Rauwe wol en oudhollands Staphorst bij mannenmode in Parijs

De lente/zomercollectie 2017 van Dries van Noten, Rick Owens, Louis Vuitton en Walter van Beirendonck.

Louis Vuitton Men's Spring Summer 2017 AP Photo/ Thibault Camus
AP Photo/ Thibault Camus

Louis Vuitton. AP Photo/ Thibault Camus

AFP Foto/ Patrick Kovarick

Rick Owens. AFP Foto/ Patrick Kovarick

AFP PHOTO/ Francois Guillot

Walter Van Beirendonck. AFP PHOTO/ Francois Guillot

AFP Foto

Dries van Noten. AFP Foto

Vlak na de show van de mannencollectie voor voorjaar 2017, donderdag in Parijs, pakt ontwerper Dries Van Noten in de bloedhete backstageruimte een jas uit de rekken: een lange patchwork parka waar alle stoffen die hij in de collectie heeft gebruikt zijn verwerkt. Over die stoffen – vele met dessins uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw – zijn met stiksels rechte strepen gemaakt, wat het effect van een gewatteerde stof geeft.

“Ik wilde dit keer geen pailletten en borduursels gebruiken en zocht naar een nieuwe manier van versieren”, zegt Van Noten, terwijl hij de jas voor zich houdt en details aanwijst. “Dus ik keek maar textielkunstenaars uit de jaren zestig en zeventig.” O, en hij wil graag nog iets laten zien. Hij loopt weg en komt terug met een pak van donkerblauwe wol met een krijtstreep. De wol, vertelt hij, is van de meest rauwe en onbewerkte soort die je kunt vinden: gesponnen en geverfd, maar verder niet bewerkt.

Uitzondering
Dries Van Noten is een uitzondering aan het worden in de modewereld, en dat geldt voor zowel de man als voor het modehuis. Het is een van de weinige grote merken die nog worden bestierd door de oprichter zelf, en hij is een van de weinige ontwerpers die al tientallen jaren – dit jaar precies dertig– dezelfde baan hebben. Bij de grote modehuizen wisselen de hoofdontwerpers elkaar tegenwoordig zo snel af, dat nieuwe benoemingen zelden nog echte opwinding veroorzaken. Een uitzondering misschien die van de vrouwelijke helft van het succesvolle duo dat nu verantwoordelijk is voor Valentino, Maria Grazia Chiuri bij Christian Dior – het nieuws werd gisteren bekend.

Die hoofdontwerpers zijn soms wel verantwoordelijk voor wel acht collecties per jaar, en hebben er soms nog een eigen merk naast, waardoor voor hem het onmogelijk wordt zich nog persoonlijk met elk kledingstuk te bemoeien. De betrokkenheid van Dries Van Noten, die elk kledingstuk en elke stof door zijn handen laat gaan, kom je niet vaak meer tegen.

In zijn hang naar ambachtelijkheid staat Van Noten echter niet alleen. Handwerk is een trend bij de Parijse mannenmodeweek. En dan niet perse hoogstandjes waarvoor je naar een haute-couture-atelier moet, maar die van het artisanale, huisgemaakte soort. Van Noten liet naast patchwork ook handgebreide en -geweven truien en ceintuurs van macramé zien (Truien in een zomercollectie? Jazeker. Het klassieke seizoen wordt steeds minder belangrijk, nu voorjaarscollectie vaak al in januari in de winkel liggen).

Opgeruwd zeekrokodillenleer
De show van Louis Vuitton opende met een trenchcoat van opgeruwd zeekrokodillenleer en andere onbetaalbare luxe, en maar wat vooral opviel waren de poezelige mohair truien, luxe versies van de door hun moeder gebreide exemplaren die jongens in de jaren tachtig droegen.

Geen handgebreide truien en macramé in de voorjaarscollectie van Rick Owens, wel onversneden textielkunst. Boven kunstig gevouwen en geplooide broeken met extreem wijde ‘olifantspijpen’, kwamen zeer korte en strakke leren jasjes (de commercieelste stukken uit de collectie) dan wel ingewikkeld gedrapeerde tops, die soms deden denken aan wandkleden, soms aan de ontwerpen van de beroemde couturier Madame Grès – maar dan voor mannen.

Ambachtelijkheid en kleinschaligheid zijn al sinds jaar en dag de unique selling points van Walter van Beirendonck, die al net zo lang bezig is als Dries Van Noten. In zijn voorjaarscollectie kwam ambachtelijkheid in meerdere gedaanten: jasjes en tops waren versierd met linten, die soms gebruikt waren om een gezicht op jasjes aan te brengen, en vaak vrolijk achter de kledingstukken aanwapperden. In transparante truien waren door een Parijse specialist kraaltjes meegebreid die bloemen, smileys en w’s vormden. De Brusselse kunstenares Jacqueline Lecarme, die beelden maakt van plastic haaraccessoires, had voor hem van kammen en klemmen tops met gezichten gemaakt. En dan was er ook nog oudhollands ambacht. Crafts Council Nederland, een organisatie die oude technieken wil bewaren voor de toekomst, had Van Beirendonck benaderd om een dessin in de Staphorster traditie te ontwerpen. Het werd er een met, inderdaad, smileys en w’s, dat geheel met de hand voor hem werd ‘gestipt’ door een vakman in het gereformeerde dorp.

Instagram: Milou van Rossum
    • Milou van Rossum