Een land armer, een illusie rijker

Het Britse vertrek uit de EU biedt ook een kans, schrijft Luuk van Middelaar. „Politici moeten de volksstem niet vrezen, maar er veerkracht uit putten.”

‘Ik ben geen expert in veel dingen, maar ik weet wel hoe je een monster moet scheppen.” Aldus J.K. Rowling, schrijfster van Harry Potter, begin deze week. In de campagne deden volgens haar beide partijen „een beroep op de menselijke behoefte om betekenis aan de wereld te geven door verhalen te vertellen, en ze deinsden er niet voor terug monsters op te roepen om onze diepste angsten op te poken.”

Op zichzelf niets bijzonders, behalve dat de schrijfster nog nooit zulke „ugly stories” hoorde als tijdens dit referendum. Voor het Blijf-kamp koerste het land bij exit recht op de afgrond af. Voor het Vertrek-kamp was de EU ronduit slecht, een Big Brother, en stuurt Brussel een tsunami van verkrachters en terroristen op de Engelse kust af. Monsters aan beide kanten, geïnspireerd misschien door het Trumpisme,

Donderdag hebben 33 miljoen Britse kiezers de verhalen gewogen en beslist welke monsters ze echt vinden en welke louter verzinsel. Voor 52 procent bleek de angst voor buitenlanders reëler dan die voor welvaartsverlies. De Britten willen ‘controle terug’, aldus de winnende leuze. Waar de instortende euro Cameron drie jaar terug tot het referendum dwong, gaf Europa’s recente falen aan de buitengrens het Vertrek-kamp het beslissende zetje. De bittere campagne, met een moord als dieptepunt, heeft destructieve krachten losgemaakt; aan de Britse politiek er een antwoord op te bieden. Splendid Isolation of Dis-United Kingdom?

Voor de rest van Europa, de 27 EU-landen, begint de nachtmerrie nu. Tot gisteren was het wachten, waken en hopen dat het met een sisser afliep. Nu begint de Brexit. Ook onze zijde van het Kanaal wacht grote onzekerheid. Afscheid van de tweede EU-economie, een militaire en diplomatieke grootmacht, aanjager van de markt. De interne machtsbalans zal schuiven, Duitsland nog opzichtiger de grootste zijn. Populisten voelen zich gesterkt. Meer uittredingsreferenda kunnen volgen, Le Pen en Wilders vragen erom. Europese regeringsleiders moeten de loskomende krachten in het gareel krijgen. Maar hoe?

Prioriteit nummer één is te tonen dat we als Unie leven. Het Britse vertrek is een amputatie maar geen doodsklap. Dus zullen de 27 blijvende regeringen vastberadenheid willen tonen. Donald Tusk gisterochtend namens hen: „Alles wat ons niet ombrengt, maakt ons sterker.” De leiders zullen verklaringen doen en initiatieven nemen om het vertrouwen in Europa van hun bevolkingen – en de rest van de wereld – opnieuw gestalte te geven. Op de cruciale top van aanstaande dinsdag en woensdag komt David Cameron zijn collega’s inlichten, maar zullen de andere 27 zich ook voor het eerst als 27 beraden.

Ze zitten in een knoop. Ze moeten tonen dat hun Unie antwoorden biedt op reële problemen én oog tonen voor de desillusie van hun eigen kiezers jegens dezelfde Unie. Steun winnen voor de Unie aan de voordeur, zonder het kwijt te spelen via de achterdeur.

Wie indruk wil maken op Poetin, mag niet bang zijn voor zijn eigen kiezers

Al weken circuleren er tussen Berlijn, Parijs en Brussel plannen op fluistertoon. Qua beleid komen twee thema’s steeds terug: meer aan veiligheid doen en de eurozone versterken. Veiligheid is het beste thema, mits goed ingevuld. Dus niet over een Europees leger gaan praten. Dat heeft weinig geloofwaardigheid of onmiddellijk nut (en zonder de British Army nog minder), terwijl zulke plannen precies de populistische spookbeelden over een Europese superstaat aanjagen. Meer veiligheid kan beter betekenen: samen de Europese buitengrenzen bewaken. Weliswaar ook een gevoelig thema, maar het betreft de acute vluchtelingencrisis, dus met zichtbaar nut voor elke tv-kijker. Bovendien past zulk optreden bij de referendumboodschap. Britse kiezers willen controle over wie hun land binnenkomt. Hetzelfde sentiment leeft in Nederland of Frankrijk. De boodschap moet zijn: de open binnengrenzen tussen onze landen zijn een immense verwezenlijking – pijler onder onze open economie én symbool van ons vrijheidsideaal – maar vragen wel om een adequate buitengrens en gezamenlijk gewaarborgde veiligheid. Europa moet vrijheid brengen, maar ook bescherming bieden. Heldere repliek: controle op onze landen behouden we samen. Als iedereen zijn land terug wil, raken we het allemaal kwijt.

Daarentegen is geklus aan de eurozone een minder goed idee. De muntunie is een club van 19 landen en niet van 27. Niet alleen hielden de Britten hun pond, ook de Zweden en Denen hun kronen, de Polen hun zloty’s. Het post-Brexit-moment vraagt om eenheid, niet om affichage van interne breuklijnen. Bovendien vergt het versterken van de eurozone een akkoord tussen Frankrijk en Duitsland. Zolang Parijs de eigen economie niet geloofwaardig hervormt en de begroting op orde krijgt, wil Berlijn geen stappen zetten waarmee het potentieel meer gezamenlijke financiële lasten draagt. Die zaak zit voorlopig vast.

Toch ligt het antwoord niet alleen in beleidsinhoud; het referendum is ook een roep om inspraak, om politiek. Onze politici moeten de volksstem niet alleen vrezen, maar er ook veerkracht uit putten, dus met een verhaal naar de kiezers. Hiervoor lenen zich de Franse presidentsverkiezingen (voorjaar 2017), Duitse parlementsverkiezingen (september 2017) en onze Kamerverkiezingen (mei). Met een vers kiezersmandaat ontstaat nieuw gezamenlijk handelingsvermogen, mits Europa een deel van de inzet van de stembusgang wordt. Alleen zo is de lange periode te overbruggen tussen de klap van 23 juni 2016 en een nieuwe Duitse regering eind 2017.

Anderhalf jaar is een eeuwigheid. Tal van benoemde of zelfbenoemde denkgroepjes zullen het vacuüm met ideeën vullen. Frankrijks oud-buitenlandminister Hubert Védrine, een man met gezag, had vorige week in de Frankfurter Allgemeine Zeitung een interessant idee: plechtig een pauze inlassen. Twee jaar lang geen voorstellen voor ‘meer Europa’. Praktisch lastig werkbaar, maar wel een markering. Védrine wil dat regeringsleiders zeggen: ‘Volkeren van Europa, u bent gehecht aan wat u van uw soevereiniteit en identiteit hebt bewaard. Dat is legitiem. De opbouw van Europa heeft niet ten doel uw identiteiten op te heffen. We zullen onze soevereiniteit gezamenlijk moeten uitoefenen omdat we van elkaar afhankelijk zijn, maar we hebben u begrepen en kondigen een moratorium af. Een pauze van de uitbreiding (..) maar ook een pauze in de integratie.” En die pauze moet worden benut.

Het zijn niet alleen de Britse kiezers die grommen naar de EU en nu echt hebben gebeten. Ook Nederlandse, Franse en vele andere kiezers morren. Weliswaar herinnert Donald Trumps geschreeuw uit Amerika ons eraan dat populisme en xenofobie geen Europees monopolie zijn. Maar EU-landen zijn extra kwetsbaar voor het verwijt dat burgers niet meepraten over hun lot. Formeel is elk besluit keurig nationaal en Europees afgedekt, maar in de beeldvorming is ‘Brussel’ welhaast een buitenlandse bezettingsmacht. Dit gevoel wordt sterker. Niet alleen vanwege het populisme, maar ook omdat de Unie onder onze ogen verandert. Groot geworden met het bouwen van één markt en een ingenieus stelsel van technocratische regelpolitiek, doen de Europese landen sinds de financiële en geopolitieke crises van 2008 iets heel nieuws: ze bedrijven gebeurtenissenpolitiek. Ze redden een munt, zijn bezig met vluchtelingen, met Rusland. Méér dan het Europa van de markt, dat hoogstens met onverschilligheid en milde spot over komkommers ruzie maakte, wekt dit nieuwe Europa van munt, grens en macht grotere krachten en tegenkrachten op, hogere verwachtingen en dieper wantrouwen. In dit nieuwe Europa vallen besluiten niet altijd meer op grond van verdrag of expertise, maar zijn ze een antwoord op de nood van het moment, geboren uit een botsing van oordelen: juist daarom vragen ze publieke verantwoording. Vandaar dat het publiek – van de Britten nu tot de Grieken vorig jaar en de Nederlanders over Oekraïne afgelopen april – zich meer en meer laat horen. Gelijk heeft het: waar de vanzelfsprekendheid verdwijnt, doet de tegenspraak zijn intrede.

Toch ligt hier ook een kans: Europese gebeurtenissenpolitiek kan niet zonder of tégen de bevolkingen worden bedreven, maar alleen mét hen. Wie indruk wil maken op Poetin, mag niet bang zijn voor zijn eigen kiezers. Wie het Britse verlies wil verwerken, moet levenskracht en scheppingsdrang tonen. Dit vraagt om verhalen – monsterverhalen, reddersverhalen, droomverhalen (maar liever even geen sprookjes). Conflict en strijd horen erbij; ook dat is politiek. Zo ook het publieke besef, in dit alledaags gewoel tussen 27 landen, dat wat ons verenigt zeker zo sterk is als wat ons scheidt.

    • Luuk van Middelaar