Recensie

J.C. Bloem onder de morele maaimachine van het Alphense CDA

Hij dacht dat een paar gedichten genoeg zouden zijn voor de rechtvaardiging van een bestaan – maar dan kan je beter geen Alphenaar zijn. In die thuishaven voor tevredenen of legen wordt het J.C. Bloemjaar (50 jaar dood) in de knop gebroken. Bloem werd geboren in Oudshoorn, een dorpje ter grootte van een krant dat inmiddels door Alphen is opgeslokt. In Alphen stond de initiatiefgroep Dichter bij Bloem klaar om iets te organiseren, in elk geval op Monumentendag. ‘Dichters, performers, poëzie-liefhebbers en iedereen die Bloem óók een warm hart toedraagt krijgt nu de kans iets leuks met de gedichten van Bloem te doen. Dat kan bijvoorbeeld in of bij een van de opengestelde monumenten, in de sfeer van een straattheater in de openbare ruimte, of als onderdeel in een orgelconcert. Om de laatste drempels weg te nemen, heb je de mogelijkheid om deel te nemen aan een workshop ‘Declameren kun je leren’.’

Alles is veel voor wie niet veel verwacht en de gemeente vond het een leuk idee (citymarketing!). Aanvankelijk. Tot de plaatselijke wethouder Van Velzen (CDA) research liet doen en de brave Bloemliefhebbers te horen kregen – ik citeer het AD: ‘De gemeente kan zich niet committeren aan zijn levenswijze. Jullie hebben toch ook op Wikipedia kunnen lezen dat hij niet van onbesproken gedrag was?’ Bloem was even lid van de NSB (en na de oorlog van de PvdA – misschien mag dat ook niet in Alphen). En ooit schreef hij aan een collega-dichter dat hij zich aangetrokken voelde tot jonge meisjes – genoeg bewijs voor de morele maaimachine van het Alphense CDA.

Die informatie had de wethouder ook best kunnen lezen in de Bloem-biografie van Bart Slijper, die hij had kunnen lenen in de plaatselijke bibliotheek aan de Troubadourweg. Oh nee, want die bibliotheek heeft de gemeente twee jaar geleden gesloten! In het filiaal werd J.C. Bloem overigens geëerd met een houten object plus bronzen Bloemkop. Vier meter hoog was het, van Ingrid Rollema en Ger Hofland. Bij de verhuizing van de bibliotheek belandde het kunstwerk tijdelijk in een depot, waarna het onvermijdelijke gebeurde, aldus een gemeentevoorlichter: „In de periode van de fusie met Boskoop en Rijnwoude zijn veel spullen overbodig geworden en afgevoerd. Het werk is vernietigd.” Zoals werd voorspeld in deze regels van Bloem, die in het hout gekerfd stonden.

Maar het vergankelijke kent geen keer

Dan in de opstanding der herinneringen:

Gisteren is even ver als deze dingen:

In het verleden is de tijd niet meer.

    • Arjen Fortuin