Opinie

    • Miranda de Meijer

Dwalen kan ook zónder dat er fouten zijn gemaakt

De onjuiste veroordeling in de Showbizzmoord is herzien – maar volgens het Hof was het geen klassieke dwaling, te wijten aan fouten. Dwalingen zijn er in soorten en maten – en dat past niet bij de afrekencultuur in de publieke ruimte.

Hevig geëmotioneerd geeft hij voor de televisiecamera zijn statement: ‘Ik voel me vrij. Martien Thijs Hunnik is geen moordenaar!’ Het gaat hier om de zogenoemde ‘Showbizzmoord’. Op 10 november 1981 werd in de keuken van zijn woning te Hilversum de zwaargewonde Bart van der Laar, een bekende platenproducer, aangetroffen met een schotwond in zijn hersenen. Enkele dagen later overlijdt hij. Enkele jaren later volgt een veroordeling voor doodslag op basis van bekennende verklaringen. Achteraf gezien blijken deze onjuist respectievelijk onbetrouwbaar.

 

Het is zeker niet de eerste keer dat een veroordeelde alsnog door de rechter wordt vrijgesproken na een herzieningsprocedure. Denk aan de Schiedammerparkmoord, de Puttense moordzaak en de zaak Lucia de B. Als zoiets je als burger overkomt, dan grijpt dat diep in je leven in. Je bent beroofd van je vrijheid en staat terecht voor iets wat je niet gedaan hebt. We kunnen het ons alleen maar proberen voor te stellen wat het met mensen doet als je in die situatie wordt gebracht, als er niemand gelooft in je onschuld, waarin je wordt geconfronteerd met een zeer lang verblijf achter de tralies, en je je begint te beseffen dat je niet bij je dierbaren kunt zijn. Een vreselijke gedachte. Te allen tijde moeten wij als juridische professionals het belang van fundamentele rechten, zoals het recht op een eerlijk proces en het recht niet ten onrechte te worden beschuldigd, veroordeeld of beroofd van onze vrijheid ons realiseren, en ook steeds moeten wij als magistraten onszelf steeds indringend de vraag stellen of wij werkelijk overtuigd zijn van de schuld van de verdachte. Te allen tijde moeten we gericht zijn op de waarheidsvinding. Dat is ons belangrijkste doel, en het enige legitieme doel. Alleen daarom heeft de samenleving ons ingrijpende bevoegdheden toebedeeld.

 

Maar ook als er geen sprake is van schending van fundamentele rechten of van fouten aan de zijde van politie, OM of de rechter kan het gebeuren dat een veroordeling achteraf gezien onjuist blijkt te zijn. Zo ook in de zaak van de Showbizzmoord. In deze zaak blijkt de veroordeling niet te berusten op fouten aan de zijde van politie, OM, of de rechter. Het gerechtshof overweegt dat de rechtbank en het gerechtshof destijds behoedzaam te werk zijn gegaan. Niet aannemelijk is bovendien geworden dat er sprake is geweest van ongeoorloofde pressie tijdens politieverhoren. Het gerechtshof wijt er ter onderbouwing een aantal belangrijke overwegingen aan. Zo overweegt het dat een herzieningsproces naar zijn aard retrospectief is. In een herzieningsprocedure staan voortgeschreden inzichten ten dienste, die toentertijd – in de tijd van de veroordeling - niet in die mate beschikbaar waren, waarin dat thans het geval is: ‘Niet alleen zijn in een tijd van ruim dertig jaren nieuwe inzichten naar voren gekomen omtrent de betrouwbaarheid van bekennende verklaringen en de risicofactoren bij bepaalde verhoortechnieken, maar ook heeft de wetenschap op het terrein van het forensisch-technisch onderzoek mogelijkheden doen ontstaan, die destijds simpelweg ontbraken. Zo stond het forensisch DNA-onderzoek in de jaren van het opsporingsonderzoek nog in de kinderschoenen en was de mogelijkheid om historische telecommunicatiegegevens op te vragen anno 1981 non-existent.’ Tegen deze achtergrond moet de onterechte veroordeling in deze zaak worden geplaatst.

 

Er is sprake van een rechterlijke dwaling als na een onherroepelijke veroordeling duidelijk wordt dat de veroordeling op grond van welke reden dan ook onterecht is. Laten we afstappen van de gedachte dat in geval van een – achteraf gebleken - onjuiste onherroepelijke veroordeling, er per definitie sprake is van (bewuste) fouten van politie, OM’ers of rechters, van een tunnelvisie of van de verfoeide -wat men in de volksmond noemt- ‘crimefighters’ mentaliteit. Ook als opsporende en vervolgende instanties, rechters en deskundigen integer en volgens de regelen der kunst hebben gehandeld, kan de uitkomst achteraf gezien dus niet de juiste zijn. Niet alle dwalingen zijn echte fouten, maar kunnen ook berusten op gebrek aan wetenschap of kennis. Je kunt volkomen integer handelend desalniettemin in het bos verdwalen. Het is belangrijk dat wij ons dit realiseren. In een rechtsstaat moet het mogelijk zijn om veroordelingen retrospectief aan een review te onderwerpen, in alle objectiviteit en onafhankelijkheid, zonder dat deze wordt gefrustreerd door vooroordelen over ‘blunders’ bij politie, OM of de rechtspraak, of het wijzen van beschuldigende vingers naar deze en gene, en men daardoor op voorhand wellicht al in de loopgraven gaat liggen. Daar is niemand bij gebaat, zeker de rechtzoekende niet. De media spelen hierin een belangrijke rol.

 

En het kan ook anders lopen: In de zaak van de ‘Zes van Breda’ bleven de eerdere veroordelingen in stand. Ook het omgekeerde kan gebeuren: ook onterechte vrijspraken kunnen worden herzien, indien zij achteraf onterecht blijken.

 

Miranda de Meijer is advocaat generaal bij het parket in Den Haag en bijzonder hoogleraar OM bij de UvA. De Togacolumn wordt wekelijks geschreven door een rechter, een advocaat en een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie.

Blogger

Miranda de Meijer

Miranda de Meijer studeerde rechten in Rotterdam en werkte bij Spong advocaten in Amsterdam. Zij promoveerde op de rol van het OM in civiele zaken, werd officier van justitie, later advocaat-generaal bij het ressortsparket, gespecialiseerd in cassaties, in Den Haag. Zij is tevens hoogleraar op de bijzondere leerstoel Openbaar Ministerie van de faculteit rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Zij doet daar onder meer onderzoek naar ondermijnende criminaliteit. (Foto UvA Jeroen Oerlemans)

    • Miranda de Meijer