Pierre Audi verruilt De Nationale Opera voor Festival International D’Art Lyriques in Aix

Pierre Audi (58), artistiek directeur van De Nationale Opera, legt in september 2018 na precies dertig jaar zijn functie neer.

Pierre Audi Foto: ANP/ Robin van Lonkhuijsen

Pierre Audi (58), directeur van De Nationale Opera, legt in september 2018 zijn functie neer. Hij wordt dan directeur van het Festival International d’Art Lyriques in Aix-en-Provence, als opvolger van Bernard Foccroulle. Dat maakten De Nationale Opera en de Franse cultuurminister Audrey Auzoulay vanmiddag bekend. Het drieweekse, Zuid-Franse zomerfestival (budget van 22 miljoen euro) geldt als een van de smaakmakendste podiumkunstenfestivals in Europa. Foccroulle had eerder aangekondigd al in 2017 op te stappen, maar Audi wilde zijn vertrek uit Amsterdam graag opschorten tot 2018, het jaar waarin hij precies dertig jaar directeur is. Foccroulle zal daarom ook de festivaleditie van 2018 nog programmeren.

Dark Horse
Audi gaat zijn nieuwe betrekking in Aix combineren met de artistieke leiding over de Park Avenue Armory in New York, waar hij afgelopen oktober aantrad. Andere namen die rond zoemden voor de functie in Aix waren onder anderen die van John Berry, voormalig leider van de English National Opera en Caroline Sonrier, huidige directeur van de Nationale Opera van Lille.

De komende twee seizoenen blijft Audi dus gewoon nog aan als directeur van De Nationale Opera. Ook regisseert hij in 2019 nog de monumentale operacyclus Aus Licht van componist Karlheinz Stockhausen, een kostbaar en prestigieus megaproject dat wordt ontwikkeld in samenwerking met het Holland Festival en het Koninklijk Conservatorium Den Haag.

Met Audi’s vertrek komt bij De Nationale Opera een einde aan een voor de podiumkunstenwereld uniek langdurig era onder één artistiek leider. Toen hij in 1988 werd benoemd, gold hij als een `dark horse´. Het Muziektheater (nu Nationale Opera & Ballet) was net opgeleverd, de Nederlandse Opera een noodlijdend bedrijf. De toen 30-jarige Frans-Libanese Audi – een in Oxford opgeleide, in Parijs getogen en in Beiroet geboren bankierszoon – had toen nog geen ervaring met opera. Maar hij had in zijn eigen, op 22-jarige leeftijd gestichte, avant-gardistische Almeida Theatre in Londen wel getoond te beschikken over enorme potentie als vernieuwer, initiator en verbinder. „Al in het eerste gesprek viel ik voor hem”, zei Truze Lodder, zakelijk directeur van De Nationale Opera tussen 1987 en 2012, eerder in deze krant. „Van alle kandidaten riep hij verreweg het meeste geloof in de toekomst op. Door zijn persoonlijkheid en door zijn intelligentie.”

Internationaal geroemd
Mét Lodder bouwde Audi het gewonde en noodlijdende operabedrijf op tot het gerenommeerde huis dat het nu is, met een internationaal geroemde, avontuurlijke programmering van barok tot heden. Daarbij realiseerde Audi zelf, als regisseur, een groot contingent van de voorstellingen waarmee het huis zich die plek verwierf. Opzienbarend waren o.a. zijn producties van opera’s van Claude Vivier, Olivier Messiaen (St. Francois d’Assise) , Louis Andriessen en Arnold Schönberg. Zijn Monteverdi-cyclus, uitgebracht in een tijd dat de opera’s van Monteverdi nog niet zo regelmatig te zien waren, trok de aandacht door de uitgebeende, elementaire eigen stijl. Ook Audi’s monumentale “high-tech”- enscenering van Wagners operavierluik Der Ring des Nibelungen (met de onvergetelijke decors van George Tsypin), in 1997 voor het eerst te zien februari 2014 voor de laatste maal hernomen, was een van dé hoogtepunten in de geschiedenis van De Nationale Opera. Maar Audi wist ook belangrijke regisseurs aan Amsterdam te binden, zoals Willy Decker, Claus Guth en Simon McBurney (om er maar enkele te noemen), en strikte kunstenaars als Anish Kapoor, Jannis Kounellis, Georg Baselitz, Karel Appel en Jonathan Meese voor decorontwerpen.

Audi bleef langer bij DNO dan menigeen verwachtte. Daarop was soms kritiek. Hij was in de race voor het leiderschap over verscheidene andere internationale huizen en festivals, waaronder de Salzburger Festspiele en La Scala in Milaan. Ook combineerde hij DNO tien jaar lang met het artistiek leiderschap van het Holland Festival én was en is hij vaak op reis voor gastregies elders ter wereld. Dat kwam zijn benaderbaarheid en aanwezigheid ,,op kantoor” niet steeds ten goede.

Afscheid in stijl
Het was ook onder Audi’s bewind dat DNO steeds meer producties ging ontwikkelen in samenwerking met andere huizen en festivals, waaronder Aix-en-Provence. De huidige intendant, Bernard Foccroulle, memoreerde in zijn felicitaties vanmiddag juist die samenwerkingen, waaronder George Benjamins Written on Skin, Händels Ariodante en Stravinsky’s Le Rossignol.

Dat Audi zijn Amsterdamse tijd straks afsluit met een uitroepteken, is typerend. Stockhausens Aus Licht is als cyclus nooit ergens anders te zien geweest. Niet veel operahuizen zouden het ook aandurven 29 uur avant-garde te brengen op zeven avonden. Maar Audi kweekte in Amsterdam – zowel bij DNO als het Holland Festival - een publiek voor vernieuwend muziektheater. Aus Licht zal een afscheid in stijl zijn, waarmee Audi van Amsterdam opnieuw even het brandpunt van de internationale operawereld maakt.

Met zijn vrouw en 3-jarige dochtertje blijft Audi in Amsterdam wonen.

    • Mischa Spel