Recensie

Het Midden-Oosten tussen geweld en chaos

Begrijp jij het Midden-Oosten nog? Zo luidt de titel van het boekje van Hans Luiten en Sven de Graaf (Amsterdam University Press, €19,95). Het is bedoeld om ons een basisbegrip van het Midden-Oosten bij te brengen, waarbij dat ‘nog’ veronderstelt dat we het ooit wél begrepen hebben. Uit dit boek krijg je ook de indruk dat de situatie er aan het eind van de 16de eeuw écht overzichtelijk was, maar de nadruk ligt op de 20ste eeuw: de gevolgen van postkolonisatie en het monsterverbond tussen Amerika en Saoedi-Arabië. Regelmatig nemen ze recente gebeurtenissen als uitgangspunt, wat het boek een actuele uitstraling geeft; toch zijn de meeste voorbeelden – beknopt en anekdotisch – van langer geleden. Hoewel het volstaat met nuttige inzichten en analyses, is de conclusie dat ze er maar het beste van te hopen.

De Duitse politicoloog en islamkenner Michael Lüders buigt zich over de rol van het Westen in de tweede helft van de 20ste eeuw. De titel laat weinig aan de verbeelding over: Wie wind zaait (Walburg Pers, €29,95) toont wat de westerse politiek in het Midden-Oosten heeft aangericht. Het boek is een ‘afrekening’ en Lüders legt stap voor boze stap uit dat we alles over onszelf afgeroepen hebben. Hij begint in 1953, met de door Amerika gesteunde staatsgreep in Iran, vertelt hoe we Al-Qaida te danken hebben aan de invallen in Afghanistan, hoe de Irak-oorlog naar IS leidde, wat de gevolgen zijn van de ‘vrijbrief’ die Israël meent te hebben in de strijd in Gaza. Voordat Rumsfeld, Bush, Cheney, Blair voor een oorlogstribunaal ter verantwoording worden geroepen, is er geen andere weg dan recht naar de afgrond van de ‘Nieuwe Wereldchaos’. Sinds het verschijnen van de Duitse editie in 2014 is er weinig gebeurd dat Lüders ongelijk geeft.

Twee andere boeken nemen geen geopolitiek standpunt in, maar bekijken de situatie vanaf de grond, en die is niet minder chaotisch. De Groningse schrijver Lammert Voos werkte twintig jaar geleden mee aan de opvang van vluchtelingen, en de recente nieuwsberichten brachten hem ertoe zijn herinneringen op te schrijven. Abdou en de anderen (AFdH Uitgevers, € 17,50) bestaat uit grotendeels mismoedige herinneringen, want hoe idealistisch Voos ook te werk wilde gaan, hoezeer hij zich ook door menselijkheid wilde laten leiden in plaats van door dossiers: de werkelijkheid is weerbarstig, de mensen zijn onbetrouwbaar en beschadigd, en de machteloosheid blijft. Het gaat in dit boek dus niet over nu – en de ondertitel ‘Ooggetuigenverslag’ is wellicht een tikje misleidend – maar leerzaam is het wel, deze inkijk in een wereld waar iedereen elkaar minacht, en waar moraal en gelijk uiteindelijk neerkomen op geld en uithoudingsvermogen.

De Duitse schrijver en hoogleraar Oosterse studies Navid Kermani reisde mee met vluchtelingen die vanuit Lesbos de ‘Balkanroute’ richting Duitsland volgden en noteerde zijn bevindingen in Overvallen door de werkelijkheid (Cossee, € 9,95). Hij stelde vragen aan mensen die net uit zee waren gered, hij confronteerde mensensmokkelaars en imams. En hij krijgt heldere antwoorden: de vluchtelingen komen naar Duitsland omdat ze gezien hebben hoe gastvrij Merkel is. ‘Oh shit,’ denkt Kermani, ‘dat was niet de bedoeling van de welkomstcultuur’. Hij schrijft met een soms enigszins verzachtende, poëtische pen, maar gaat te werk als een journalist. Die combinatie levert mooie portretten op, zowel van vluchtelingen die elkaar op Facebook ontvrienden als politieagenten die, trots maar aantoonbaar onjuist, beweren dat ze zero refugees hebben doorgelaten. Het boek van Kermani is geschreven vanuit de ervaring van de vluchtelingen. Opmerkelijk genoeg eindigt het met de meest positieve toonzetting van alle hier aangehaalde boeken. De schrijver komt tussen alle ellende genoeg voorbeelden van beschaving tegen om de hoop uit te spreken dat Europa in staat zal zijn een nieuwe start te maken.

    • Toef Jaeger