Helden uit de Britse voetbalmarge

EK voetbal Het zijn geen diva’s, maar spelers met wie de man in de straat zich wil identificeren. Noord-Ierland heeft ze, evenals als Wales: mannen die zich omhoog hebben geknokt. Zaterdag spelen ze tegen elkaar.

Sinds vorige week kennen we hem als de bondscoach die van vreugde bijna een meter de lucht in sprong toen Noord-Ierland zijn eerste doelpunt ooit maakte op een EK. Dat beeld was in 2012 nog ondenkbaar. Michael O’Neill was toen ook op het EK, maar onder heel andere omstandigheden.

Op een persconferentie vertelde hij vorige week hoe hij met een vriend het vorige EK had bezocht. Met Easyjet vanaf Belfast naar Krakau, waar O’Neill, net een halfjaar in functie, een auto huurde om in Polen en Oekraïne wedstrijden te bezoeken van Rusland en Portugal. Dat waren aankomende tegenstanders in het kwalificatietoernooi voor het WK 2014. Ze kochten zelf hun kaartjes, reden naar Warschau, Wroclaw, terug naar Krakau, en vanaf daar naar het Oekraïense Lviv voor Portugal-Duitsland.

Tot zover ging alles goed. Maar wie primitief te werk gaat, stuit vroeg of laat op grenzen. Die van Oekraïne in dit geval, want de huurauto mocht Polen niet uit. Een alternatief was er niet. Tot er in de buurt een bus Duitse supporters stopte en O’Neill zijn kans zag. Konden ze meerijden? De Duitsers vonden het een vreemd verzoek van een man die zich kenbaar maakte als bondscoach van Noord-Ierland, maar voor een tientje per persoon gingen ze akkoord. Niemand in de bus had ooit van hem gehoord.

Niettemin telt de EK-selectie van Wales nog altijd tien spelers die met hun club niet in de hoogste klasse spelen

De anekdote was treffend voor de lange weg die hij heeft moeten afleggen om met zijn ploeg de achtste finale van dit EK te bereiken. En hij niet alleen. Zowel bij Noord-Ierland als Wales zullen meerdere spelers het veld betreden voor wie roem en glorie niet vanzelfsprekend zijn geweest. Ga maar na: vijf jaar geleden trok hetzelfde affiche 529 zielen op de Celtic Nations Cup. Nu zijn dat er bijna 50.000 in Parijs, dat als decor dient voor mogelijk de grootste wedstrijd ooit voor wie er ook bij betrokken is. Niet alleen voor O’Neill en zijn spelers, maar ook voor de Welshe equipe van bondscoach Chris Coleman.

Wie inzoomt op verhaallijnen binnen de selecties zou kunnen stellen dat deze helden van het Britse volk illustreren dat voetbal nog steeds een spel voor de working class kan zijn. Sterren zijn het niet, meer het prototype voetballer met wie de man in de straat zich nog wenst te identificeren. Geen diva’s, maar working class heroes.

De meesten van hen zijn ook geen talenten voor wie zaakwaarnemers zich zouden opdringen nog voor ze een contract mogen tekenen. Eerder spelers die zich onderscheiden met tomeloze ijver en wilskracht. Zoals de Welshman Joe Ledley wiens linkerbeen een maand geleden nog gebroken was. Of de Noord-Ierse doelman Michael McGovern op wiens Wikipediapagina staat dat hij eigenhandig acht doelpunten van Duitsland heeft voorkomen op 21 juni 2016.

Niettemin blijft Engelsman Jamie Vardy het bekendste voorbeeld op dit EK. De voormalige fabrieksarbeider die vijf jaar geleden nog op het zevende niveau in Engeland voetbalde, ontworstelde zich aan de marge en is sinds zijn wervelende jaar bij Leicester City zo populair dat er dezer dagen een postbode is die zijn geld verdient als zijn lookalike. Nieuwssite ESPN bezocht onlangs de pub waar Vardy altijd kwam. „Hij zwaaide laatst nog maar me toen hij langsreed in zijn Bentley”, aldus een bezoeker. „Hij kwam hier vaak.”

Postbode

„Vardy is een inspiratie voor iedereen”, zei de Noord-Ierse international Conor Washington in The Guardian. Zelf is Washington nu een goedbetaalde fullprof bij Queens Park Rangers, maar ten tijde van het vorige EK werkte hij nog gewoon als postbode in Cornwall. „Vardy heeft deuren geopend voor spelers zoals ikzelf. De lagere divisies worden meer gerespecteerd en mensen zien in dat daar meer internationale voetballers als Vardy kunnen rondlopen.’’

Allemaal het gevolg van hard werken. Zoals ook Wales een flink aantal voetballers heeft dat zich omhoog heeft geknokt. „Veel van die jongens zijn van onderop met ons mee gegroeid”, vertelt John van Zweden, de Nederlander die tot voor kort voor een deel eigenaar was bij Swansea City. „Ashley Williams, Joe Allen, Steve Cotteril, zij hebben in onze slechte jaren zelf hun kleren staan wassen en hun eigen broodjes gesmeerd voor onderweg. Voor nog geen 600 pond per week. Als je terugkijkt op die periode, hebben die jongens zich de pleuris gewerkt. Ze weten dat het niet vanzelf komt.”

Swanseas verhaal is bekend: de club promoveerde in zeven seizoenen tijd van het vierde naar het hoogste niveau. „Van armoe naar weelde’’, zegt Van Zweden, die meent dat de voetbalassociatie van Wales heeft geprofiteerd van die ontwikkeling. Wijlen bondscoach Gary Speed professionaliseerde de bond met hulp van wetenschappers, terwijl hij ondertussen de beschikking kreeg over spelers die zich bevonden in een groeispurt. Joe Allen, sensatie op het middenveld, trainde al vanaf zijn veertiende mee met het eerste team van Swansea.

Niettemin telt de EK-selectie van Wales op dit EK nog altijd tien namen die niet in de Premier League of elders op het hoogste niveau spelen. Zelfde verhaal voor beide Ierse naties. Met zeven spelers uit de lagere regionen van het Britse voetbal legde Noord-Ierland het net af tegen wereldkampioen Duitsland (1-0), terwijl de Ierse Republiek van Italië won met vijf basisspelers die op het tweede Engelse niveau spelen. Treffend gegeven is dat Ierland het enige land op dit EK is waar geen enkele international het voorbije seizoen Europees voetbal speelde. Champions League noch Europa League.

Gewicht van de bal

„In Ierland moeten ze het vooral hebben van hun mentaliteit’’, zegt Wim Koevermans. De voormalige wisselspeler bij Oranje op het EK’88 was van 2008 tot 2012 werkzaam bij de jeugdopleiding van de Ierse voetbalbond. „Ze lopen achter op het vlak van voetbaltechnische ontwikkeling. Toen ik er kwam, hadden ze bijvoorbeeld geen jeugdplan met richtlijnen voor tactiek, opleiding en het gewicht van de bal. Grote kans dat het nog even duurt voordat er een echt grote speler doorbreekt. Nu compenseren ze hun technische gebreken met wilskracht en strijdbaarheid die in de Ierse aard zitten.”

Het gebrek aan decorum bij de kleine Britse landen maakt hen tot ideale underdogs. Relatief kleine voetballanden zijn het, die met voormalige amateurs, onbekende werkers en vrolijke supporterslegioenen de sympathie van het volk hebben verworven. Noord-Ierland met de hit Will Grigg’s on fire, de andere Ieren met supporters die in de Parijse metro een baby in slaap zingen en op straat een gedeukte auto volstoppen met geld.

Vijf jaar geleden trok Noord-Ierland tegen Wales 529 zielen op de Celtic Nations Cup. Nu zijn dat er bijna 50.000

Bewezen is het niet, maar het kan niet anders of al die verhalen samen versterken de natuurlijke neiging van het publiek om zich te scharen achter deze underdogs. Natuurlijke neiging? Ja. In 1991 werd dat nog eens bekrachtigd door onderzoekers op de universiteit van Ohio, die honderd studenten vroegen voor welk team ze zouden zijn bij een best-of-seven-serie: het sterke team A of het zwakke team B. Uitkomst: 81 procent koos voor B. Als team B onverhoopt de eerste drie duels won? Veertig procent van de studenten die eerst voor B waren switchte dan weer naar A.

Noord-Ierland is team B op dit toernooi. Al is het maar vanwege het levensverhaal van bondscoach Michael O’Neill, die zichzelf op een zaterdag in de weerspiegeling van een etalage zag en besloot dat hij niet daar, in de winkelstraat, maar op het veld zou moeten rondlopen. Zo geschiedde. Hij bleef nog wel financieel adviseur, maar vond daarnaast een baantje in de Schotse derde divisie voor 32 euro per week.

De rest is bekend. Zoals John Lennon ooit zong: „Je kunt een held uit de middenklasse worden.” O’Neill heeft het bewezen, net als Vardy en al die andere jongens die boven zichzelf uitstegen.

    • Fabian van der Poll