Zestien jaar cel en tbs in zaak gifmoorden

Het Openbaar Ministerie (OM) eiste in mei twintig jaar cel en tbs tegen de 54-jarige vrouw.

Verdachte Ada S., advocaat Mirjam de Vilder en haar assistent tijdens de behandeling van de zaak bij de rechtbank in Leeuwarden in 2014 Foto Aloys Oosterwijk / ANP

Ada S. is vrijdag in hoger beroep door het gerechtshof in Amsterdam veroordeeld tot een celstraf van zestien jaar en tbs met dwangverpleging. Het Openbaar Ministerie (OM) eiste in mei twintig jaar cel en tbs tegen de 54-jarige vrouw.

S. is veroordeeld voor de moord op haar twee ex-echtgenoten. Hoewel bij onderzoek aan het lichaam van de eerste echtgenoot geen doodsoorzaak kon worden vastgesteld, is het volgens het hof duidelijk dat S. heeft verzuimd medische hulp in te schakelen voor hem toen hij daartoe zelf niet in staat was.

Voor de dood van haar tweede man -acht jaar later in 2012- maakte S. een valse levensverzekering op. De man was gezond en had een aversie tegen medicijnen. In zijn lichaam werden resten van medicatie en giftige stoffen aangetroffen. S. zocht voor de dood van haar tweede echtgenoot ook een aantal keer op haar computer naar stoffen en de dodelijke werking daarvan.

Lagere celstraf, wel tbs

S. werd in eerste aanleg in 2014 veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig jaar, zonder tbs. Zowel de verdachte als het OM ging daarop in hoger beroep. Volgens het hof is uit psychologisch en psychiatrisch onderzoek gebleken dat de vrouw een pathologische leugenaar is en een gebrekkig geweten heeft. Daarnaast acht het hof herhalingsgevaar groot:

“De vrouw afstraffen en onbehandeld laten terugkeren in de maatschappij is een te groot gevaar voor de samenleving.”

S. heeft een iets lagere gevangenisstraf gekregen, omdat de vrouw door haar persoonlijkheidsstoornis niet volledig toerekeningsvatbaar is voor haar daden.

    • Maarten Back