Bierfiets

Al jaren vroeg ik mij af hoe het zou zijn om aan zo’n rijdende toog te zitten en mij al trappend en drinkend, gezellig met zijn allen door de stad te begeven. En nu is het bijna te laat. Ik moet opschieten. Deze zomer zal waarschijnlijk de laatste zijn waarin ik als medetrapper de ergernis van de centrumbewoners kan observeren. De gemeente Amsterdam zal de bierfiets met ingang van komend voorjaar aan banden leggen. Ergens wel jammer. Want het leek me zo leuk, of op zijn minst een antropologische exercitie: ik tussen maximaal vijftien andere gebruikers van zo’n gevaarte op brede banden een beetje lol maken en intussen de blinde woede zien in de ogen van de centrumbewoners.

Zou Geert Wilders al op een bierfiets hebben gezeten? Het zou niet verbazen – als je je halve loopbaan besteedt aan het belachelijk maken van de grachtengordel is meedoen aan zo’n bierfietstochtje ideaal om je mediagenieke afkeer kracht bij te zetten. Gewoon een kleine 500 euro neerleggen bij Limobike of Partybike of Damtours en dan twee uur lang die hele bevoorrechte kaste recht in haar gezicht uitlachen.

Het is lachen zonder je mondhoeken opzij te hoeven drukken. De meetrappende passagier lacht alleen al met zijn aanwezigheid op de rondrijdende pretmobiel. Smakeloos is het, een belachelijke vertoning, zes tot zestien toeristen die in twee uur tijd 30 liter bier mogen wegwerken en intussen – en dat is natuurlijk het aanstootgevende: intussen! – de schoonheid van de oude stad ondergaan.

De bierfietsen beledigen de bewoners waar ze bij staan. De mensen in de grachtengordel en omgeving voelen zich niet serieus genomen en dat is het ergste wat je hen kunt aandoen. Na jarenlange oefening in uitstralen dat zij een vanzelfsprekende eenheid vormen met de wereldberoemde binnenstad is bekeken worden door een fietsend gezelschapje drinkeboeren een klap in het gezicht.

Een egodingetje. Want let wel, zo heel veel bierfietsen zijn er helemaal niet in de stad. Het feit dát ze er zijn is het probleem. Volkomen begrijpelijk dus dat de gevoelige centrumbewoners een stevige campagne begonnen. Die walgelijke bierfietsen moesten worden geweerd en wel zo snel mogelijk. Vooral het woord verloedering werd veel gebezigd op sites als wegmetdebierfiets.nl.

De overlast, die misschien wel voornamelijk gekrenkte trots is, beheerst het gemoed van de bewoners. Dat er nog niet zo lang geleden veel meer overlast was in het centrum, van auto’s bijvoorbeeld, doet er niet toe. Dubbel geparkeerde stinkmobielen versterkten het ego van hen die er wonen; ze gaven aan dat iedereen er wilde zijn. De onschuldige en milieuvriendelijke pretmobielen verzwakken het zelfbeeld eerder.

De bierfiets met zijn idiote uiterlijk, dat dakje, die bierpomp, die feestvierders erop, zal nu worden teruggedrongen. En zo wordt de oude, eveneens wereldberoemde vrijzinnigheid van Amsterdam maar wat graag opgeofferd om dit zoveelste staaltje van ‘verpretparkisering’ tegen te gaan. Terecht of niet, opnieuw verandert Amsterdam weer een beetje van een stad waar alles kon in eentje waar weinig kan.

    • Auke Kok