‘Ik geef al die vrouwen een stem’

Janine di Giovanni Foto RANNJAN JOAWN

‘D e dingen die ik heb gezien... Ik kan het niet vergeten... Ik heb gezien... hoe een andere gevangene werd verkracht... hoe een man werd verkracht. Ik heb het gehoord… Weet je hoe het is om een man te horen gillen?’ Aan het woord is de Syrische activiste Nada, die haar verhaal doet aan Janine di Giovanni. Ineens slaat ze haar hand voor haar mond, rent naar de badkamer en begint over te geven. Nada’s vriendin, die ook bij het gesprek is, vertelt dat Nada zelf is verkracht, maar dat nooit zal toegeven. Als ze praat over wat anderen meemaakten, gaat het eigenlijk over haarzelf.

Nada’s relaas staat in De dag dat ze ons kwamen halen van de Amerikaanse oorlogsverslaggever Janine di Giovanni. In mei kreeg ze de Courage in Journalism voor dit boek.

Nada, die de sociale media coördineerde voor de Syrische oppositie en door de regering werd opgepakt, is een van de honderden mensen die Di Giovanni sprak, sinds ze in mei 2012, een jaar na het begin van de oorlog in Syrië, voor het eerst de Syrische hoofdstad Damascus bezocht. „Het conflict werd steeds gewelddadiger”, vertelt ze telefonisch. „Een vriendin van me was daar net vermoord en ik wilde kijken wat ik er zou aantreffen.”

Rond die tijd verdwenen hier en daar Syriërs en hoorde je meer gefluister op straat. Maar toch was het voor velen nog te vroeg om te accepteren dat hun land in oorlog was. „Het duurt altijd even voordat mensen kunnen toegeven dat hun leiders tot verschrikkelijke dingen in staat zijn. Dat zit in de menselijke natuur.” Zo eindigde Di Giovanni op een poolparty waar gedanst werd op de remix van Adele’s Someone Like You, en Libanees bier werd gedronken, terwijl op de achtergrond rook verscheen uit de met granaten bestookte wijken. Kort daarna liep ze door straten met rottende lichamen.

Vier jaar lang vloog Di Giovanni op en neer naar Syrië om in vluchtelingenkampen, ziekenhuizen, en opvangplekken – vaak in het geheim – slachtoffers van marteling te spreken en hun getuigenissen vast te leggen. „Ik heb boekenplanken vol notitieblokken”, zegt ze. Ze vormen de basis van haar boek.

Di Giovanni, die sinds eind jaren tachtig verslag deed van oorlogen in onder meer Bosnië, Irak, Afghanistan, Sierra Leone, Somalië, Kosovo en Libië, is sinds drie jaar Midden-Oosten redacteur van het Amerikaanse tijdschrift Newsweek. „Ik werk op onze redactie in Parijs”, vertelt ze, en dan lachend: „vanuit mijn woonkamer”. Ze heeft voor de grootste internationale kwaliteitsmedia gewerkt. „Toch zie ik mezelf niet als journalist”, zegt ze.

Waarom zou u geen journalist zijn?

„Het klinkt misschien pretentieus maar ik ben meer onderzoeker en analyticus. Als ik met mensen in oorlogsgebieden praat dan zoek ik naar rechtvaardigheid. Ze kunnen dat nog een beetje krijgen als hun verhalen worden gedocumenteerd. Ik verzamel al het bewijs, maar die details zijn moeilijk te verkrijgen van een vrouw die in een isoleercel heeft gezeten en is verkracht. Dat vereist een bepaalde gevoeligheid. Daarom heb ik ook moeite met journalisten die even naar zo’n conflictgebied worden uitgezonden en na aankomst meteen een camera in iemands gezicht duwen en vragen hoe die zich voelt.”

De getuigenissen die Di Giovanni beschrijft in haar boek zijn zo gruwelijk dat het soms lastig is om ze aan een stuk door te lezen. Zo schrijft ze dat in 2012 de eerste berichten opdo ken over massale verkrachtingen in Syrië, door beide partijen, maar vooral door mannen loyaal aan president Bashar al-Assad. Leden van Assads paramilitairen eenheden, de Shabiha, gebruiken verkrachting om angst aan te wakkeren in steden en dorpen, waardoor mensen wegvluchten.

Een andere passage uit Di Giovanni’s boek gaat over de 37-jarige onderwijzeres Shaheeneez. Op weg naar een congres in het buitenland werd ze opgepakt, waarschijnlijk vanwege haar politieke activiteiten. ‘Het duurde allemaal nog geen halfuur. Nadat ze het touw om mijn handen hadden losgemaakt en de blinddoek hadden afgedaan, voelde ik bloed tussen mijn benen.’ Ze wist niet of het harde ding dat ze had gevoeld een voorwerp was waarmee ze haar hadden gepenetreerd of een penis. Ze was nog maagd geweest.’

Toen Shaheeneez het uiteindelijk aan haar verloofde vertelde, zei hij dat hij niet meer met haar kon trouwen en op zoek ging naar een reine vrouw.

Hoe kunt u dit soort verhalen aanhoren, terwijl het al moeilijk is om er een te lezen?

„Door ze aan te horen en op te schrijven krijgen die vrouwen een stem. Dat helpt. Ze zijn dan niet meer alleen in hun kwelling.”

Naast de verkrachtingen staan er in mijn boek veel getuigenissen van mensen die gemarteld zijn. De verschrikkelijkste daarvan is die van de 24-jarige rechtenstudent Hoessein. „Veel verhalen zal ik decennialang kunnen onthouden maar deze vergeet ik echt nooit me er”, zegt Di Giovanni. Ze heeft zijn relaas besproken met een Syrisch-Amerikaanse arts die het ongeloofwaardig vindt. Onderzoekers van Human Rights Watch die veel in Syrië hebben gewerkt geloven het wel. Tijdens zijn marteling kreeg Hoessein shocktherapie, werd er in zijn penis gesneden, en sneden ze zijn lichaam, zonder verdoving, open. Zijn getuigenis: ‘Toen tilden ze iets uit mijn lichaam, ik voelde het trekken. Het waren mijn darmen. Ze rekten ze uit in hun handen en legden ze naast mijn lichaam neer. Ze maakten grappen over hoeveel de rebellen aten en hoeveel voedsel er in mijn darmen zat. Toen naaiden ze me weer dicht, maar heel onbehouwen. Overal zat en huid.’

„Hoe kun je na zoiets verder met je leven?” zegt Di Giovanni. „En het bizarre is dat er geen woede bij hem was te bekennen, noch wraakzucht. Hij voelde alleen verdriet voor zijn land en wat ervan moest terechtkomen.”

Hoe is iemand tot marteling in staat?

„Slachtoffers van marteling worden volledig ontmenselijkt. Daders beschouwen hen niet als mensen maar als terroristen. Waarschijnlijk zijn ze zelf in het verleden ook mishandeld. Ik heb met psychologen gesproken over hoe het kan dat Israëliërs, die in het verleden slachtoffer waren van genocide, Palestijnen zo kunnen mishandelen. Ze noemen dan meteen het abused child syndrome. Als je geslagen bent door je ouders is de kans groot dat je zelf ook je kind gaat slaan.”

Is het lastig schakelen tussen twee werelden?

„Toen ik terug was uit Bosnië woonde ik nog in Londen. Dan kwam ik uit een oorlogsgebied, trok ik een cocktailjurkje aan en ging ik door naar een feestje. Daar vroeg iedereen meteen hoe het was. Maar ik had dan geen zin om er over te vertellen.

„Ik ben gek op wat ik doe, ik geloof erin en vind het bevredigend. Maar ik heb een zoon, en in Parijs wil ik een normaal leven leiden; ik ga naar de supermarkt, naar de sportschool, ik kijk tv-series als The Americans en House of Cards. Ik kan niet achtervolgd worden door Kinshasa, Gaza en Aleppo. Ik moet alles wat daar gebeurt achter me laten.”

    • Maral Noshad Sharifi