, daar komt een mens wel overheen. Maar een voorjaar zonder zingende merels, bloeiende kastanjes of ritselende iepenvruchtjes? Je weet het niet.

Een tijdlang heeft het er beroerd uitgezien. In 2004 verschenen berichten dat de paardenkastanjes in Nederland bij duizenden tegelijk werden aangetast door een onbekende bloedingsziekte. Het begon met een roestbruine ruwe plek op de schors, daaruit ging bruinrood kleverig sap stromen, weldra vergeelden en verwelkten bladeren en dan was het eind niet ver meer. In kastanjestad Den Haag was 39 procent van de bomen aangetast, in Utrecht al 10 procent. Veel kastanjes, ook monumentale, waren niet meer te redden, herstel van aangetaste bomen werd niet waargenomen. We moesten met het ergste rekening houden.

Toen werd het 2012 en trok ook de Vogelbescherming aan de bel. Een virusziekte die al sinds 2001 huishield onder de merels van Oostenrijk en Tsjechië had Duitsland bereikt, met alle gevolgen van dien. Het zogenoemde Usutu-virus werd overgedragen door muggen en die konden nu elk moment Nederland binnenvliegen. Zei dan maar ‘dag’ tegen de merels. Men werd opgeroepen de vondst van dode vogels te melden bij het Dutch Wildlife Health Centre in Utrecht. De media begrepen: het wordt stil in de Hollandse tuinen.

Hoe kan dat?

Maar ziet en hoort! De kastanjes zijn er nog en de merels zingen als nooit tevoren.

Hoe kan dat? De Usutu-epidemie is voorbij, zegt het Utrechtse wildziektencentrum dat voor de zekerheid nog even belde met Oostenrijk. Er is immuniteit ontstaan, de ziekte is verdwenen en de Oostenrijkse merelpopulatie is weer helemaal terug op het oude niveau. In Duitsland duurt het herstel wat langer.

In Nederland zijn nooit dode merels of andere vogels met Usutu gevonden, voegt Hein Sprong van het RIVM er aan toe. Ook bij muggen is nooit Usutu aangetoond, maar dat zegt niets want het is een lastige test.

Maar ziet! De kastanjes zijn er nog en de merels zingen als nooit tevoren

Het Amselsterben is Nederland gewoon voorbijgegaan maar niemand voelde zich verplicht dat door te geven. En de paardenkastanjes? Het goede nieuws komt hier van twee kanten. Het staat nu vast dat sommige kastanjes wel degelijk herstelden van de bloedingsziekte waaraan ze leden. De AW-redactie heeft er vele in de gaten gehouden en zag het bloeden volkomen stoppen bij de kleine kastanjes aan de Amstelzijde van de Amsterdamse Stopera. Ook de kastanjes langs de Rijpgracht, een aardig watertje verderop in de stad, lijden geen bloedverlies meer. Je ziet planten niet vaak bijkomen van een kwaal, maar hier gebeurde het.

Honderden dode bomen

Hier en daar komt herstel voor, beaamt onderzoeker Fons van Kuik van Wageningen UR, vooral als de bomen in goede grond staan en genoeg water krijgen. „Maar algemeen is het niet. De bloedingsziekte heeft heel veel slachtoffers gemaakt, er zijn gemeenten met honderden dode bomen”.

Van Kuik is vanaf het eerste begin bij het onderzoek naar de bloedingsziekte betrokken geweest. „Het was schrikken, in 2004. De sterfte ging heel snel en we wisten niet wat het was.” Maar er kwam geld van de overheid, de werkgroep Aesculaap werd opgericht en elegant onderzoek bracht al in 2006 uitsluitsel: Arjen Speksnijder (Plant Research International) stelde vast dat de ziekte werd veroorzaakt door een bacterie van de soort Pseudomonas syringae, de specifieke kastanje-aantaster wordt aangeduid met pathovar aesculi. De bacterie viel uit wonden te isoleren, kon worden reingekweekt en bleek in gezonde jonge boompjes opnieuw ziekteverschijnselen op te wekken. Geen twijfel mogelijk.

Maar wat nu? Het blijkt dat de Pseudomonas van nature in de kroon van de kastanjebomen leeft maar pas gevaarlijk wordt als hij zich, veel lager, in de stam van de boom kan vermenigvuldigen; dan wordt op den duur de sapstroom in de bast onderbroken. Maar onder de schors is de bacterie moeilijk te bereiken met chemicaliën of andere preparaten.

Warmtebehandeling

Toen was daar het idee van de warmtebehandeling, een oude truc uit de bollenteelt. Sommige ziekteverwekkers zijn zó temperatuurgevoelig dat ze binnen hun waardplant zijn te doden zonder dat de plant zelf schade ondervindt. En verdomd: P. syringae bleek er zo één. Kasproeven toonden aan dat de bacterie uit kastanjeboompjes verdween als die 48 uur op een temperatuur van 39°C werden gehouden. De boompjes zelf doorstaan dat nét, maar boven 42°C is schade te verwachten. De marge is heel klein.

In 2013 is met veldproeven begonnen. Eerst werden kastanjestammen omwikkeld met tuinslangen waar warm water doorheen werd gepompt. Later werden isolerende matten, voorzien van een ingenieuze leidingenconstructie, in gebruik genomen. Meet- en regeltechniek houdt de temperatuur precies binnen de marges. De resultaten zijn bijzonder: na de beschreven behandeling zijn de bacteriën werkelijk uit de stam verdwenen. Of de boom dan ook opknapt hangt af van de schade die er al was, zegt Erwin Suijkerbuijk van Prop Boomtechniek, het enige bedrijf dat de warmtebehandeling toepast. „Kastanjes die al heel ver heen zijn, zijn niet goed meer te helpen. We zitten met een achterstand.”

Inmiddels heeft Suijkerbuijk al van een tiental gemeenten opdracht gekregen voor warmtebehandelingen. Liefst werkt hij aan kastanjes zonder blad, maar ’s zomers gaat het ook. De kosten variëren van 1.000 tot 1.500 euro voor ordentelijke laanbomen tot 3800 voor een raar uitgegroeide monumentale kastanje. Het is niet niks, geeft hij toe, maar kappen en herplanten is ook duur.

    • Karel Knip