Daklozen krijgen de kans op een woning

Via een woonproject kunnen daklozen, mits ze bepaalde doelen halen, een huis krijgen. Wellicht uiteindelijk zelfs op naam.

Raffa Haddou voor zijn huis van Discus Housing First:„Deze woning is ideaal.” Foto Jildiz Kaptein

Raffa Haddou (41) zit op de bank, drinkt bier uit een blik en rookt van een joint. Hier weg? Haddou trekt een vies gezicht en blaast de rook uit. „Dat nooit. Alleen tussen zes planken krijgen ze me hier weg.”

Hier is op de eerste verdieping van een ruim appartement in de Jan Pieter Heijestraat in Amsterdam-West. Het is er warm en een tikkeltje rommelig. Door het openstaande raam klinkt het geluid van langszoevende scooters.

Die woning kreeg hij via woonproject Discus Housing First van zorginstelling HVO-Querido, die deze maand tien jaar bestaat. Het idee komt oorspronkelijk uit New York: een eigen woning met nauwe begeleiding voor dak- en thuislozen, met als uiteindelijke doel: reïntegratie in de samenleving. Voorwaarden: de cliënt betaalt huur en zorgt niet voor overlast. Aanvankelijk wordt het huis verhuurd via HVO-Querido, maar als een cliënt „zijn doelen” haalt, afspraken nakomt, en dus het begeleidingstraject succesvol afrondt, wordt de woning overgeschreven op zijn of haar naam.

Dat blijkt nog niet zo makkelijk. Van de bijna 300 mensen die de afgelopen tien jaar meededen aan het project, heeft een vijfde het huis op eigen naam kunnen laten schrijven. Volledige reïntegratie blijft een probleem. Wel heel positief: 85 procent van de deelnemers zorgt niet voor overlast. En: drie op de vier deelnemers heeft werk in de vorm van dagbesteding, een aantal dagen per week.

Rafik Haddou wil zeker bij die 20 procent horen die het uiteindelijk lukt, de woning op eigen naam. Hoe bevalt het hem om eindelijk weer een huis helemaal voor zichzelf te hebben? Zeer goed, zegt hij. Haddou: „Deze woning is ideaal. Ik zou me geen betere plek kunnen voorstellen.” Hij ligt bovendien op steenworp afstand van de plek waar hij geboren is.

Minder ideaal was de weg naar zijn eigen woning toe. Die was hobbelig en slecht, vol met kuilen. En met vele tegenslagen. Het drama begon ruim 10 jaar terug. Haddou was getrouwd. Hij en zijn vrouw verwachtten een kind, maar de baby werd dood geboren. Haddou: „Er ging een stukje dood in haar. Ze werd heel verbitterd.” Zijn vrouw nam hem van alles kwalijk, zegt Rafik Haddou. De relatie knakte. Vanaf dat moment was zijn leven een rollercoaster: vechten, aanhoudingen en problemen met justitie. Seks, drugs en „vele wisselende contacten”.

Een vast huis had Haddou in die tijd niet. Hij sliep elke avond ergens anders. Op de bank bij vrienden, in inloophuizen en uiteindelijk zelfs onder het plastic zeil van gammele bootjes in de Amsterdamse stadsgrachten. Zijn familie zag hij niet meer. Toen begon ook het excessief roken van cocaïne. Haddou: „Ik dacht: waarom ook niet? Ik heb toch niks te verliezen.”

In 2010 kwam zijn leven weer een beetje op de rit. Via het Leger des Heils kreeg hij een containerwoning toegewezen. En na vijf jaar kwam hij via HVO Querido dus in de Jan Pieter Heijestraat terecht.

Dat helemaal zelfstandig wonen valt nog niet mee. Zo heeft Haddou een weekbudget van 60 euro, zegt hij, en daar kan hij maar moeilijk van rondkomen. Hij koopt er vlees, groente, tabak, wiet en drank voor: „de dagelijkse levensbehoeften”. Wiet en drank levensbehoeften? „Eigenlijk niet natuurlijk, maar anders kan ik niet in slaap komen.”

Ook het betalen van de rekeningen blijft lastig. Daarbij krijgt Haddou hulp van begeleider Tessa. Zij komt elke week langs om te praten over Haddou’s strubbelingen, ze helpt bij de boekhouding, en bekijkt of Haddou zijn „targets” wel haalt.

Hoog op Haddou’s lijstje staat het terugkrijgen van zijn rijbewijs, dat ingevorderd werd. En: het vinden van een reguliere baan. Momenteel werkt hij drie dagdelen per week in de groenteteelt als assistent-kweker.

Zijn grootste droom is dat hij het huis in de Jan Pieter Heijestraat inderdaad op zijn eigen naam mag schrijven, en daar zijn familie kan ontvangen. Het eerste contact met zijn ouders is al gelegd. Maar eerst moet hij minderen met blowen en drinken en zijn laatste schulden aflossen.

Haddou wil dat de buren hem een goede buurman vinden, zegt hij. „Ik wil wat terugdoen voor de buurt waar ik geboren en getogen ben. Dat zou me heel gelukkig maken. Dan is de cirkel weer rond.”

    • Martin Kuiper