Opinie

    • Tom-Jan Meeus
    • Ruben L. Oppenheimer

Daag, Derde Weg. Nu heeft links nog één weg over: de terugweg

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: hoe Brexit en Nexit sociaal-democraten tot pijnlijke historische lessen dwingen. Ofwel: waarom verzet tegen vrijhandel en immigratie lonken als nieuwe agendapunten van links.

Hollandse politici zijn groepsdieren. Als één van hen zich buiten de groep plaatst, en zijn vertrek aankondigt met kritiek op de eigen club, wordt hij afgestoten en opgeborgen. Dan doet hij er niet meer toe.

Dus je hoefde niet verrast te zijn dat niemand begon over een stuk dat Jacques Monasch, de PvdA’er die volgend jaar uit de Kamer vertrekt, begin deze week op The Post Online publiceerde.

Sterker: toen ik Monasch er op aansprak, reageerde hij ontregeld: kon mij dat dan iets schelen?

Ja dus. Monasch schreef dat sociaaldemocraten veel te vlot waren meegegaan in Europese afspraken over vrijhandel en arbeidsmigratie, waarmee de PvdA zich vervreemdde van haar traditionele achterban – de kleine man.

PvdA-leiders spraken van Europese idealen en groepen die je niet tegen elkaar mocht opzetten. De kleine man zag zijn inkomen krimpen en zocht zijn toevlucht in nationalisme of rechts-extremisme: de basis van de euroscepsis die nu overal in Europa ontluikt.

Ik sprak er donderdagmiddag over door met Monasch, we hadden geen idee van de Britse uitslag, hij hinkte op twee gedachten. Nog altijd kon hij vurig andere keuzes voor de PvdA bepleiten. Tegelijk sprak hij over een verloren zaak. „De leiding”, zei hij, „ziet de eigen smetvrees voor de eigen kiezers niet meer”.

Ik vroeg of hij op een Brexit hoopte. Hij twijfelde hardop. Als het blijven-kamp won konden eurofielen denken dat alles overwaaide. Als Brexit won kon je een crash krijgen waar hij zich ook ongemakkelijk bij voelde.

„Ik heb lichte voorkeur voor een Brexit’’, zei hij. „Omdat dan niemand nog het debat over de EU kan ontlopen.’’

Ik weet het: ook vanuit Den Haag kon je de crisis van de EU na het Britse referendum op honderd manieren definiëren. De verhouding van links tot de EU is maar één van de drama’s die zich hier voltrekt.

Maar het is een leerzaam verhaal over hoe politiek werkt. Wat na de val van de Muur, in de jaren negentig, begon met de Derde Weg – progressieve leiders die wereldwijd de werkgeversagenda van vrijhandel omarmden – stort nu met donderend geraas in elkaar.

De Democraat Bill Clinton sloot destijds het vrijhandelsakkoord Nafta met Latijns Amerika. Het is nu een van de thema’s waarmee Trump succes heeft.

De sociaal-democraten Kok, Blair en Schröder verruimden destijds de interne markt met toelating tot de EU van voormalige Oostbloklanden. De bijeffecten, de arbeidsmigratie uit Oost-Europa, en de weigering van Oost-Europa mee te werken aan oplossing van de vluchtelingencrisis vorig jaar, versterken nu het verzet tegen de ‘bestuurlijke elites’ die de Oost-Europese landen toelieten.

In zijn stuk noemde Monasch het voorbeeld van de bouw sinds het Poolse EU-lidmaatschap. „Toenmalig minister Donner zei dat het er hooguit 15.000 Polen zouden komen”, hoonde hij.

Intussen zijn er 150.000 Polen, zei hij. Metselaars en timmerlieden verloren hun baan of werden gedwongen hetzelfde werk voor de helft te doen. Mensen die zich „zwaar belazerd voelen”.

Inmiddels probeert de EU deze ‘sociale dumping’ te voorkomen, maar elf Oost-Europese landen, waaronder Polen, blokkeren dit. En toen het vorig jaar op verdeling van vluchtelingen aankwam, want Wir schaffen das, hadden dezelfde Oost-Europese landen, Polen voorop, even geen plaats.

„Dan kan Frans Timmermans dwepen met Europese waarden”, zei Monasch, „maar die metselaars denken: donder op met je EU”.

Je kon zeggen: maar wie is Monasch nou helemaal? Een campagnedeskundige en kunsthandelaar, Kamerlid sinds 2010, die dubbelzinnig in de PvdA staat.

Hij zat in campagneteams van Kok en Melkert maar viel lijsttrekker Melkert later in een boek af. Hij steunde het regeerakkoord van Rutte II maar werd gaandeweg sceptisch; reden waarom hij Samsoms vertrek als partijleider bepleitte. Het verhaal gaat dat hij volgend jaar als niet-PvdA’er terugkeert op het Binnenhof – hij wil er niets over zeggen.

In elk geval is hij als politicus interessanter dan veel van zijn collega's in de Kamer: iemand die, los van zijn portefeuille, nog durft te schrijven en praten over de grote thema’s van deze tijd.

Hij vertelde dat „diplomaten en internationalisten” in zijn ogen de PvdA hebben overgenomen. Mensen die zweren bij ontwikkelingssamenwerking („een achterhaald concept”) en solidariteit met immigranten. „Voor solidariteit met werknemers hier hebben ze geen oog.”

Diplomaten letten intussen vooral op de belangen van bedrijven, zei hij. Zo eindigde die Derde Weg in een PvdA die „de Thatcheriaanse EU van de multinationals” omarmde. De belangen van arbeiders, kleine ondernemers en middengroepen kwamen daarna.

Voor Monasch reden „deze EU” niet meer te steunen en nationaal debat over herziening van het Europees verdrag te bepleiten. Daar moet Nederland zich dan in een referendum over uitspreken.

Het is, schat ik, de grote ontwikkeling die Brexit in beeld brengt: los van alle gedragen verklaringen is de werkgeverslobby hier de grote verliezer, omdat sociaal-democratische (en veel andere traditionele) partijen zich gedwongen voelen de gedeelde belangen sinds de Derde Weg te verbreken: veel van die partijen zullen afkeer van globalisering, vrijhandel en immigratie nodig hebben om te kunnen overleven.

Als zelfs de ondernemer Trump die keuze maakt, moet je niet verrast zijn als linkse partijen die uitvinding ook doen.

Interessant genoeg agendeerde de SP deze week ook een referendum: voor een kleinere EU. Toen ik er Emile Roemer over sprak, legde hij eveneens het verband met de keuzes van de jaren negentig. Maar hij voegde er een sterk punt aan toe.

Hij onderstreepte dat „we een nieuwe democratiseringsgolf” beleven: de moderne burger eist meer zeggenschap, en ervaart de EU als lichaam dat juist zeggenschap afpakt. „De kloof groeit, en dan speel je extreemrechts in de kaart”, zei hij.

Zo kwam ik uit bij Agnes Jongerius, PvdA-europarlementariër en als FNV-voorzitter jarenlang vooraanstaand deelnemer aan polderend Nederland.

Ook zij hintte erop dat de periode van gedeelde belangen tussen sociaal-democraten en de werkgeverslobby inzake vrijhandel op zijn laatste benen loopt.

„Wat bij voorbeeld niet klopt”, zei ze me, „is als Frans Timmermans zegt: ik ben pas geslaagd als ondernemers over vijf jaar zeggen: ‘Europa produceert minder regels’.”

Ze onderschreef de analyse van Monasch over de Polen in de bouw, en noemde de keuze van de Europese Commissie in het conflict met de elf Oost-Europese lidstaten cruciaal.

„Er is wetgeving over sociale dumping aangekondigd”, zei ze, „en als die nu wordt ingetrokken kan ik het ook niet meer uitleggen.”

De sociaal-democratie, vertelde ze, staat het komende half jaar voor cruciale keuzes.

In het najaar houdt de Duitse regeringspartij SPD een partijcongres over CETA – het handelsverdrag van de EU met Canada. „Ze trekken nu al bleek weg.” In december moet de Wereldhandelsorganisatie beslissen of China, na vijftien jaar proeftijd, definitief lid mag worden.

„Grote momenten”, zei ze. TTIP komt daarna nog. Maar het signaal van West-Europese werknemers is er: „Zij verlangen dat de slinger van de vrijhandel terugslaat.”

Sociaal-democraten kunnen dus twee dingen doen: redelijke oplossingen blijven zoeken; of, gezien alle onvrede over de EU en andere vrijhandelsregimes, de weg terug naar het verleden nemen: het belang van de werknemers weer expliciet tegenover het werkgeversbelang plaatsen.

Polariseren om de eigen positie te markeren. Na decennia waarin deze partijen hun electorale kansen ten dele opofferden aan de wereldeconomie, kun je na het drama van deze week wel voorzien wat hun les wordt: de wereldeconomie opofferen aan hun electorale kansen.

    • Tom-Jan Meeus
    • Ruben L. Oppenheimer