‘Europa is lui geworden’

De oud-eurocommissaris vertrekt als ambassadeur van Nederlandse start-ups en gaat werken voor de Amerikaanse techbedrijven Salesforce en Uber. „Wat mij betreft wringt dat niet.”

Neelie Kroes: „Er moeten in Europa nieuwe Airbus-achtige samenwerkingen ontstaan tussen bedrijven.” Foto Frank Ruiter

Meteen bij binnenkomst begint Neelie Kroes een betoog over blockchain – toch niet bepaald een luchtig onderwerp om het ijs eens even lekker te breken. „Nederland zou bij de ontwikkeling daarvan een voortrekkersrol moeten nemen”, zegt ze fel. Blockchain is een complexe technologie waar de laatste tijd veel over te doen is in de techindustrie. De voormalig VVD-minister en Europees commissaris wordt binnenkort 75, en heeft duidelijk geen tijd voor small talk.

Op 30 juni neemt ze afscheid als ‘special envoy’ voor start-ups – een soort ambassadeursschap dat ze anderhalf jaar heeft vervuld. In die periode werden in Nederland enkele wetten aangepast en overheidsfondsen aangekondigd om het starters makkelijker te maken, en werd onder meer het grote evenement StartupFest georganiseerd.

Kroes joeg de discussie over vernieuwend ondernemerschap aan en hoewel het moeilijk is vast te stellen of het door haar komt, feit is dat overheden, universiteiten en bedrijven de laatste tijd maar niet ophouden over start-ups. Er is zo veel aandacht voor jonge technologiebedrijven, dat zelfs in start-upkringen af en toe klinkt dat de hype wel een tandje minder kan. „Tsja. Er bestaat, vind ik, niet zoiets als te veel succes”, zegt Kroes over die ‘kritiek’.

Toch is er één belangrijk punt waarop Kroes en haar organisatie StartupDelta afgelopen anderhalf jaar geen verschil hebben kunnen maken. Ondanks alle aandacht die werd gegenereerd blijven investeringen in start-ups in Nederland nog altijd achter. In naburige, en concurrerende landen als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Zweden groeien ze sneller. „Dat is erg jammer. Het gaat mij in de resterende paar dagen in deze functie niet meer lukken om dat te veranderen, dat is wel duidelijk.”

Kroes kijkt voor de oorzaak van dit achterblijven vooral naar de Nederlandse pensioenfondsen en hun onwil om geld in start-ups te steken. „Het gaat over enkele honderden miljoenen euro’s die nodig zijn. Voor de pensioenfondsen is dat olienotenwerk, peanuts. Er zijn mogelijkheden om daar veel meer mee te doen, daar moet nu vaart in komen. Maar ze zijn vaak teveel bezig in hun eigen koninkrijkje. We zijn in Nederland te risicomijdend.”

Kroes vertelt dat een grote Amerikaanse investeerder afgelopen jaar een fonds wilde opzetten voor Nederlandse start-ups. „Maar die wilde dan wel dat er ook een pensioenfonds mee zou doen. Dat is uiteindelijk afgeketst. Erg zonde.” Kroes wil niet zeggen welke investeerder dat was en waarom het plan precies afketste. In sommige andere Europese landen werken pensioenfondsen op grotere schaal samen met private investeerders.

„We moeten goed oppassen dat veelbelovende start-ups niet worden gedwongen om naar het buitenland te verhuizen als ze geld nodig hebben, zoals nu nog vaak gebeurt.” Kroes noemt een aantal internationale ranglijstjes waarop Nederland de laatste jaren beter is gaan scoren op het gebied van ondernemerschap en innovatie. „Maar zolang daadwerkelijke investeringen achterblijven, is er geen enkele reden om tevreden achterover te leunen.”

Achterover leunen doet Kroes zelf na haar ambassadeursschap ook niet. Ze werd in mei bestuurslid van de Amerikaanse cloudreus Salesforce en accepteerde al eerder een adviesfunctie bij Bank of America Merrill Lynch. „Genoeg om me van de straat te houden.”

Haar opvallendste nieuwe baan is het voorzitterschap van een belangrijke adviesraad van taxi-app Uber. Ze krijgt daarvoor een niet bekendgemaakte hoeveelheid aandelen in het bedrijf. Uber werd bij een recente investering gewaardeerd op bijna 60 miljard euro.

Moest u lang nadenken?

„Nee. Wel heb ik gevraagd of ze tegen kritiek kunnen. Ik sta niet bekend als iemand die een blad voor de mond neemt.”

Wringt een positie bij Uber niet?

„Waarom?”

U zet zich in voor innovatie in Nederland en Europa, maar adviseert tegelijkertijd een zeer rijk en machtig Amerikaans bedrijf om hier nog sneller marktaandeel te veroveren.

„Wat mij betreft wringt dat niet. Uber biedt een mogelijkheid om vraag naar en aanbod van vervoer op een nieuwe, betere manier bij elkaar te brengen.”

Zou het niet beter zijn als er een Europees alternatief voor Uber zou komen?

„Nou, Uber heeft een internationaal hoofdkantoor in Amsterdam, dus dat is alvast mooi. Het is niet zo, dat er eerst een Europese Uber was, die op koud is gezet waarna de nieuwe Uber er met de buit vandoorging. Het is een wereldbedrijf, dat ook in China en India actief is met buitengewoon slimme technologie, een bedrijf dat iets doet wat consumenten graag willen, dat nieuwe economische modellen mogelijk maakt. Niemand weerhoudt je ervan een concurrent van Uber op te richten. Dat zie je ook in Europa gebeuren. BlaBlaCar bijvoorbeeld, een app voor het delen van lange autoritten.”

Wilde u niet liever BlaBlaCar adviseren?

„BlaBlaCar doet wat het doet en dat doet het slim. Niemand houdt ze tegen. Er was verder geen sprake van dat ik daarheen zou gaan.”

Waar adviseert u Uber precies over?

„Het is een interessant gezelschap in die raad [met onder meer een Peruviaanse oud-premier en een ex-minister van Transport van de VS, red.]. We adviseren over de strategie van Uber wat betreft politiek beleid. Ik zeg uiteraard ook dat ze zich aan de regels moeten houden. En dat als ze die regels niet goed vinden, dat ze dan moeten zorgen dat die regels veranderen.”

Botst dat niet met uw voormalige functie als eurocommissaris voor digitalisering?

„Waarom? Ik heb de wettelijke afkoelingsperiode van achttien maanden in acht genomen.”

U heeft het als eurocommissaris in 2014 publiekelijk opgenomen voor Uber. Toen een dienst van het bedrijf werd verboden in België, noemde u die beslissing „gek”.

„Dat is één keer gebeurd, dat was een standpunt tegen iets waar ik als liberaal bezwaar tegen had. Ik denk dat Uber iets brengt dat consumenten willen. Uber zat officieel toen ook niet in mijn portefeuille. Dus ook dat wringt niet. Ik heb op weinig punten zo’n schoon geweten als bij mijn rol bij Uber.”

Is de snelle groei van Uber niet ook het zoveelste teken dat Europa de boot mist wat betreft de smartphone-economie?

„Europa had dé kans om op de mobiel een enorme rol te spelen: GSM is een Europese uitvinding. Nokia, Ericsson, dat waren wereldleidende bedrijven. We hebben toen te veel gedacht: het is mooi zo. Europa is lui geworden. Daardoor hebben we die positie geheel verloren. Grote alertheid is geboden.”

Kroes is optimistisch over de kansen voor Europa om de achterstand op Amerikaanse en Aziatische bedrijven in te halen. Ze wijst op een voorbeeld uit het recente verleden: de vliegtuigindustrie.

„Af en toe stappen we in Europa over onze eigen schaduw heen. In de vliegtuigbouw stelden we niet veel voor: er waren wat plukjes in Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Duitsland, Frankrijk, Nederland. Wel interessant, maar het was weinig vergeleken met de Amerikanen. Toen besloten we om over grenzen heen te kijken en krachten te bundelen: daaruit is Airbus ontstaan. Dat is nu een wereldspeler die bezig is om Boeing te passeren.”

Volgens Kroes is er nu zo’n zelfde versplintering te zien in allerlei industrieën, die opgelost zou kunnen worden door Europees samen te werken tussen bedrijven. „Op het gebied van e-health zou dat nu kunnen, internet of things, zelfrijdende auto’s. Misschien wel blockchain of technologieën om de gevolgen van klimaatverandering te ondervangen.” Er moeten volgens Kroes in die industrieën nieuwe Airbus-achtige samenwerkingen ontstaan.

Voor dat soort grote allianties zijn investeringen nodig. En juist op het investeringsklimaat in Europa klinkt kritiek. Vorige maand nog op Kroes’ ‘eigen’ StartupFest sneerde Google-topman Eric Schmidt naar de „miljoenmiljard regeltjes” die in Europa investeringen in de weg zouden staan. „Eric overdreef. Maar we moeten meer risico durven nemen in Europa, daar heeft hij gelijk in. We moeten niet alles van te voren willen inkaderen in wetten en regels.”

Is het in dat licht niet juist veelzeggend dat Kroes, toch vooral politica, de afgelopen tijd het boegbeeld moest zijn van Nederlandse innovatie en ondernemerschap? Ze lacht spottend. „Omdat ik in Brussel heb gewerkt? In mijn Brusselse periode ging het niet zozeer om extra regels maken, maar om regels te vernieuwen. Juist om te zorgen dat ondernemers en investeerders weten waar ze aan toe zijn.”

Kroes blijft maar doorwerken, zoals weinig anderen op haar leeftijd. Waarom eigenlijk? Ze vertelt dat ze straks een ontmoeting heeft met de Nederlandse ondernemer Boyan Slat, die met zijn project The Ocean Cleanup plastic uit de oceanen wil vissen met behulp van nieuwe technologie. „Uit dat soort mensen put ik de energie om door te blijven gaan. Zo’n 21-jarige jongen die een probleem signaleert, vindt dat het gewoon is het op te lossen, en dat dan ook gewoon gaat dóen.”

„Ik kom nog uit de generatie bij wie de telefoon aan de muur hing, en dat het een hele belevenis was dat je naar het buitenland belde. Het is toch fascinerend om in deze tijd te leven, waarin zoveel meer mogelijk is dan toen?”

    • Wouter van Noort