Vakantie? Neem deze spellen in je koffer mee

Bordspellen Spelletjes zijn op vakantie even onmisbaar als tentstokken en een glas wijn. Een fijn spel vormt de vanzelfsprekende afsluiting van een zomerdag. Maar welk spel gaat er mee?

Er verschijnen steeds meer mooie spellen in reiseditie. Door Indonesië reisden we ooit met Hive in onze rugzakken, een soort schaakspel met insecten. Cruciaal is dat de bakelieten steentjes niet in een doosje zitten, maar in een zakje dat je overal tussen kan proppen.

Pas op voor reisvarianten van klassieke bordspellen. Ganzenbord is al geen leuk spel, maar in miniatuur leidt het tot een boel gepruts met pinnetjes en pionnetjes. Spellen die voor de keukentafel ontworpen zijn kunnen beter op de keukentafel blijven. Te klein is te klein.

Klassiekers als Yahtzee zijn altijd goed, net als kaartspellen als jokeren en rikken. Bewaar de scoreblaadjes! Dan kun je aan het einde van de vakantie de ultieme dobbel- of kaartkampioen uitroepen.

Caravanreizigers en bungalowbewoners kunnen natuurlijk wel grotere spellen meenemen. Met Kolonisten van Catan zit je altijd goed, of probeer het leuke nieuwe triviaspel Bezzerwizzer. Andere tips zijn het middeleeuwse landschapsspel Carcassonne, treinspel Ticket to Ride of het harde kaartspel Machiavelli.

Spelen óp reis is lastiger dan spelen op bestemming. In auto’s is het sowieso een hopeloze onderneming: ingesnoerde spelers kunnen elkaar niet aankijken. Speel liever een spel in trein of vliegtuig. Kleine kaartspelletjes zijn gemaakt voor wiebelende uitschuiftafeltjes, zoals Gubs en Love Letters.

Ook voor de thuisblijvers is er genoeg nieuws te spelen. Het unieke T.I.M.E. Stories bijvoorbeeld, waarbij je samen een spannend mysterie ontrafelt.

Nog één tip: laat iPads thuis. Dan moeten ze wel.

1. T.I.M.E. Stories

Hoeveel is een ervaring waard? Die vraag spookt door ons hoofd als we de pionnen opbergen en het speelbord dichtvouwen. Twee lange avonden heeft het spel T.I.M.E. Stories ons betoverd en meegezogen in een vreemde wereld. Het was geweldig. En tegelijkertijd weten we zeker: dit spel gaan we dus nooit weer spelen.

Dit is een vreemd besef. Een mooi bordspel is een investering, normaal gesproken. Je schaft het aan, leert het kennen, speelt het grijs en haalt het jaren later nog eens voorschijn.

T.I.M.E. Stories is anders. T.I.M.E. Stories is uit te spelen als een computergame. Of beter nog: als een escape room, een spel waar je al puzzelend uit een ruimte probeert te ontsnappen. Reuzespannend, voor één keer. Daarna is het mysterie vervlogen.

In T.I.M.E. Stories vormen maximaal vier spelers een team van tijdreizigers dat naar het verleden wordt gestuurd om weeffouten in de tijdlijn te hechten. Spelers moeten samenwerken om te winnen.

Ons speelgroepje gaat volledig in het spel op, ook door de prachtige tekeningen en mooie (Engelse) omschrijvingen van ruimtes en personages op speelkaarten. We lezen alle dialogen voor. We denken hardop, delen aanwijzingen en maken aantekeningen. We zijn euforisch bij een grote onthulling, die te groot is om hier te verklappen.

En dan, vele uren, discussies en biertjes later, is het klaar. Het spel is verslagen, voor altijd. We weten te veel om hier ooit nog terug te keren.

De uitgever speelt daar handig op in: er zijn verschillende scenario’s te koop. Het scenario in de basisdoos (à 45 euro) speelt zich af in een Frans gesticht in 1921. Extra scenario’s, die bijvoorbeeld spelen in de tijd van de Oude Egyptenaren, zijn te koop voor 25 euro.

Is dat het waard? Wij vinden van wel.

T.I.M.E. Stories
Ca. €45

●●●●

2. Bezzerwizzer en Nomizo

Alsof we een pubquiz spelen, maar dan thuis. Zo uitdagend zijn de vragen in kennisspel Bezzerwizzer. Want welke Viking stichtte ook alweer de eerste Russische staat? En welk Aziatisch land heet lokaal Druk Yul?

Zelfs voor doorgewinterde historici en atlasfreaks zijn het pittige vragen. Thuis hebben we biologen zien zweten en musici zichzelf voor de kop zien slaan. En dan komt de gevreesde conclusie: „Als je het zegt, dan weet ik het.”

Het fijne aan Bezzerwizzer is dat er geen dobbelsteen aan te pas komt. Hier geen eindeloos gedobbel om het laatste triviantje. Heb je een vraag goed? Dan ga je vooruit op het speelbord. Hoppa! De toevalsfactor zit in de twintig categorieën waarvan je er elke ronde vier uit een zwarte grabbelzak trekt.

Ook leuk: tegenstanders kunnen elkaar dwarszitten door een vraag te kapen, als ze denken dat ze het beter weten, of door een categorie te wisselen. Zit je ineens met een onmogelijke voedselvraag over schildpaddensoep.

Bezzerwizzer bevat 4.000 vragen, verdeeld over 200 kaartjes. Allicht zitten er soms rammelende vragen tussen waar iets aan mankeert. Een enkeling was ronduit fout. Zoals: welke twee landen worden van elkaar gescheiden door de Beringstraat? Bezzerwizzer probeerde ons wijs te maken dat dat Canada en de VS zijn. Wij wizzen wel bezzer.

Ook in filosofiespel Nomizo grabbelden we in een zak. De fiches die we uit de zak vissen corresponderen met prikkelende vragen op kaartjes. Zoals: Is liefdesverdriet het sterkste verdriet? Of: Kun je mensen beter begrijpen door dieren te bestuderen?

Een draaischijf bepaalt daarna welke van twee spelers de vraag met ja of nee moet beantwoorden. Ieder krijgt een minuut om zijn zaak te bepleiten. Daarna beslissen tafelgenoten wie het beste betoog heeft gehouden.

De interessantste gesprekken ontstonden niet in die twee minuten, maar in de discussie achteraf. Wat waren goede argumenten? En wat vinden we zelf? Het beste te spelen met mensen die zich kwetsbaar durven opstellen. (De Viking Rurik stichtte trouwens de eerste Russische staat, en Druk Yul is Bhutan.)

Bezzerwizzer (Bergsala Enigma)
Ca. €48

●●●●

Nomizo (Luitingh-Sijthoff)
Ca. €30

●●●●

3. Mijn Dorp & Machi Koro

De doos van Mijn Dorp gaat open en de keukentafel is te klein. Er verschijnen kerkkaarten, monnikkaarten, akkerkaarten, klantkaarten, reiskaarten, ambachtkaarten, raadzaalkaarten, vergaderruimtekaarten, houten markeerstenen, twaalf dobbelstenen en vier kartonnen dorpstableaus. Mooi, maar waar is nu nog plaats voor pizza?

In Mijn Dorp ben je een middeleeuws dorpshoofd dat het mooiste en productiefste dorpje wil bouwen. Gebouwen als kloosters leveren uiteindelijk prestigepunten op, degene met de meeste prestige wint.

Gebouwen schaf je aan met geld of grondstoffen. Dat hebben we eerder gezien, bij klassieker Catan bijvoorbeeld. Maar de grote vondst in dit spel is dat gebouwen bouwen hier óók tijd kost. Wie te veel tijd uitgeeft, treft Magere Hein en moet een dorpslid offeren. En zonder het juiste dorpslid mag je niet verder bouwen aan het gebouw dat hij vertegenwoordigt. Zonder abt geen klooster, zonder koopman geen markt.

Bij het eerste sterfgeval is de opwinding nog groot. De man met de zeis slaat toe! Maar al gauw raken we gewend aan de Dood. Het raadslid sterft? Ach, ik investeer toch niet in mijn raadhuis. Zo wordt sterven strategie.

De doos belooft dat één spelletje zestig tot negentig minuten duurt, maar wij treuzelaars zijn drie uur met een potje zoet. Het aanbod aan gebouwen is zó groot. Dat werkt verlammend.

Wie sneller gebouwen bij elkaar wil dobbelen, moet Machi Koro proberen. In dit frisse kaartspel van de Japanse spellenmaker Masao Suganuma bouw je aan een metropool. Thuis gniffelden wij over het type gebouwen waaruit je kunt kiezen. Welke moderne stad heeft nu een kaasfabriek nodig?

Machi Koro blinkt uit in eenvoud. Gebouwen leveren geld op als het juiste aantal ogen wordt gegooid en met dat geld koop je nieuwe gebouwen. Gevolg: wie veel kan bouwen, harkt meer geld binnen en sneeuwbalt zo naar de overwinning.

Fijn zijn de supergebouwen die de spelregels veranderen. Wie een treinstation bouwt mag ineens met twee dobbelstenen gooien. Dat zet alles op zijn kop. Een echt grote-stadsspel, vergeleken met het tragere Mijn Dorp, waarin zelfs de dood gewoontjes wordt.

Mijn Dorp (999 Games)
Ca. €39

●●●●

Machi Koro (White Goblin Games)
Ca. €16

●●●●

4. Pak die Zak & Gubs

Hoe simpeler het spel, hoe groter de twist. Deze spellenwet gaat thuis op zodra wij snel denken te weten hoe de spelregels werken. En dat we dan gretig gaan dobbelen en kaarten, zonder die regels écht goed door te lezen.

Het gebeurde weer bij Pak die Zak. Het basisidee van dat spel is zo leuk dat we meteen begonnen. Doel is om de juten zak van tafel te grissen, zodra er zes afbeeldingen van een zak in dezelfde kleur op tafel liggen. Op kaarten staan verschillende aantallen van één kleur zak, zoals vier groene zakken, of twee gele of één bruine zak.

Kan niet verkeerd gaan, toch?

Wel. De verwarring zit ’m erin dat nieuwe kaarten niet meteen in de rij met de juiste kleur zakken worden aangelegd, zoals wij dachten, maar eerst open op tafel worden gedraaid. Elke speler krijgt zo tegelijkertijd de kans om te zien of er een combinatie van zes zakken in één kleur op tafel ligt. In plaats daarvan tierden wij: „Ik draai de kaart toch om, die zak is van mij!”

Na die eerste ronde lazen we de spelregels goed door en kregen we de smaak te pakken. Pak die Zak is een heerlijk snel spelletje dat een groot beroep doet op rekenkunst én reflexen. Rekenwonders zijn in het voordeel, bierdrinkers in het nadeel.

Een ander mooi kaartspel is Gubs, maar het mist een blikvanger zoals die juten zak. Gevolg: we bekeken de handleiding en er werd minder over regels getwist. De gele Gubs blijken een smurfachtig volkje, spelers moeten ze vangen en van elkaar afpakken.

Het knappe van Gubs is dat doorgewinterde kaarters slimme trucjes kunnen uithalen, maar dat er genoeg krachtige kaarten zijn waarmee achterliggers in één klap langszij komen. Thuis vrezen wij de ‘Gargok Plaag’-kaart, waarbij je ál je handkaarten weer door de stapel moet schudden. En het ‘Wespengerucht’, waarbij alle Gubs terug de stapel in vluchten.

De illustraties zijn prachtig, de begeleidende teksten aardig. Op het kaartje ‘Bliksem’ lezen we: „Niets maakt Gubs banger.” En op de ‘Speer-kaart’ staat: „Een dodelijk wapen en nuttig werktuig.” Dat is ook wat die speer in het spel doet: je kan er een Gub mee doden of uit een zeepbel bevrijden. Tekst, beeld en spelregels vormen een prettig venster op de wereld van die vreemde Gubs.

Pak die zak (999 Games)
Ca. €15

●●●●

Gubs (White Goblin Games)
Ca. €16

●●●●

    • Lucas Brouwers