‘Ik geef de verkrachte vrouwen een stem’

Janine di Giovanni legde vier jaar lang als oorlogsverslaggever in Syrië de getuigenissen vast van slachtoffers van verkrachting en marteling. ‘Het duurt altijd even voordat mensen toegeven dat hun leiders tot gruwelen in staat zijn.’

Foto Rannjan Joawn

‘De dingen die ik heb gezien… Ik kan het niet vergeten… Ik heb gezien… hoe een andere gevangene werd verkracht… hoe een man werd verkracht. Ik heb het gehoord… Weet je hoe het is om een man te horen gillen?’ Zo vertelt de Syrische activist Nada haar verhaal aan Janine di Giovanni. Dan slaat ze haar hand voor haar mond, rent naar de badkamer en begint over te geven. Nada’s vriendin, die ook bij het gesprek is, vertelt dat Nada zelf is verkracht, maar dat ze dat nooit zal toegeven. Wanneer ze praat over wat anderen meemaakten, gaat het eigenlijk over haarzelf.

Nada’s relaas is een passage uit het boek De dag dat ze ons kwamen halen van de Amerikaanse oorlogsverslaggever Janine di Giovanni. Vorige maand won ze er de Courage in Journalism Award mee, van de International Women’s Media Foundation.

Nada, die de sociale media coördineerde voor de Syrische oppositie en door de regering werd opgepakt, is een van de honderden mensen die ze sprak sinds ze in mei 2012, een jaar na het begin van de oorlog in Syrië, voor de eerste keer de Syrische hoofdstad Damascus bezocht. „Het conflict werd steeds gewelddadiger”, vertelt ze telefonisch. „Een vriendin van me was daar net vermoord en ik wilde kijken wat ik er zou aantreffen.”

‘Als terugkwam uit Bosnië, trok ik een cocktailjurkje aan en ging ik door naar een feestje’

Rond die tijd verdwenen hier en daar Syriërs. Maar toch was het voor velen nog te vroeg om te accepteren dat hun land in oorlog was. „Het duurt altijd even voordat mensen kunnen toegeven dat hun leiders tot verschrikkelijke dingen in staat zijn. Dat zit in de menselijke natuur.” Zo eindigde Di Giovanni op een poolparty waar gedanst werd en Libanees bier werd gedronken, terwijl op de achtergrond rook verscheen uit de bestookte wijken.

Kort daarna liep ze door straten met rottende lichamen.

Vier jaar lang vloog Di Giovanni op en neer naar Syrië om in vluchtelingenkampen, ziekenhuizen, en opvangplekken – vaak in het geheim – slachtoffers van marteling te spreken en hun getuigenissen vast te leggen. „Ik heb boekenplanken vol notitieblokken”, zegt ze. Ze vormen de basis van haar boek.

De Amerikaanse oorlogsverslaggever, die sinds eind jaren tachtig verslag deed van oorlogen in onder meer Bosnië, Irak, Afghanistan, Sierra Leone, Somalië, Kosovo en Libië, is sinds drie jaar Midden-Oosten redacteur van het Amerikaanse weekblad Newsweek. „Ik werk op onze redactie in Parijs”, vertelt ze, en dan lachend: „vanuit mijn woonkamer”. Ze heeft voor de grootste internationale kwaliteitsmedia gewerkt. „Toch zie ik mezelf niet als journalist”, zegt ze.

Waarom zou u geen journalist zijn?

„Het klinkt misschien pretentieus, maar ik ben meer onderzoeker en analyticus. Als ik met mensen in oorlogsgebieden praat, dan zoek ik naar rechtvaardigheid. Ze kunnen dat nog een beetje krijgen als hun verhalen worden gedocumenteerd. Ik verzamel al het bewijs, maar die details zijn moeilijk te krijgen van een vrouw die in een isoleercel heeft gezeten en is verkracht. Dat vereist een bepaalde gevoeligheid. Daarom heb ik ook moeite met journalisten die even naar zo’n conflictgebied worden uitgezonden en na aankomst meteen een camera in iemands gezicht duwen en vragen hoe die zich voelt.”

De getuigenissen die Di Giovanni deelt in haar boek zijn zo gruwelijk dat het soms lastig is om ze aan een stuk door te lezen. Zo schrijft ze dat in 2012 de eerste berichten opdoken over massaverkrachtingen in Syrië, door beide partijen, maar vooral door mannen loyaal aan president Bashar al-Assad. Leden van Assads paramilitaire eenheden, de Shabiha genoemd, gebruiken verkrachting om angst aan te wakkeren in steden en dorpen, waardoor mensen wegvluchten.

Hier een passage over de 37-jarige onderwijzeres Shaheeneez. Op weg naar een congres in het buitenland werd ze opgepakt, ze denkt vanwege haar politieke activiteiten.

‘Het duurde allemaal nog geen halfuur. Nadat ze het touw om mijn handen hadden losgemaakt en de blinddoek hadden afgedaan, voelde ik bloed tussen mijn benen.’ Ze wist niet of het harde ding dat ze had gevoeld een voorwerp was waarmee ze haar hadden gepenetreerd of een penis. Ze was nog maagd geweest.

Toen Shaheeneez het aan haar verloofde vertelde, zei hij dat hij niet meer met haar kon trouwen en op zoek ging naar een reine vrouw.

Hoe kunt u dit soort verhalen aanhoren als het lezen ervan al moeilijk is?

„Door ze aan te horen en op te schrijven krijgen deze vrouwen een stem. Dat helpt. Ze zijn niet meer alleen in hun kwelling.”

Naast de verkrachtingen staan er in mijn boek veel getuigenissen van mensen die gemarteld zijn. De meest verschrikkelijke is die van de 24-jarige rechtenstudent Hoessein. Ze heeft het verhaal besproken met een Syrisch-Amerikaanse arts die het niet geloofwaardig vindt. Onderzoekers van Human Rights Watch die veel in Syrië hebben gewerkt, vinden dat wel. Tijdens zijn marteling kreeg Hoessein shocktherapie, werd er in zijn penis gesneden, en werd zijn lichaam, zonder verdoving, opengesneden. Zijn getuigenis:

‘Toen tilden ze iets uit mijn lichaam, ik voelde het trekken. Het waren mijn darmen. Ze rekten ze uit in hun handen en legden ze naast mijn lichaam neer. Ze maakten grappen over hoeveel de rebellen aten en hoeveel voedsel er in mijn darmen zat. Toen naaiden ze me weer dicht, maar heel onbehouwen. Overal zat bloed en huid.’

„Hoe kun je na zoiets verder met je leven?” zegt Di Giovanni. „En het bizarre; er was geen woede in hem te bekennen, noch wraakzucht. Hij voelde alleen verdriet voor zijn land en wat ervan moest terechtkomen.” In haar boek schrijft ze dat er nog zo’n 38.000 Syriërs vastzitten. Hun families weten vaak niet waar en waarom.

Hoe is iemand tot marteling in staat?

„De slachtoffers van marteling worden volledig ontmenselijkt. Daders zien hen niet als mensen, maar als terroristen. Waarschijnlijk zijn ze zelf in het verleden ook mishandeld. Ik heb met Israëlische psychologen gesproken over hoe het kan dat Israëliërs, die in het verleden slachtoffer waren van genocide, Palestijnen zo kunnen mishandelen. Ze noemen dan meteen het abused child syndrome. Als je geslagen bent door je ouders is de kans groot dat je zelf ook je kind gaat slaan.”

Is het lastig schakelen tussen de twee werelden waar u in leeft?

„Toen ik terug was uit Bosnië, woonde ik nog in Londen. Dan kwam ik uit een oorlogsgebied, trok ik een cocktailjurkje aan en ging ik door naar een feestje. Daar vroeg iedereen meteen hoe het was. Ik heb het er dan niet over. Ik ben gek op wat ik doe, ik geloof erin en vind het bevredigend. Maar ik heb een zoon, en in Parijs wil ik een normaal leven leiden; ik ga naar de supermarkt, naar de sportschool, ik kijk series als The Americans en House of Cards. Ik kan niet achtervolgd worden door Kinshasa, Gaza en Aleppo. Ik moet dat wat daar gebeurt achter me laten.”

    • Maral Noshad Sharifi