Scholieren en vluchtelingen

‘Is dat een Nederlander, die Jean-Claude Juncker?” Een 4-vwo-klas van het Melanchthon Schiebroek krijgt les van een ambtenaar over Europa. Het eerste gedeelte bestaat uit een quiz. Wie is de voorzitter van de Europese Commissie, is een van de vragen. Op één jongen na rent iedereen naar de hoek van de klas voor antwoord A: Jeroen Dijsselbloem. Van Juncker heeft niemand gehoord. Dat hij het als Luxemburger toch is, vinden de leerlingen maar verwarrend. Nederland was toch voorzitter van de EU?

Vanwege dat voorzitterschap geeft rijkstrainee Leoni de gastles. De afgelopen zes maanden gingen ambtenaren langs verschillende scholen in Nederland, om met leerlingen over Europa te praten.

Op het Melanchthon Lyceum weten ze van Europa best veel. Tijdens de quiz worden veel vragen goed beantwoord: wat de doelstellingen zijn van de EU, bijvoorbeeld. En hoe hoog de jeugdwerkloosheid er is (23,5 procent). Als Leoni de klas vraagt wat ze van de EU en de vluchtelingencrisis weten, vat een leerling bondig samen: „Ze zijn bezig met vluchtelingen opvangen alleen dat is allemaal een beetje moeilijk.”

Het onderscheid tussen Raad, Parlement en Commissie is ingewikkelder. Een YouTube-filmpje moet helderheid verschaffen. Maar de voice-over zeg: „Er is niet maar één raad, er zijn er een heleboel.” „Jezus”, verzucht een jongen in de klas.

Europaatje spelen is het leukste onderdeel. Twee leerlingen vormen een koppel en zijn samen een land. Alle landen tezamen moeten tijdens een vergadering de vluchtelingencrisis oplossen. De voorzitter en zijn politiek assistent leiden de discussie.

„We hebben geld nodig”, zegt Polen. „Anders hebben ze het bij ons niet beter dan in Syrië.” Turkije: „We vinden het oneerlijk alle problemen af te wentelen op één land.” Europese Commissie: „We moeten de samenwerking verbeteren en grenscontroles op lange termijn voorkomen.” „Zweden heeft genoeg gedaan.” Polen houdt voet bij stuk: meer geld. Zweden zit met zijn schoenen op tafel. Polen zegt: we willen zélf een voorstel doen over hoeveel vluchtelingen we opnemen. De Europese Commissie schreeuwt: nou doe dan een voorstel! 7.000, zegt Polen. Je kan niet in je eentje bepalen dat 7.000 goed is, snauwt de Commissie terug. En dan: je kan ook geld vrijmaken voor mensen die het slechter hebben in plaats van alleen maar aan jezelf denken. Polen: „Moeten we onze burgers laten doodgaan van de honger?”

Na de discussie praten ze na. Wat viel op? „Het ging om geld en aantallen en niet om menselijkheid voor de vluchtelingen zelf”, zegt een jongen. Een ander: „Je ziet dat veel landen hetzelfde vinden. Maar als één land het er niet mee eens is, gaat het niet door.”

De voorzitter besluit: „Op zich was iedereen het wel eens. Maar elk land was zo op zichzelf gericht, dat ze dat niet hoorden.”

    • Mirjam Remie