Recensie

Damon Albarn herenigt Syrië in Carré

Damon Albarn zorgde voor een reünie die zich vanuit Carré tot Syrië uitstrekte. Met Paul Weller en andere popsterren trad hij op met gevluchte Syrische musici.

Damon Albarn met The Orchestra of Syrian Musicians op het podium van Carré. Foto ANP/Robin van Lonkhuijsen

Tijdens een verstild moment in Carré maakt een jongen op rij negen videocontact met thuis. Op zijn schermpje een Syrische woonkamer met kinderen en volwassenen. Hij richt zijn telefoon op het podium waar The Orchestra of Syrian Musicians een nummer begint met zangeres Faia Younan. Heimwee stroomt via het mobieltje twee kanten op.

Het belang van een muzikale avond kan sociale conventies ontstijgen, het kan ook de kwaliteit van de muziek secundair maken. Dat het orkest van Syrische topmuzikanten bij elkaar was in Amsterdam was al een klein wonder. De 26 muzikanten en twintig koorleden hebben vijf jaar niet samengespeeld, de meesten op de vlucht voor de oorlog. Hun dirigent slechts op afstand coördineren, niet in staat naar Nederland te reizen. Dus nee, het klonk niet altijd even georganiseerd en de samenwerking met twaalf Britse, Afrikaanse en Arabische popsterren verliep niet soepel. Maar dat was bijzaak.

Het knappe van zanger Damon Albarn (Blur, Gorillaz), de drijvende kracht achter de productie, is dat het geen goededoelenshow á la Live Aid is, maar dat hij de muziek zelf laat spreken. Met zijn Africa Express slaat hij al tien jaar muzikale bruggen, vaak van hogere kwaliteit dan nu. Holland Festival onderzoekt waar de grenzen van Europa liggen, dus was het geoorloofd om sterren uit Mali (Bassekou Kouyaté) en Mauritanië (Noura Mint Seymali) en Noord-Afrika aan de Syriërs te koppelen. Hun solo’s behoorden samen met die van orkestleden tot de meest indrukwekkende.

Paul Weller (The Jam) speelde zijn Wild Wood in een gedragen versie met orkest. Later ging het mis toen hij samen met Damon Albarn Blackbird van de Beatles zong. Het koor moest daar iets eigens aan geven, maar het muzikale raakvlak tussen Engeland en Syrië was ver te zoeken. De actualiteit was nooit ver weg met de indrukwekkende visualisaties van twee Syrische kunstenaars op de achtergrond, waarin verwoesting en hoop de grote thema’s waren.

Een muzikale tekortkoming was het gebrek aan percussie. De handdrums (duff) zijn mooi om de Arabische krulzang en violen te begeleiden, maar voor een cross-over popconcert is wat stevigers nodig. De enige keer dat daar iets van te horen was, was toen drie Arabische MC’s hun woordenstroom de zaal in spuugden. Eindelijk voegde het orkest hier iets toe aan de solisten door op de juiste momenten gas te geven en terug te nemen. Het duurde te kort voor de vele jonge Syriërs in zaal uit de azc’s van Amsterdam, Alkmaar en Zaandam.

Wereldmuziek

    • Leendert van der Valk