Recensie

Wat te lezen op de mooiste plekken in Europa

De vermaarde reisgidsen van Lonely Planet kozen Texel tot een van de beste vakantiebestemmingen van Europa. Wij kozen er een boek bij – net als bij de andere plaatsen uit de top tien.

Als u in Aarhus eenmaal de grootste bibliotheek van Scandinavië heeft bezocht, kunt u daar meteen eens een boek van Ole Lund Kirkegaard (1940-1977) meenemen. Hij wilde zeeman worden, maar had last van zeeziekte en ging dus maar kinderboeken schrijven. Vreemde kinderboeken. Het onweerstaanbare Lutje Giel bijvoorbeeld. Geef dit aan uw kinderen en ze zullen de absurditeit van de pyjama nooit meer vergeten. Bij het zien van een koe zullen zij wellicht hard SMAKKA-DAK roepen. Na Lutje kunt u meteen door met het bijna nog betere Orla de kikkerslikker. Intussen is het met de geniale Kirkegaard natuurlijk slecht afgelopen: op een avond in maart werd hij dronken, viel hij voorover in de sneeuw, sukkelde hij weg en werd hij nooit meer wakker.

Als u met watervrees op Texel zit kunt u heel goed het mysterieuze De vogels van Europa van Bart Koubaa lezen, maar eerst moet u naar Oudeschild om te kijken of u een vissersboot in de haven ziet liggen. En u dan verbeelden dat een van de kotters die daar liggen, de fictieve DH 731 is, waarop Vis zich afspeelt, de geweldige korte roman van Anton Valens uit 2009. Hoofdpersoon is een gesjeesde student die besluit mee te varen op de kleine boot van kapitein Warmgeffer – die naam alleen al. Vier mannen op een boot met altijd bonkende motoren, waar de vis ter plaatse wordt schoongemaakt. ‘Effe insnijen aan de onderkant, een beetje draaien met je mes, een beetje knijpen, trekken, rats! Alles d’r uit!’ U raadt het: die boot wordt de hel op aarde.

Een zekere Shakespeare geldt als een van de grootste zonen van Warwickshire, maar grote dochters zijn er ook. Lees hier George Eliots ongeëvenaarde Middlemarch – de roman waarin de idealiste Dorothea Brooke veel van wat zij van het leven verwacht ziet verdwijnen in de rommelzooi die de realiteit nu eenmaal is. Mocht u door de Victoriaanse reputatie van de roman nog niet overtuigd zijn, lees dan wat Bas Heijne schreef naar aanleiding van de vertaling: ‘Een kleine, gemiddelde gemeenschap, waarin kleinzieligheid en roddelzucht en opgeblazen, zelfingenomen retoriek het voor het zeggen hebben, […] waarin alle bevlogenheid onherroepelijk vastloopt in idiote bijeenkomsten, in opgeklopte schandaaltjes en loos rumoer. De verzonnen wereld van Middlemarch spiegelt de Hollandse realiteit als nooit tevoren.’

Omdat u van al dat gepeddel in de rivier en het gehang op de camping toch maar slap wordt, besluit u aan het eind van uw eerste week in de Dordogne dan toch maar een excursie naar het Château de Duras te maken. Niet dat Marguerite Duras, een van de beste auteurs die nooit de Nobelprijs kreeg, hier uit de buurt komt (ze groeide op in Indochina), maar omdat elke aanleiding om Moderato cantabile te lezen aangegrepen moet worden. In Remco Camperts (tweedehands te krijgen) vertaling – of anders in het origineel. Een man, een vrouw, een café, een moord en misschien wel de liefde in krap honderd bladzijden – tenminste één zomeravond van uw vakantie is geslaagd.

Alles is oud, hard en mooi in de Extremadura, de bijna vergeten Spaanse deelstaat die zo dicht tegen Portugal aanligt dat veel grootstedelingen menen dat het buurland al bij Badajoz begint. Hier in de buurt speelt zich De familie van Pascal Duarte van Nobelprijswinnaar Camilo José Cela af, maar die blijft nog even in de koffer omdat u wordt opgehouden door de mooie omnibus die uitgeverij Meulenhoff heeft gemaakt van Jouw gezicht morgen, de moreel geladen trilogie van de man van wie verwacht wordt dat hij de vólgende Spaanse Nobelprijswinnaar wordt: Javier Marías. Jouw gezicht morgen is thriller en thrillerparodie ineen én een prachtig laboratorium waarin Marías de morele vragen over verraad, trouw, geweld en de waarheid onder de loep neemt.

U kunt het honderd keer zeggen, maar niemand gelooft het als u beweert voor de natuur en de rust naar de relatief stille oostkust van Tenerife te zijn gevlogen. Misschien zit u daar wel gewoon omdat niemand mag zien dat u een gewone literaire thriller leest. Niet dat Jetset van Marion Pauw iets is om u voor te schamen. Het speelt op een zeejacht zoals je ze ook wel bij Tenerife ziet dobberen, al vaart de boot uit Jetset een paar duizend kilometer westelijker. Daarin zet Pauw een televisiemiljonair op een luxe jacht met al zijn vrienden – althans dat veronderstelt hij. Al snel blijkt iedereen hem om eigen redenen te haten, ploft er iets zwaars overboord en neemt Pauw haar arme noveaux riches sardonisch de maat.

Een paar uur in de zweterige, vieze, overvolle massa van Venetië is voldoende om op willekeurig welke boot te stappen. Het maakt niet uit waarheen, als je maar even over het open water mag en kunt voelen dat er nog lucht mét zuurstof bestaat. Neem dan maar de boot naar het Lido, het eiland aan de overkant. Loop met een gedecideerd gezicht naar het Grand Hotel des Bains, ga in de tuin onder een boom zitten en pak De dood in Venetië, de heerlijke oude-kunstenaar-in-verval-novelle van Thomas Mann. Doe net of u leest, maar gluur over de bladzijden om naar mooie jongens te spieken. Meisjes mag ook. Eet wat aardbeien in de schaduw en vertrouw erop dat alles uiteindelijk goed komt.

‘Parijs had Balzac en Zola; Dublin had Joyce; Kroatië had Krleza, schreef The Sunday Review ooit, dus als u zich toch door de reisgidsen naar Noord-Dalmatië heeft laten lokken, verdrink u dan in De terugkeer van Filip Latinovicz: ‘een gymnasiast uit de zevende klas die van zijn moeder een tientje had gestolen, drie dagen en drie nachten met publieke vrouwen en serveersters had gedronken en geslempt en toen hij thuiskwam de deur gesloten had aangetroffen’. Dat werk. En mocht u niet genoeg hebben aan het epos van Miroslav Krleza (1893-1981), laaf u dan aan de poëzie van de plaatselijke eilandnamen: Pag, Krk, Rab, Vir. Even kaal als die eilanden zelf, trouwens.

De oude edelman Von Trotta lijkt sprekend op de Habsburgse keizer Franz Joseph, aan het begin van Joseph Roths meesterwerk Radetzkymars. Het is een van de geestige momenten in het boek waarin een toevalskogel op Laurel-en-Hardywijze een ridderorde kan opleveren, maar waarin alles toch samenkomt in de reddeloze ondergang van een keizerrijk. Lees het in Lviv, de meest ‘Europese’ stad van Oekraïne. Probeer in de gesprekken op het terras het r-woord te vermijden: u heeft geen idee wat een referendum is of waarover dat zou kunnen gaan. En als iemand naar Nederland vraagt, wijst u op de foto van Roth op het boek en zegt u: in de Amsterdamse cafés liggen er nog steeds onbetaalde drankrekeningen van deze man.

Van de Lonely Planet moeten we op de Peleponnesus natuurlijk naar Olympia en Mycene en wrakduiken, maar na alle oude stenen gaat u naar het strand van Voidokilia bij Gialova – hier lag het Pylos waar de wanhopige Telemachus aan Nestor kwam vragen waar of Odysseus was. Een mooie plek om de nieuwe vertaling van Odyssee lezen die over twee weken verschijnt. Maar eerst iets belangrijkers. U gaat in het zand zitten en verzamelt wat lege petflessen, kurken, blikjes en ander spul. Daarmee knutselt u een bootje uit het onvervangbare handboek Rederij Hofland. Het mag best een beetje wankel zijn. Dan geeft u bij windstilte uw scheepje een zacht duwtje richting open zee. Het vaart vast wel ergens naartoe, al weten we niet waarheen.

    • Arjen Fortuin