Kokkels en mossels kunnen elkaar met kanker besmetten

Schelpdieren kunnen elkaar besmetten met kankercellen. Zulke besmettelijke kanker komt niet vaak voor in het dierenrijk.

Gouden tapijtschelpen, opgevist voor de kust van het Spaanse Galicia. Foto David Iglesias

Mossels, kokkels en andere schelpdieren lijden aan besmettelijke kankers. Kankercellen die in het ene weekdier woekeren, kunnen overspringen naar het andere dier en daar uitgroeien tot tumor. Dat schrijven Canadese en Amerikaanse biologen woensdag in Nature.

In de rest van het dierenrijk zijn besmettelijke kankers uiterst zeldzaam. De bekendste is een besmettelijke kanker die Tasmaanse duivels teistert. Dit is iets anders dan kankers die door virusbesmetting worden veroorzaakt, zoals de papillomavirussen (HPV) die bij mensen baarmoederhalskanker kunnen veroorzaken.

De onderzoekers vonden besmettelijke kankercellen bij drie tweekleppige schelpen: Amerikaanse mossels (Mytilus trossulus), gouden tapijtschelp (Polititapes aureus) en gewone kokkels (Cerastoderma edule). Het team had het bestaan van overdraagbare kanker al eerder aangetoond bij strandgapers (Mya arenaria).

Tweekleppige schelpen lijken daarmee buitengewoon gevoelig voor de tumorcellen van een ander.

Schelpdierkanker is meestal leukemie. De cellen woekeren eerst in het hemolymfe, het ‘bloed’ van schelpdieren en zaaien later uit door het hele lijfje. Meestal is dat dodelijk. Met het blote oog is niet te zien dat een schelpdier kanker heeft.

Weekdierkenners wisten al een tijdje dat kanker kan ‘uitbreken’ onder schelpen. In de ergste gevallen sterven complete schelpenbanken of havenpopulaties. Lange tijd dachten biologen dat er een virus achter de kankeruitbraken zat. Viroloog Stephen Goff van Columbia University ging daarom in eerste instantie op zoek naar kankerveroorzakend virus bij strandgapers.

„Het aha-moment kwam toen we zagen dat alle tumoren genetisch identiek waren”, laat Goff per e-mail weten. „Tegelijkertijd zagen we dat het DNA niet overeenkwam met dat van de dieren zelf.”

De kankercellen van de gouden tapijstchelp bleken vreemd genoeg afkomstig van een ándere soort tapijtschelp (Venerupis corrugata). Deze tapijtschelpen komen in dezelfde schelpbanken voor maar krijgen vrijwel nooit kanker, terwijl bijna 42 procent van de onderzochte gouden tapijtschelpen sporen van kanker vertoonde.

Het is nog niet duidelijk hoe de schelpdieren kanker op elkaar overdragen, maar het ligt voor de hand dat ze elkaar via zeewater besmetten. Goff: „In het lab zien we dat de kankercellen een poos in het zeewater kunnen overleven.”

Als de besmettelijke kanker van schelpsoort op schelpsoort kan overspringen, vormen de tumorcellen dan mogelijk een gevaar voor mensen? Nee, mailt Goff resoluut. „Er is geen enkel risico voor mensen, zelfs niet voor personen met een verzwakt immuunsysteem. Er is geen enkel bewijs voor overdracht buiten weekdieren.”

    • Lucas Brouwers