Het spaargeld in één klap verdampt

Geld van honderdduizenden Italianen ging in rook op door risicovolle beleggingen die banken hun aansmeerden. „Chantage en bedrog.”

De bankensector in Italië is gefragmenteerd: er zijn ongeveer 500 banken. foto’s Bloomberg/Istock/AP

‘De truc was eigenlijk heel simpel. Stel, je gaat als particulier naar je bank voor een hypotheek van 300.000 euro. Of je wilt als ondernemer een lening voor dat bedrag afsluiten. Dan zeiden ze tegen je: je kunt 350 krijgen, maar dan moet je wel 50 gebruiken om aandelen in onze bank te kopen.”

Rosario Trefiletti, de baas van consumentenorganisatie Federconsumatori, krijgt weer vuur in zijn ogen als hij het vertelt. Hij vertegenwoordigt honderdduizenden Italianen die hun spaargeld in rook hebben zien opgaan. „Het was een mengeling van chantage en bedrog”, zegt hij.

Een groot aantal lokale en regionale banken is door de aanhoudende recessie in de problemen gekomen. Ze hadden geld nodig om hun balans op orde te houden. „Dat probeerden ze op te lossen door obligaties en aandelen te verkopen aan mensen die de bank vertrouwden, zonder duidelijk te maken hoe groot het risico was. Nu hebben die mensen niets meer.”

Soms werden aandelen die de ene dag op 62 euro werden geschat, de volgende dag afgewaardeerd naar 10 eurocent. Bij de obligaties bleek het om achtergestelde obligaties te gaan die waardeloos waren toen de bank failliet ging. Trefiletti: „De garanties van de bankdirecteur, bij deze lokale banken vaak beschouwd als een gezaghebbend en betrouwbaar figuur, bleken niets waard.”

Deze financiële drama’s hebben zich de afgelopen acht maanden, in iets verschillende vormen, afgespeeld bij zes lokale Italiaanse banken. Trefiletti schat dat 350.000 particulieren en ondernemers zijn benadeeld, voor miljarden. Hele gebieden hebben hierdoor een armoedeval meegemaakt.

De Italiaanse centrale bank en de beurstoezichthouder Consob wordt van verschillende kanten verweten onvoldoende toezicht te hebben gehouden. Zoals bij eerdere financiële schandalen (denk aan de Cirio-affaire in 2002 en Parmalat in 2003) zijn kleine beleggers niet of onvoldoende geïnformeerd over de risico’s die zij liepen. In verschillende provincies is het Openbaar Ministerie bezig met een onderzoek.

Af en toe wordt de pijn zichtbaar. Zoals vorige week woensdag, toen een 69-jarige gepensioneerde chemicus in Montebello Vicentino, een dorpje in de Veneto, zich een kogel door het hoofd joeg. Zijn aandelen in de Banca Popolare di Vicenza, het spaargeld van een heel leven, waren afgewaardeerd van 290.000 euro naar 800 euro.

Hij liet een kort briefje achter, in blokletters: „Het gaat te slecht met mij.” Hij schreef ook dat er nog wel geld was voor zijn honden.

In november was er een andere gepensioneerde, in Toscane, die zelfmoord pleegde, omdat hij alles was kwijtgeraakt. Maar ook al gaat het om honderdduizenden slachtoffers en miljarden euro’s, de drama’s spelen zich grotendeels in stilte af, met af en toe een demonstratie bij de beurs in Milaan of bij het parlement. Soms loopt een woedende ondernemer met een pistool zijn bank binnen. Maar het blijven incidenten.

„Italianen komen niet snel in opstand”, zegt financieel journalist Giorgio Meletti. „Dat heeft te maken met de katholieke cultuur. Geld is des duivels. Wie honderdduizend euro heeft kunnen investeren, schaamt zich bijna om dat te kunnen zeggen.”

Trefiletti beaamt dit, maar voegt er een tweede verklaring aan toe. „Veel slachtoffers zijn oudere mensen. Het gaat hier niet om een fabriek waar de werknemers de straat op gaan als er mensen worden ontslagen. Degenen die hiervan het slachtoffer zijn geworden, zijn niet gewend om te protesteren en hebben ook niet de energie om dat te doen.”

„De les is dat in Italië je spaargeld in één nacht kan verdampen”, zegt Trefiletti. Hij hekelt de „incestueuze relatie” tussen toezichthouders en banken – in Italië is de centrale bank eigendom van de banken.

„Hoe bestaat het”, vraagt hij retorisch, „dat ze wisten dat het slecht ging met banken en toch dit soort operaties toestonden?”

    • Marc Leijendekker