Recensie

Veel traditie kan ook ... iets te veel zijn

Foto Peter de Krom

Drie jaar geleden werden de broers Aad en Peter Moerman uitgeroepen tot Hoekse Ondernemer van het Jaar. Ook in 2013 vierde hun Unicum Restaurant zijn halve-eeuwfeest met de verloting van een BMW onder zijn gasten. Behalve het restaurant aan de Strandweg runt de familie Moerman het nabijgelegen opvallende paviljoen aan de Nieuwe Waterweg en vorig jaar blies zij het failliete hotel-restaurant Elzenhagen in Poeldijk nieuw leven in. De zaken prijken alledrie met de naam Unicum, men zou kunnen spreken van een paradox.

Het restaurant dat aan de basis ligt van dit horeca-imperium is gevestigd in een na-oorlogs pand dat van de Koningin Emmaboulevard wordt gescheiden door een kale vlakte die dienst doet als parkeerplaats. Ook aan de andere kant is plek voor een paar honderd auto’s. De zaak ligt er daardoor een beetje verweesd bij, vooral op niet-stranddagen, als er niet meer dan een handjevol auto’s staat.

Unicum presenteert zich nadrukkelijk als familierestaurant wat onder meer blijkt uit het familiemenu: voor, hoofd, na voor twee personen voor 50 euro. Aangezien mijn dochter Charlie en ik voldoen aan het criterium gaan we voor deze optie, ook al omdat we dan de boeuf stroganoff en de chateaubriand links kunnen laten liggen. Ook andere gerechten op de kaart verraden de traditionele inslag: garnalencocktail, asperges met ham en ei en tournedos met champignon- of pepersaus.

De wereld van Wina Born

Als voorgerecht heeft Charlie de carpaccio van ossenhaas, ingesmeerd met truffeldressing en met kappertjes, spekjes en pecorino. Ikzelf neem de salade van dungesneden entrecote (plus 2 euro) die met gemarineerde gamba’s, sesamdressing en wasabi op een leitje wordt geserveerd. Een en ander ziet er netjes uit met blaadjes kervel en veegjes saus. Van de wasabi proef ik niets, maar we zitten dan ook niet bij de japanner. Charlie heeft hetzelfde met de truffel in de dressing.

Omdat de rosé die ik bij de salade had gedacht „maandag is opgegaan, maar vrijdag komt er weer nieuwe” (aldus de gérant), voegde ik me naar de suggestie om er een albariño bij te drinken, een frisse witte wijn uit Noord-West-Spanje (5,75 euro).

De hoofdgerechten zijn de gegrilde ribeye (plus 4 euro) met bearnaisesaus, gepofte aardappel en truffelmayonaise en de gebakken zalm met Hollandse asperges en wittewijn-bieslooksaus. Ik weet dat zalm, en zeker gebakken zalm, een riskante keuze is. Het zou niet de eerste keer zijn dat je op een gortdroog stuk vis zit te kauwen. Maar daarvan is hier geen sprake. De zalm is krokant van buiten, zacht roze van binnen. De asperges zijn dun - ikzelf koop altijd de dikste die ik kan vinden. Links op mijn bord bevindt zich raadselachtig genoeg een streep vruchtencompote. De aanbevolen Chileense chardonnay (6,50 euro) is goed.

Het bord van Charlie gaat schuil onder een laag bearnaisesaus met daarin een flinke lap bruin gegrild vlees. De gepofte aardappel zit verpakt in opengesneden aluminiumfolie waaruit een lepeltje steekt. Het geheel doet sterk denken aan 1979. In de wereld van het familierestaurant is Wina Born kennelijk nog een ijkpunt.

Ook het door ons beiden uitverkoren nagerecht grijpt terug op andere tijden, maar wat is er mis met Hollandse aardbeien (uit het nabije Westland, neem ik aan) met vanilleroomijs? Ik had ook ijs met chocoladesaus en advocaat kunnen nemen, maar desgevraagd bleek de advocaat niet in eigen keuken gemaakt: „Nee, haha, die komt uit een potje.”

Hetzelfde vermoedden wij al van de eerdere dressings en sauzen. Weg met die poeders en potjes, zou ik zeggen, en doe dan meteen Wina Born de deur uit. Je zult zien dat er dan ruimte ontstaat voor de spirit en durf die deze keuken ontbeert.

    • Frank van Dijl