Stukjes

Ook voor popartiesten is het leven er niet eenvoudiger op geworden sinds de aanslag in het Parijse Bataclantheater. Kan hún ook zoiets overkomen tijdens een optreden? Zij zullen het zich op sommige momenten ongetwijfeld afvragen.

Mijn dochter merkte dat toen ze onlangs voor de website van het popmagazine Heaven verslag deed van een optreden van de blueszangeres Bonnie Raitt, een oude (inmiddels 63), roodharige liefde van haar vader – maar dit enigszins terzijde. Raitt gaf met haar band een indrukwekkend optreden in het Brusselse Koninklijk Circus. Tussen de nummers door praatte ze wat tegen het publiek waarbij ze enkele kritische opmerkingen over Donald Trump maakte, zoals: „In America it is so insane right now, we need all the help we can get.”

Op dat moment begon een man, vermoedelijk een Amerikaan, in de zaal luid tegen haar te schreeuwen. Met het nodige misbaar verliet hij de zaal. „Ze reageerde niet, maar je zag haar schrikken en het duurde zeker twee nummers voor ze zich helemaal hersteld had”, vertelde mijn dochter.

Arme Bonnie! Altijd al te links geweest naar Amerikaanse maatstaven.

Op de Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan had een schilder zijn karwei aan een gevel net voltooid, toen de vrouwelijke bewoner tegen hem zei: „Dat ziet er weer mooi uit, hoe lang denk je nou dat het houdt?”

„Nou”, zei de schilder, „dat ligt er maar aan hoe vaak ze tegen de gevel pissen. In pis zit veel ammoniak en dat bijt uit als de ziekte – daar is niks tegen bestand. En dat kan morgen al gebeuren, maar ook vandaag.”

In de Kringloopwinkel stond een oude man ingespannen de schappen met afgedankte boeken af te zoeken. Een andere man, ongeveer van dezelfde leeftijd, volgde hem met zijn blik en vroeg opeens: „Ben je een verzamelaar?”

„Eigenlijk wel”, zei de oude man. „Ik kom net van de Tweede Ronde aan de Postjesweg en daar heb ik voor 35 euro Zola gekocht. Goed hoor!” „Je moet er plaats voor hebben”, zei de ander. „Dat heb ik altijd wel”, glimlachte de verzamelaar. „Ik niet”, zei de ander, „voor elk boek dat ik meeneem moet ik van mijn vrouw een boek terugbrengen.” „U heeft een vrouw, ik niet”, zei de verzamelaar. „Ik kwam vroeger thuis bij mijn geschiedenisleraar”, zei de ander, „en die had de boeken al in zijn gang rechtop omhoog tegen de muur staan. Zo ging het in alle kamers door.” „Zo iemand ben ik ook”, zei de verzamelaar. „Het was een eigenaardige man”, zei de ander, „hij liep altijd op heel schuin afgesleten zolen en dan zei hij: ‘Dat komt omdat de wereld rond is.’”

De verzamelaar lachte meewarig en zei: „Meneer, nog een interessante middag.”

De moeder liep moeizaam met haar twee kinderen aan de hand over een smalle stoep. Het meisje wilde steeds stil blijven staan bij nieuwe wereldwonderen, het jongetje sleurde haar tegelijkertijd vooruit. Hij was een jaar of tien, de leeftijd waarop jongetjes een niet te onderschatten kracht beginnen te ontwikkelen.

„Ik wil later geen kinderen”, riep het jongetje opeens uit, „ik wil alleen geadopteerde kinderen.” „Waarom?”, vroeg de moeder. „Omdat ik dan een vrouw moet nemen”, zei het jongetje. „Wat is daar mis mee?”, vroeg de moeder. „Omdat die allemaal zeuren”, zei het jongetje. De moeder bleef staan. „Zeuren?”, vroeg ze, „hoezo?”

    • Frits Abrahams