‘Wij moeten naar boven schoppen, niet naar beneden’

Een half jaar is Ron Meyer nu SP-voorzitter. „Die bergen winst van multinationals. Gaan wij daar nu ook over of niet? Dat is democratie.”

Op de vergaderingen van het SP-partijbestuur gaat het nog steeds óók over het nieuws van de dag of de laatste hype. Maar sinds oud-vakbondsman Ron Meyer voorzitter is, beginnen die bijeenkomsten – één keer per maand, op vrijdag – met een ideologische discussie. Iedereen heeft een boek, artikel of een filmpje bij de hand. Meyer kiest wie mag vertellen wat hij heeft voorbereid.

Ron Meyer (34) is nu een half jaar partijvoorzitter van de Socialistische Partij, hij volgde Jan Marijnissen op. In de fractiekamer van de SP in de Tweede Kamer vertelt Meyer, jurist, dat hij hard studeert om de partij genoeg te kunnen bieden. „Ik heb energie voor tien, maar ik heb nog niet de ervaring en wijsheid van mensen als Jan Marijnissen of Emile Roemer. Ik ga elke maand nog een dag langs bij Jan, ook al denk ik van tevoren vaak: ik heb er geen tijd voor. Maar het is altijd nuttig.”

Wat doet u nog meer om zo’n visie te ontwikkelen?

„Verder moet ik véél lezen. Ik lees me dol.”

Hij trekt een rood boek uit zijn tas. De Weg naar Vrijheid , geschreven door PvdA’er Joop den Uyl in 1951. „In vijftig jaar tijd heeft het begrip vrijheid een heel andere betekenis gekregen. Het fascineert me hoe begrippen als vrijheid en democratie zijn gekaapt door rechts en hoe links dat heeft laten gebeuren.”

U wilt die woorden terug?

„Ja. Democratie is níét: elke vier jaar stemmen. Democratie is iets wat je met zijn allen opeist. Kijk naar de kloof tussen al die mensen die hun eigen risico in de zorg en hun premie niet kunnen betalen en de bergen winst die het grootbedrijf en de multinationals maken. Ahold weet van gekkigheid niet wat ze met al die miljoenen aan moeten. Gaan wij daar nu ook over of niet? Dat is democratie.”

Ron Meyer komt uit Heerlen. Zijn vader was koelmonteur, zijn moeder werkte in de thuiszorg. Ze zijn allebei ziek. Zijn moeder was thuis de eerste die in de jaren tachtig „doorkreeg dat de SP méér voor mensen deed dan de PvdA”, zegt hij. Zelf heeft Meyer altijd op de SP gestemd.

Vorig jaar stapte Meyer over van de FNV, waar hij campagneleider was, naar het partijkantoor van de SP in Amersfoort. Zijn eerste grote actie bij de partij voert hij op de typische ‘Meyer-manier’. De SP wil een nationaal zorgfonds. De commerciële zorgverzekeraars moeten opgaan in één landelijke organisatie. Dan kan het eigen risico van 385 euro per jaar worden afgeschaft.

Op de campagnesite van het Nationaal Zorgfonds staat alleen in kleine letters dat het een initiatief is van de SP. Er is geen rode tomaat te zien. Precies zoals Meyer het bij FNV deed. Hij noemt dat „bouwen aan een brede, progressieve beweging”.

Vindt u een politieke partij een ouderwets instrument?

„Vroeger moesten mensen instemmen met de totale ideologische lijn van een partij. Dat is veranderd. Mensen hoeven het helemaal niet op alle punten met ons eens te zijn. Ik geloof dat wij de motor moeten zijn achter een brede progressieve beweging. Van SP’ers weten mensen: die werken knetterhard, zijn oprecht en betrouwbaar. Dat moeten we uitbouwen met net iets slimmere campagnes.”

Dan wordt de SP een succes?

„Wij moeten mensen de hoop geven dat het beter kan. Dan zeggen we dus niet: word eerst maar eens lid. Maar wil je iets doen aan de geldverspilling van zorgverzekeraars, aan dat weggegooide half miljard euro aan reclames? Dan kun je bij ons aan de slag. Zit je in een rolstoel, dan kun je hier of hier helpen. Heb je weinig tijd en een drukke baan, dan vinden we wel iets anders voor je.”

Hoe heeft de SP-fractie in de Tweede Kamer het volgens u gedaan, afgelopen jaren?

„Hier zitten hardwerkende mensen die hun dossiers tot op de punt en de komma kennen. Het is een energiek team dat al lang bij elkaar zit. Dus ja, dan krijg je ook mensen die al lang op een bepaalde portefeuille zitten. Continuïteit van kennis is goed. Maar het is ook slim om jezelf op te frissen. Voor de Tweede Kamerverkiezingen zijn we op zoek naar een aanvallend en onderscheidend team.”

U wilt meer straatvechters in de fractie?

„Ja. We hebben een combinatie aan karakters nodig. De buschauffeur én de academicus. Wij zijn een emancipatoire beweging.”

Die buschauffeur ontbreekt nu.

„Ja, en ik wil dat we de rauwheid van de straat hier laten binnenkomen.”

Dus het is logisch dat de fractie nu zenuwachtig is over uw plannen?

„Een zekere spanning is begrijpelijk. Maar we zouden wel gek zijn om iedereen te wisselen. Het is niet zo van: die Meyer is nu voorzitter en dus moet alles anders. Maar waar het frisser, scherper en moderner kan, gaan we dat doen.”

Meyer sluit niet uit dat hij zelf op de kandidatenlijst gaat staan. Ze zitten „middenin het proces van gesprekken”, het zou raar zijn om daar iets over te zeggen, vindt hij. „Maar ik heb me niet zelf als kandidaat aangemeld.”

Bij de SP is het de cultuur om naar de leider op te kijken. Ervaart u dat ook zo?

„Het is toch logisch dat ze wat van de partijleiding verwachten. Je moet af en toe je mond houden en luisteren, maar er hoort ook bij dat je een knoop doorhakt: ‘Nu hebben we lang genoeg gediscussieerd en we gaan díé kant op.’ Zoals bij het Nationaal Zorgfonds. Is dat nu een campagne van ons als partij of zijn we dienstbaar aan die bredere beweging? Van dat laatste was ik groot voorstander.”

Nederland raakt steeds meer gepolariseerd door thema’s als racisme, vluchtelingen, vrijheid van meningsuiting. Is zorg dan geen al te veilig thema?

„Waar het ons om gaat: 80 procent van de mensen vindt dat je een gezin moet kunnen onderhouden als je een baan hebt van veertig uur. Dat je dan je zorgkosten moet kunnen betalen en dat onderwijs toegankelijk moet zijn. Dat mensen niet beoordeeld moeten worden op hun afkomst of sekse. Ga zo maar door. Wij kiezen de aanval op bepaalde thema’s. In het debat over racisme zie je een enorme hijgerigheid. Het gaat óns om de diepere, integrale analyse.”

Wat is die analyse?

„Je bent niet racistisch als je culturele elementen benoemt. Alleen de wereld vergaat ook niet als we eens naar anderen en de pijn van anderen luisteren.”

U heeft het over de Zwarte-Pietdiscussie?

„Ja, of kijk naar de manier waarop wordt omgegaan met Sylvana Simons. Ik zie onze rol als verbindend, weg van de hyperigheid. Als Abdul of Salim of Truus en Jan een bakkerij hebben en een hoger belastingtarief betalen dan Shell, dan is het toch belachelijk dat ze voortdurend te horen krijgen dat ze in dit land niet thuishoren, terwijl ze méér bijdragen dan Shell? Of het nu witte treinschoonmakers zijn of dames met een hoofddoek, in de vakbondsacties voor schoonmakers streden ze maar voor één ding. Ze wilden hun gezin kunnen onderhouden. En ik snap het ook als ze zeggen: van mij wordt solidariteit gevraagd, maar mijn kind kan niet meer naar schoolzwemmen.”

U bedoelt: solidariteit met vluchtelingen?

„Ja. Dat is precies waarom het rechts-nationalisme zo gevaarlijk is. Het veroorzaakt zelf de bezuinigingen, de belastingontwijking en het pamperen van multinationals, zoals de PVV doet, en geeft daarna de allerzwaksten de schuld. Wij moeten naar boven schoppen, niet naar beneden.”

Schoppen? Dat klinkt niet zo verbindend.

„Ik zeg ook niet dat wij nooit mogen polariseren. Maar wij polariseren met de macht. Niet tussen twee buurtbewoners die naast elkaar wonen en toevallig een andere afkomst hebben.”

Dat doet Geert Wilders nu wel?

„Ja, dat is puur polariseren op afkomst en hoe je eruitziet. Niet op de macht.”

Zegt u dat niet óók omdat vluchtelingen een ingewikkeld onderwerp voor de SP zijn? Een deel van uw achterban denkt er last van te krijgen als ze komen, tegelijk vindt de SP dat je vluchtelingen moet opvangen.

„Als je een emancipatoire beweging bent, schuurt dat altijd. Ik begrijp goed dat je als timmerman of werknemer in de groenvoorziening veel meer te vrezen hebt van iemand die op een dag ook aan het werk wil, dan als advocaat of Tweede Kamerlid. Niet iedereen die naar ons land wil komen, mag hier automatisch zijn. Maar wél de slachtoffers van een oorlog, die we nota bene zelf mede veroorzaken door een voortdurende en bijna perverse westerse interventiepolitiek.”

Dat is een ingewikkelder verhaal dan wat de PVV vertelt.

„Je kunt dat niet in anderhalve zin vertellen. Wij zijn geen partij van soundbites.”

U wilt van de SP een ‘winnaarsbeweging’ maken. Dat imago heeft uw partij nog niet.

„Daarover wil ik wel de discussie aan met het medialandschap. Als iemand een scheet laat over de culturele discussie, over racisme, staan er veertig camera’s omheen. Maar als wij een actie winnen met de thuiszorg? Niks. Dat vind ik wel gek.”

De media hebben te weinig aandacht voor de SP?

„Het mag allemaal wel wat dieper, het is zo gemakzuchtig. In de meeste peilingen staan wij tussen de vijftien en twintig zetels. Dus we winnen, en toch krijgen wij steeds de vraag of het wel goed gaat met de partij. Dat is toch raar?”

Komt dat niet door het verlies van de PvdA in de peilingen, waar jullie niet van profiteren?

„Dat is een heel andere vraag, over onze potentie. Of we meer zouden kunnen winnen. Maar... Ik hou niet van dit Calimerobeeld. We moeten altijd naar onszelf kijken.”

Waar blijven de linkse kiezers dan?

„De vraag is wel of je de PvdA nog als linkse partij mag zien. Als je onbetrouwbaar bent als linkse partij, maak je linkse kiezers rechts.”

De PvdA heeft het gedaan? Als ‘onbetrouwbare’ partij?

„Diederik Samsom zou niet bezuinigen op de sociale werkplaatsen. Daar is knalhard op bezuinigd. De thuiszorg, verpleeghuizen... toch gebeurd. Dan ontstaat cynisme bij mensen.”

Bij de SP zelf is ook lang niet alles goed gegaan. In de partij hoor je nu: nog één fout en Emile Roemer ligt eruit als partijleider. Is dat zo?

„Wat mij betreft speelt dat absoluut niet. Zonder zijn open houding hadden we nooit zoveel bereikt als nu. Hij zegt altijd: als jullie vinden dat het sprankelender en bruisender moet, kom maar op met die ideeën.”

Toch zijn de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 een groot litteken.

„Dat klopt. We hebben een tik gehad. Wij zijn geen zondagskinderen. In Heerlen niet, in Boxmeer niet, in Oss niet. Wij zijn de partij die het land het fundamenteelst wil veranderen. Dan krijg je af en toe klappen, maar daar word je een grote jongen van.”

Zien andere politieke partijen de SP als serieuze partner om mee te regeren?

„Dat weet je nooit. We voeren er nu geen gesprekken over. Maar ik zie wel kansen.”

Het hangt ook af van de meerderheid voor zo’n coalitie in de Eerste Kamer. Hoeveel zetels heeft de SP daar?

„Wacht, even tellen. Oh, ik ben er pas nog geweest, heb onze senatoren allemaal gesproken. Maar de vraag is relevant: alle scenario’s wijzen op een kabinet met vier partijen.”

Hoe zit het met de werkgevers? In 2012 schrok Emile Roemer van die foto van hem met een kettingzaag op de voorpagina van tijdschrift Quote. ‘Als Roemer in het Torentje belandt, verhuizen wij naar Zwitserland.’

„Die motorzaag hadden we zelf moeten bedenken. We hadden er grote posters van moeten laten drukken. Wij zíjn ook de bedreiging voor de economische gevestigde macht.”

Hij schrok, u zegt ‘kom maar op’. Is dat het verschil tussen 2012 en nu?

„We hebben veel geleerd van die tijd. Als ik iets nu zie aan Emile, is het dat hij er zin in heeft en ervoor wil knokken. Ik geloof in het Rocky Roemer-effect.”

    • Merlijn Doomernik
    • Petra de Koning
    • Annemarie Kas