‘Bangmakerij’ hielp niet meer

Premier Cameron overtuigde niet met zijn waarschuwing voor economische risico’s; Labour liet het afweten.

Premier David Cameron en zijn vrouw Samantha, vrijdagmorgen nadat de premier voor de ambtswoning in 10 Downingstreet zijn aftreden had aangekondigd. Foto BEN STANSALL/AFP

Waar ging het mis voor het Blijven-kamp? Of liever: waar ging het niet mis? Het belangrijkste is dat David Cameron en de zijnen de meerderheid van de Britten niet hebben kunnen overtuigen dat lidmaatschap van de Europese Unie (economische) zekerheid betekende.

Ze konden niet op een geloofwaardige manier uitleggen dat die unie die zij al jaren onvolmaakt noemden, opeens wél in orde was, door de hervormingen die Cameron in februari voor elkaar kreeg. Het verkooppraatje aan de deur voor het gemankeerde model stofzuiger was niet goed genoeg.

Ze vertelden niet dat niet alleen de Britten klagen over Brusselse bureaucratie, maar ook de Nederlanders, de Denen, de Duitsers. En dat het lossere verbond dat zij zochten, eigenlijk al bestaat. Aan de twee grote kwesties – het slagen van de euro en het asielbeleid – doen zij immers niet mee.

Wijzen naar Labour

Het Blijven-kamp dacht dat het kon winnen door louter te waarschuwen voor de economische risico’s. Maar wie nooit profiteerde van de economische groei, hard werd geraakt door zes jaar van bezuinigingen, haalde zijn schouders op.

De schuld zal door de Conservatieven worden gelegd bij Labour. Daar was de achterban nodig voor winst. Er zat inderdaad nooit vuur in de campagne van de sociaal-democraten, al deden oud-premier Gordon Brown en Sadiq Khan, Londens burgemeester, hun best. Partijleider Jeremy Corbyn kon op zijn vriendelijkst een onwelwillende Blijver worden genoemd.

Nog begin deze week noemde Corbyn de manier waarop de EU omging met de vluchtelingencrisis „ontstellend”, het vrijhandelsakkoord waarover met de VS wordt onderhandeld (TTIP) verkeerd, net als een hypothetisch verbod op renationalisatie van het Britse spoor. „Ik ben geen liefhebber van de EU”, zei hij. Om vervolgens toch op te roepen lid te blijven. De helft van de Labour-kiezers bleek te denken dat de partij voor een Brexit was.

Labour heeft bovendien nog altijd geen antwoord op de zorgen onder de achterban over immigratie. Toen in 2010 de 65-jarige weduwe Gillian Duffy tegen Brown klaagde over „al die Oost-Europeanen” die maar komen, noemde hij haar – denkend dat zijn microfoon uitstond – een „bekrompen vrouw”. Dat lijkt nog altijd de instinctieve houding van de partij. Corbyn gelooft oprecht in de positieve kanten van immigratie, wat de kloof tussen het grootstedelijke middle class Labour-partijkader en de achterban in working class-gebieden in Noord-Engeland aantoont. In Londen betekent de komst van immigranten levendigheid, exotische restaurants , goedkope werksters. Buiten de grote steden lagere lonen, en (deels vermeende) druk op huisvesting, scholen en gezondheidszorg.

Conservatieve ‘Blijvers’ onzichtbaar

Maar de Conservatieven moeten de hand in eigen boezem steken. Dit referendum was een poging van Cameron hun onenigheid over Europa voor eens en altijd op te lossen. Zo verdeeld zijn de Tories dat Cameron ervan afzag de partijmachine te gebruiken om de eigen achterban te bereiken. Wie uit het partijkantoor campagne wilde voeren, moest onbetaald verlof nemen.

De Conservatieven die voor Blijven waren, waren – op uitzonderingen na – weinig zichtbaar. Waar was minister van Buitenlandse Zaken Philip Hammond in deze campagne? Waar minister van Binnenlandse Zaken Theresa May? Waar oud-partijleider William Hague? Ook jongere Lagerhuisleden schuwden de publiciteit: een van hen zei op een receptie geen campagne te zullen voeren. Haar kiesdistrict was te verdeeld, en ze vreesde te worden weggestemd als ze kleur bekende.

Dus was het aan Cameron – in opgerolde hemdsmouwen of fluorescerende veiligheidsvestjes – campagne te voeren. Samen met George Osborne, minister van Financiën, wiens populariteit de afgelopen jaren door alle bezuinigingen die hij invoerde, rap is afgenomen. Evenals zijn geloofwaardigheid, na begrotingsmaatregelen die weer moesten worden teruggedraaid omdat ze of op verzet stuitten, of onuitvoerbaar bleken te zijn. Het pro-Brexit-kamp maakte daar handig gebruik van.

Cameron onderschatte zijn aantrekkingskracht. Zijn ambt was onvoldoende om niet alleen zijn eigen partij, maar vooral ook de achterban van Labour, de Liberaal-Democraten, de Schotse nationalisten en al die anderen te overtuigen. „Kijk in zijn ogen. Geloof je deze man?”, vroeg tabloid The Sun donderdag zijn lezers. Het antwoord van de meerderheid van de Britten vandaag: nee.

Er was ooit een Conservatief pleidooi vóór Europa. Een verhaal dat niet louter bang maakte – de vele waarschuwingen werden door het pro-Brexit-kamp makkelijk weggezet als ‘Project Fear’. Waar was Camerons hartstochtelijke pleidooi voor de interne markt? Voor de droom die Margaret Thatcher had met Europa? In 1988 zei zij: „Denk aan het vooruitzicht. Eén interne markt zonder barrières – zichtbaar of onzichtbaar – waarmee u direct en ongehinderde toegang heeft tot de koopkracht van meer dan 300 miljoen van ’s werelds rijkste en welvarendste mensen. Groter dan Japan. Groter dan de VS. Op de stoep. En met de Kanaaltunnel die ons directe toegang geeft. Dit is geen droom. Dit is geen visioen. Noch een plan van bureaucraten. Dit is de realiteit.”

Maar Cameron had zichzelf in het nauw gedreven door de EU voortdurend af te schilderen als iets wat „nodig hervormd” moest worden. En kregen de Britten niet wat zij wilden, dan sloot hij „niets” uit. Dus ook niet een Brexit. Toen de premier dat zelf eenmaal als serieuze optie had genoemd, was er geen weg meer terug.

    • Titia Ketelaar