Gedood, want milieubeschermers

In 2015 werden 185 milieu- activisten gedood. Topje van de ijsberg, vermoedt organisatie Global Witness.

Rigoberto Lima Choc verliet juist de rechtbank in Sayaxché, waar hij het grote palmoliebedrijf REPSA had aangewezen als verantwoordelijk voor de vervuiling van de Pasión, een rivier in het noorden van Guatemala, toen hij door zijn knieën zakte en stierf. Het was vrijdag 18 september 2015 en midden op de dag. De 28-jarige leraar en milieuactivist werd gedood door een kogel.

Diezelfde vrijdag kidnapten werknemers van datzelfde REPSA drie andere milieuactivisten. De ontvoering was een represaille voor een gerechtelijke uitspraak kort daarvoor. Die maande het bedrijf zijn activiteiten te staken, wegens het lekken van grote hoeveelheden palmolie in de rivier. Experts spreken van ‘ecocide’, een van de grootste milieurampen uit de Guatemalteekse historie: honderdduizenden vissen stierven, de levens van duizenden mensen aan de oevers van de Pasión worden bedreigd.

Volgens het maandag verschenen rapport On Dangerous Ground van de internationale non-profitwaakhond Global Witness is 2015 het dodelijkste jaar uit de historie voor mensen die probeerden hun land, bos en water te beschermen tegen (illegale) mijnbouw, houtkap en de aanleg van stuwdammen voor waterkrachtcentrales. In dat jaar werden wereldwijd 185 milieuactivisten vermoord, gemiddeld drie per week. Het aantal ligt 59 procent hoger dan een jaar eerder.

„En dit is waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg”, zegt Billy Kyte, onderzoeker van Global Witness en schrijver van het rapport, telefonisch. „In veel landen is de informatie onbetrouwbaar en worden media onderdrukt of beheerd door regeringsgezinde partijen.” Dat geldt vooral voor China, Centraal-Azië en delen van Afrika, zoals Ethiopië. Kyte: „In het Ethiopische dorp Oromo demonstreerden duizenden mensen in november tegen plannen om bos te kappen ten gunste van een projectontwikkelaar. „De protesten werden neergeslagen, sommigen spreken zelfs van tweehonderd doden. Die informatie hebben we niet kunnen verifiëren.”

In Latijns-Amerika vielen de meeste doden. Brazilië voert de lijst aan, met 50 moorden in een jaar, gevolgd door de Filippijnen (33) en Colombia (26). De meeste moorden (42) zijn gerelateerd aan mijnbouw en andere extractieactiviteiten, daarna volgt de landbouweconomie (15). Dat komt, zegt Kyte, doordat sectorbedrijven onaangetaste gebieden willen exploiteren. „Vooral de mijnbouwbedrijven voeren hun productie op om grote verliezen door dalende grondstofprijzen te compenseren.”

Regeringen pikken graantje mee

Het gevolg is niet alleen meer conflict met de lokale bevolking, ook meer milieurampen in kwetsbare gebieden. „Omdat regeringen graag een graantje meepikken van grote winsten van private partijen, wordt milieuregelgeving makkelijk afgezwakt. Er is corruptie in het spel: riskante projecten worden zo sneller en zonder de juiste controles uitgevoerd.”

Andere belangrijke redenen van de toename zijn een groot gebrek aan geformaliseerde afspraken over landbezit door inheemse groepen en de hoge mate van straffeloosheid in landen waar de meeste moorden worden gepleegd. Kyte: „Om het milieuthema wordt een grote mensenrechtenstrijd uitgevochten. Terwijl veel activisten zich niet eens zo noemen: zij zien dat hun leefomgeving wordt verwoest en willen daar iets tegen doen.”

Grote zorg van Global Witness is de groeiende, vaak heimelijke samenwerking tussen bedrijven en overheden. Van de goed gedocumenteerde zaken die het rapport onderzocht zijn zestien moorden gerelateerd aan paramilitaire groepen, dertien aan het leger, elf aan de politie en elf aan private beveiligers, met sterke banden met staat of betrokken bedrijven.

Het recentste voorbeeld is de moord op de Hondurese Berta Cáceres in maart dit jaar. Cáceres, die zich fel verzette tegen de bouw van een hydro-elektrische dam die mede met geld van de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO werd gefinancierd (FMO trok zich na de moord terug), werd in haar huis neergeschoten. Er werden vijf mannen opgepakt: twee militairen en drie medewerkers van het bedrijf waartegen Cáceres streed. Deze week werd bekend dat haar naam al maanden voor haar dood op een hitlist stond, die in handen was van elitetroepen van het Hondurese leger.

De moord leidde tot internationale verontwaardiging en grote druk op de Hondurese regering om een onafhankelijk onderzoek in te stellen. „Maar in de meeste gevallen gebeurt er niets”, zegt Kyte. Want, zoals het rapport somber concludeert: „Overheden kijken weg bij corruptie, illegaliteit en de aantasting van het milieu. Straffeloosheid is leidend en de verdachten van geweld – door bedrijven en door de staat – worden niet onderzocht.”

Het maakt de strijd van activisten voor het behoud van milieu, die voor de hele wereldbevolking van belang is tegen machtige regeringen en bedrijven, nóg ongelijker. Uit het rapport rijst een grimmig beeld: veel activisten staan er uiteindelijk alleen voor.

    • Floor Boon