De leider onderschatte de emoties

Hij wilde de Europese kwestie voor eens en altijd regelen. Bij gunstige peilingen schreef hij een referendum uit. Maar zijn politieke geluk was op.

Premier David Cameron en zijn vrouw, voor ambtswoning Downing Street 10, na de aankondiging van zijn aftreden. Foto Ben Stansall/AFP

Zelfs het geluk van de man die de meest fortuinlijke politicus van het Verenigd Koninkrijk werd genoemd, houdt een keer op.

David Cameron won een leiderschapsstrijd, twee verkiezingen, twee referenda, één over Schotse onafhankelijkheid en één over een verandering van de kieswet. Maar bij het derde referendum bleef de zegen uit. Vrijdagochtend kondigde hij zijn aftreden aan.

„Onderschat hem niet”, zei Vernon Bogdanor, oud-hoogleraar bestuurskunde in Cambridge, twee weken geleden nog. „De weg ligt bezaaid met tegenstanders die dachten van hem te kunnen winnen.”

Dat klopt: als jonge, relatief onervaren schaduwminister van Onderwijs won Cameron in 2005 de leiderschapsstrijd bij de Conservatieven. De ervaren Ken Clarke, David Davis en Liam Fox hadden het nakijken.

Cameron beloofde toen een ‘modern conservatisme’. En dat de partij zou „ophouden met doordrammen over Europa”, wat de partij sinds premier Thatcher had verscheurd. Aan die boodschap is nooit gehoor gegeven. Sterker: deze Brexit is een rechtstreeks gevolg van Camerons pogingen de rebellerende eurosceptische achterban te sussen.

Dat probeerde hij eerst door de Conservatieven uit de Europese Volkspartij, de grootste fractie in het Europarlement, te halen. Ze vormden een rechtsere en anti-federalistische fractie. Dat stemde tevreden.

Tot Cameron in de ogen van Tory-hardliners de verkiezingen van 2010 niet won, maar verloor. Ze behaalden immers geen meerderheid en moesten een coalitie vormen. Die samenwerking met de Liberaal-Democraten zorgde er hun inziens voor dat Conservatieve plannen verwaterden. Portefeuilles die normaal naar loyale Lagerhuisleden zouden gaan, gingen naar de LibDems. De onvrede groeide.

Een Brits ‘veto’ over een nieuw euroverdrag – genoegdoening voor het feit dat Cameron niet de garanties kreeg dat de Britten (als niet-euroland) nieuwe regulering in de financiële sector zouden kunnen tegenhouden – zorgden eind januari 2011 opnieuw voor adempauze. Kort gold de premier als „de man die het VK vooropstelde” (Daily Mail). „Zoals Churchill zich verhoudt tot Hitler, zo verhoudt Cameron zich tot ‘Merkozy’”, juichte historicus Niall Ferguson in The Sunday Times.

Het doordrammen begon echter opnieuw, nu onder druk van de UK Independence Party die ter rechterzijde oprukte. De roep om het terughalen van bevoegdheden groeide. Cameron beloofde daarop in januari 2013 een referendum dat de Europese kwestie voor eens en altijd zou beslissen. De peilingen stonden gunstig. Hij waagde de gok op een ‘ja’.

Het eerste referendum won hij wel

Eerst won hij het referendum over Schotse onafhankelijkheid, zomer 2014. Op een manier die kenmerkend voor hem was. Op het allerlaatste moment, met de mouwen letterlijk opgestroopt, rode konen, en in crescendo. Hij dreigde toen de premier te worden die de Schotten zou verliezen.

Maar zo makkelijk als hij in de problemen raakte, zo makkelijk ontsnapte hij er ook aan. „Hij is een Houdini”, zei een minister tegen NRC.

Ditmaal hielp het niet. Maar het EU-referendum had nog een andere dimensie: ideologie. En Cameron is een pragmaticus, géén ideoloog. Hij is een praktische eurotwijfelaar. Hij zag de voordelen van het EU-lidmaatschap voor de Britten, maar zou daar nooit zo bevlogen over zijn als zijn tegenstanders waren over een Brexit.

Daarbij was inmiddels ook de strijd losgebarsten om zijn opvolging. In een onbewaakt ogenblik, tijdens de verkiezingscampagne van 2015, zei hij dat het zijn laatste termijn als premier zou zijn. Hij leek verbaast over de ophef die deze uitspraak veroorzaakte, hij had gewoon eerlijk op een vraag antwoord gegeven. Zoals hij ook ooit op de vraag waarom hij premier wilde worden zei: „Omdat ik denk dat ik best wel goed zal zijn.”

Vrijdagochtend zei hij dat het land nu „een andere kapitein” nodig had: de nieuwe koers „vraagt om sterk, vastberaden en overtuigd leiderschap”. En met brekende stem: „Ik houd van dit land, en ik ben vereerd dat ik het mocht dienen.”

    • Titia Ketelaar