OM in cassatie in zaak Mohamed B.

B. werd maandag veroordeeld tot één jaar cel voor het inwinnen van informatie om explosieven te maken.

Het nieuwe gebouw van de Hoge Raad der Nederlanden Foto Lex van Lieshout/ANP XTRA

Het Openbaar Ministerie (OM) stapt naar de Hoge Raad in de zaak Mohamed B. B werd maandag in hoger beroep veroordeeld tot één jaar cel voor het “trachten inlichtingen te verzamelen en het verwerven van kennis omtrent het maken van explosieven”. Aangezien er geen concreet plan voor een aanslag gevonden was, werd de 28-jarige Marokkaanse Nederlander vrijgesproken voor voorbereiding van terroristische misdrijven, waarop een hogere celstraf staat.

Het OM gaat niet akkoord met de hoogte van de straf, en gaat nu in cassatie. Volgens het OM heeft het hof maandag de eis van voldoende concreetheid van het beoogde terroristische misdrijf te strikt geïnterpreteerd. De Hoge Raad zal in cassatie beslissen of de beschikbare informatie inderdaad concreet genoeg is om B.’s acties te kunnen labelen als voorbereiding van terroristische misdrijven.

Touwtrekkerij

B. werd in oktober 2014 gearresteerd na tips van de AIVD. Hij deed zich in onlinechats voor als een jihadganger die naar Syrië wilde afreizen en vroeg in die chats meerdere malen om instructievideo’s om een bom te maken. Hij had een eed van trouw gezworen aan de leider van IS, Abu-Bakr al-Baghdadi.

Toch werd B. in september vrijgesproken door de rechtbank in Rotterdam. De rechter accepteerde het pleidooi van B.’s advocaat dat B. zich weliswaar in online chats had voorgedaan als iemand met plannen om naar Syrië te reizen, maar dat hij dat vooral deed om stoer over te komen. Deskundigen vonden dat B. inderdaad soms in een fantasiewereld opgaat.

Tegen die uitspraak ging het OM in hoger beroep. Maandag vond de rechtszaak plaats en werd B. dus veroordeeld tot één jaar celstraf.

    • Floortje Rawee