Defensie zucht onder claimculuur

Libanonveteranen Ruim dertig jaar na de Unifil-missie in Libanon wordt Defensie overspoeld door schadeclaims.

Christian Kriznaric Foto Sake Elzinga

De VN-missie in Libanon, ruim dertig jaar geleden, heeft bij sommige veteranen geleid tot oorlog in hun kop. Dienstplichtige soldaten van rond de 18 jaar, die zich nauwelijks schoren en nooit een voet buiten Nederland hadden gezet, waren begin jaren tachtig verantwoordelijk voor het uit elkaar houden van de strijdende Palestijnen en Israëliërs. Ter voorbereiding werd hun een vrolijk filmpje getoond van surfende militairen op een zonnig strand. Daar aangekomen bleek het voor sommigen de hel op aarde. Van de 9.000 kwamen er negen om het leven.

Traumatische gedachten aan de uitzending leiden soms decennia later tot grote problemen: drugs, drank, agressie. Verlies van baan en vrouw. Duurt het vaak jaren tot de diagnose ‘oorlogstrauma’ is gesteld, het verhalen van de schade op Defensie kan nog langer in beslag nemen.

Maar de nasleep van de missie zorgt ook voor strijd tussen oud-militairen. Onder Libanon-veteranen is ergernis ontstaan over de ex-collega’s die Defensie aanklagen vanwege geleden psychische en materiële schade. Sterker: lang niet alle veteranen geloven dat er honderden collega’s zijn met een trauma.

Yeb-Jan Joustra kijkt met plezier terug op zijn missie en is tegenwoordig voorzitter van de vereniging voor UNIFIL’ers, die deze zaterdag prominent aanwezig zijn op de Nationale Veteranendag. De VN-missie is na dertig jaar weer volop actueel door een oplopend aantal schadeclaims van veteranen bij Defensie. Claims die het ministerie honderden miljoenen kunnen kosten. Joustra heeft een paar logische verklaringen voor het leed van de missie. Maar hij is ook kritisch op zijn oude makkers.

„Het leed is deels te verklaren door hoe jong de meesten waren toen we daar totaal onvoorbereid naartoe gingen. Er was geen Facebook of Facetime, dus we waren afhankelijk van de veldpost en elkaar. Bij terugkeer werd gevraagd hoe de vakantie was en ging je weer aan het werk. Nazorg was er niet zoals tegenwoordig. Je kunt met de kennis van nu zeggen dat het fout was, maar toen wist men niet beter”, zegt Joustra.

Inmiddels is bekend dat militairen vatbaar zijn voor een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Volgens internationaal onderzoek krijgt zo’n 20 procent van uitgezonden militairen last; bij ongeveer 5 procent wordt PTSS ook daadwerkelijk vastgesteld. Hoe sneller iemand wordt geholpen, hoe groter de kans op herstel.

Defensie moet verslaving betalen

Joustra ziet nog twee actuele redenen dat er nu zo veel om te doen is. „Wij zijn allemaal in de vijftig, over de helft van ons leven. Dan ga je nadenken: waar sta ik? Is het leven zo gelopen als ik had verwacht? Bovendien is er de mogelijkheid om schijnbaar oneindig de schade op Defensie te verhalen, dus de claims blijven maar komen. Als zo’n gelegenheid zich voordoet, kan er altijd misbruik van gemaakt worden.”

Afgelopen december deed de Centrale Raad van Beroep, de hoogste ambtenarenrechter, een baanbrekende uitspraak. Defensie was verantwoordelijk voor de schade die Libanon-veteraan Christian Kriznaric had geleden, het departement was tekortgeschoten in zijn zorgplicht als werkgever. Kort daarna kondigde Defensie aan deze uitspraak ook als leidend te beschouwen voor andere beschadigde Libanon-veteranen. De al lopende rechtzaken zijn stilgelegd, maar tot schikkingen is het nog nauwelijks gekomen. Het aantal claims is ondertussen opgelopen tot 473, al komen die niet alleen van Libanon-veteranen.

Alle betrokkenen zijn daar ongelukkig mee. Vincent Dolderman, advocaat van Kriznaric en honderden andere veteranen, is namens zijn cliënten ongeduldig: „Zij kunnen niet door met hun leven zolang dit niet geregeld is.” Elke zaak wordt individueel beoordeeld en wanneer Defensie verantwoordelijkheid erkent, moeten veteranen aantonen welke kosten zij hebben gemaakt en welke inkomsten ze zijn misgelopen. „Sommigen hebben jaren op straat geleefd, die hebben echt hun loonstrookjes niet bewaard”, zegt Dolderman.

De advocaat is met Defensie verwikkeld in „een principiële discussie over schadeposten”, zegt hij. Zo vindt de letselschadeadvocaat dat Defensie moet betalen voor verslavingen van veteranen met PTSS. Bedoelt hij dat Defensie de kosten van een afkickkliniek moet dragen? Niet alleen. „Ook voor de kosten van het alcohol- of drugsgebruik zelf. Ik kan juridisch gezien geen reden bedenken waarom de minister die zelfmedicatie niet zou moeten betalen.”

Minister Jeanine Hennis (Defensie, VVD) ziet zich ondertussen de claims boven het hoofd groeien. „Als dit probleem nog groter wordt, weet ik niet waar ik het geld vandaan moet halen”, zei ze maandag in de Tweede Kamer. „Sommige zaken zijn volstrekt legitiem, maar van andere gaan mijn haren overeind staan. Dan denk ik: hoe durf je!”

Hennis doelt op claims waar ook Joustra van gehoord heeft. Hij noemt geen namen, maar omschrijft sommige oud-collega’s als „rupsjes-nooit-genoeg”. Er zijn veteranen die volledig zijn afgekeurd en maandelijks duizenden euro’s aan uitkeringen krijgen. In 2012 werden zij gecompenseerd met een Ereschuldregeling, die kon oplopen tot 125.000 euro belastingvrij. Joustra: „Dan denk ik: hoeveel geld, motoren en vakanties heb je nodig om die geleden schade te herstellen, om het gevoel te krijgen dat het genoeg is. Kijk ook eens in de spiegel. Is Defensie echt de oorzaak van alles wat er is misgegaan in je leven?”

Tweespalt tussen veteranen

Joustra snapt dat zijn kritische uitspraken tot tweespalt onder Libanon-veteranen kunnen leiden. Maar hij vindt dat ook dit maar eens gezegd moet worden. „Er zijn mensen bij die hun leed helemaal willen uitmelken. Er zitten er zelfs tussen die zeggen vreselijke dingen te hebben meegemaakt die helemaal niet gebeurden in een periode dat zij er waren. Er is in onze tijd onvoldoende vastgelegd. Daardoor lopen feiten en fictie soms door elkaar. Het is lastig te toetsen. Defensie kan natuurlijk geen oud-collega’s gaan bellen: is dat wel gebeurd?”

Volgens Joustra geven deze veteranen niet alleen al hun Libanon-collega’s een slechte naam, ze maken het ook moeilijker voor de „mensen met echte problemen, de schrijnende gevallen die jaren van het kastje naar de muur gestuurd zijn”. Het zou goed zijn als ze bij Defensie de schikkingsprocedures versnellen, zowel voor de echte slachtoffers als om de profiteurs uit te sluiten.

In de Tweede Kamer is ondertussen geopperd een speciaal fonds op te richten voor schadevergoedingen, want Defensie kan de extra 300 miljoen die het volgend jaar krijgt, in één keer kwijt raken. Bovendien zouden sommige veteranen liefst nooit meer met de krijgsmacht te maken hebben.

Volgens advocaat Dolderman, die een honderdtal veteranen vertegenwoordigt, had Defensie een andere Ereschuldregeling moeten bedenken dan de bestaande, die in 2012 niet werd afgebakend. „Ze zouden kunnen zeggen: iedere veteraan krijgt een vast bedrag. Als je dit niet genoeg vindt, kun je gaan procederen over de concrete schade; als je dit aanneemt, ga je niet meer naar de rechter. Daar zouden veel cliënten waarschijnlijk genoegen mee nemen.”

    • Emilie van Outeren