Recensie

Waarom geven wij gehoor aan waanzinnige bevelen?

De slag om Berlijn is een hybride roman. Door de reportagestijl waarin de vernietiging van Berlijn in april 1945 wordt beschreven en de montagetechniek van de ‘Neue Sachlichkeit’ (het invoegen van authentiek materiaal als kranten- en radioberichten) lijkt het werk opgezet als een documentaire roman; maar de alwetende verteller valt steeds uit zijn journalistieke rol om los te barsten in furieuze strafredes tegen het nationaal-socialisme. Deze inconsistentie versterkt de gejaagde indruk die de 650 bladzijden maken (Heinz Rein schreef ze inderdaad in één jaar tijd), en de gejaagdheid pakt in dit geval goed uit: we begrijpen dat we met een koortsachtig gedreven auteur van doen hebben.

Het boek gaat over de laatste tien dagen vóór de capitulatie. De geallieerden heersen in de lucht, Berlijn wordt dag en nacht gebombardeerd. De stad is inmiddels ‘een bewoond Pompeï’ – de mensen leven opeengepakt in schuilkelders en ondergrondse stations. De westelijke geallieerden staan aan de Elbe, de Russen aan de Oder. Overgave is onvermijdelijk, maar Hitler, die in zijn bunker onder de Rijkskanselarij vlaggetjes van niet meer bestaande legers op een kaart verplaatst, wil dat Duitsland met hem ten onder gaat en beveelt door te vechten tot de laatste man.

Een van de vragen die dit boek stelt is waarom men gehoor geeft aan dit waanzinnige bevel. Het antwoord luidt dat de angst voor ‘de vermeende oudtestamentische wraak van de vijand’ voortkwam uit het algemene besef ‘door dik en dun medeplichtig’ te zijn aan de afgrijselijke misdaden van het regime. Voor hun gevoel hadden de Duitsers niets te verliezen. (Voeg daarbij de nog altijd effectieve propaganda en de verbeten jacht op deserteurs.)

Op Reins verhaal over vier mannen van een verzetsgroep is wel wat af te dingen. De onverzettelijke helden krijgen weinig psychologische verdieping, de spanning rond hun verzetsdaden wordt opgeroepen met de middelen van een jongensboek, en zelfs in de gevaarlijkste situaties wijden de vier zich aan politieke analyses. Maar wie met zo veel vaart vertelt als deze auteur, komt daarmee weg.

De pluspunten wegen veel zwaarder: de plastische beschrijvingen van chaos en dood in de ‘ruïnestad’ en de hartstochtelijke, idealistische aanklacht tegen de ‘dolleman’ in zijn bunker die uiteindelijk zijn ‘kitscherige zelfmoordoperette’ ensceneert, maar meer nog tegen de nationaal-socialisten van het eerste uur, ontwortelde kleine burgers die zich slachtoffer voelden en dankzij hun partij-insigne dader werden.

Heinz Rein (1906-1991) was een schrijver en sportjournalist die door de nazi’s vanwege zijn linkse sympathieën tot dwangarbeid werd veroordeeld. Finale Berlin (de oorspronkelijke titel) is even terecht herontdekt als Alleen in Berlijn van Hans Fallada, dat eveneens in 1947 verscheen.

    • Marco Kamphuis