Opinie

    • Mirjam de Winter

Lijkenpikkerij

In Oostvoorne heb ik ooit een man ontmoet die zijn hele leven met de nek was aangekeken door zijn dorpsgenoten omdat ze zijn vader beschuldigden van lijkenpikkerij na de scheepsramp met de Berlin, het stoomschip dat in 1907 verging op de pier van Hoek van Holland. De veerboot uit Harwich (voorloper van de Stena Line) was tijdens een stormachtige februarinacht vastgelopen op de Noorderpier en in tweeën gebroken. Van de 144 opvarenden kwamen er 128 om het leven, van wie een behoorlijk aantal aanspoelde op de oevers van het tegenovergelegen Oostvoorne. De Oostvoornse lijkenpikker zou volgens de geruchten zo veel omgekomen passagiers hebben bestolen dat hij er een flinke boerderij van heeft kunnen kopen.

Het was door deze dorpsroddel dat ik voor het eerst hoorde over de ‘vergeten’ scheepsramp van Hoek van Holland. Een ramp die het wereldnieuws haalde, ook doordat Prins Hendrik hielp bij de redding van tientallen passagiers die op het achterdek waren achtergebleven. De ramp had een enorme impact op de Hoekenezen, die maandenlang druk waren met het bergen van de lichamen.

Maar het trok ook vele ramptoeristen en strandjutters met minder goede bedoelingen. Al is er nooit officieel onderzoek naar gedaan, in de kranten werd direct na het ongeluk al geschreven over lijkenpikkerij, zoals blijkt uit een ingezonden brief in de Nieuwe Rotterdamsche Courant uit 1907: „Toen ik langs het strand wandelde, gebeurden daar allerlei dingen die me met afgrijzen vervulden. Zodra er een lijk was aangespoeld, wierpen strandjutters zich als gieren op hun prooi. Ze rukten de ringen van de vingers, en ontnamen geld en horloges.”

Op dat zelfde strand van Hoek van Holland vond ik vorige week een dood bruinvisje, een kalfje van hooguit een paar dagen oud. Aangezien ik dacht dat het bijzonder was, stuurde ik een sms-je naar Kees Moeliker, directeur van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. Of ik het lijkje mee zou nemen voor zijn museum? Wachtend op een antwoord, moest ik in de tussentijd het diertje bewaken met mijn leven. Voorbijgangers doken er als aasgieren bovenop: kinderen wilden hem aaien, wandelaars wilden hem begraven, dronkenlappen uit een strandtent wilden ermee op de foto.

Uiteindelijk liet Moeliker weten geen interesse te hebben: er liggen al genoeg bruinvissen in de vrieskist van zijn museum. Ik was opgelucht, want hoe had ik het kalf (zo’n 80 cm lang) over een druk strand moeten meesjouwen naar mijn auto? En wat zouden al die mensen wel niet gedacht moeten hebben van deze lijkenpikkerij? Dus heb ik hem achtergelaten bij de ramptoeristen, en zag hem nog diezelfde avond in allerlei handen en standen voorbijkomen op Twitter en Facebook.

    • Mirjam de Winter