Vredesakkoord Colombia en de FARC zeer nabij

De rebellen van de FARC worden ontwapend, en de wapens zullen blijvend zwijgen. Het vredesproces is nu echt bijna voltooid.

Muurtekening voor vrede in de Colombiaanse hoofstad Bogotá Foto AFP

Colombia heeft bijna vrede. De regering van president Juan Manuel Santos en de rebellenbeweging FARC hebben woensdag in het Cubaanse Havana een akkoord gesloten over een definitief wederzijds staakt-het-vuren en over ontwapening van de FARC. Deze kwesties golden als groot resterend struikelblok in de vredesonderhandelingen, die in 2012 begonnen.

Met het akkoord lijkt een einde te komen aan een conflict dat meer dan vijftig jaar heeft geduurd. De hoofdonderhandelaar van de FARC, Carlos Lozada, bevestigde het nieuws op zijn Twitter-account met de hashtag #delaatstedagvandeoorlog. „Een historisch moment voor de vrede in Colombia en in de wereld”, twitterde de Nederlandse FARC-strijdster Tanja Nijmeijer, die afgelopen jaren op Cuba meeonderhandelde.

Deze donderdag komen president Santos en VN-leider Ban Ki-moon aan in Havana voor een ondertekeningsceremonie van het akkoord. Ook de Cubaanse president Raúl Castro en de Noorse minister van Buitenlandse Zaken Børge Brende vliegen naar Havana. Cuba en Noorwegen hebben de onderhandelingen begeleid.

Geen garantie voor vrede

De voltooiing van het vredesproces is dit nog niet. Het huidige akkoord komt bij de deelakkoorden die afgelopen jaren al gesloten werden over het beëindigen van drugshandel door en uiteindelijke politieke deelname van de FARC.

Nu moeten de partijen nog overeenstemming bereiken over de implementatie van het complete vredesakkoord. De FARC wil dat het in de grondwet wordt verankerd, Santos wil het aan de bevolking voorleggen in een referendum.

Ondertussen houdt Santos de druk op de ketel door te zeggen dat het complete akkoord op 20 juli kan worden getekend.

Als de Colombiaanse bevolking het uiteindelijke vredesakkoord accepteert, komt er een einde aan het langst lopende conflict van Zuid-Amerika. De strijd tussen de marxistische rebellenbeweging en de Colombiaanse regering heeft sinds 1964 aan zeker 220.000 mensen het leven gekost. Vier miljoen Colombianen raakten ontheemd en het land is zwaar getraumatiseerd door terreur van zowel leger- als guerillatroepen.

20.000 strijders

In de jaren negentig had de FARC nog 20.000 onder boeren gerekruteerde strijders en was de beweging een bedreiging voor de regering. Een zwaar offensief van Bogotá met hulp van de VS drong de groepering na 2000 terug. De FARC nam zijn toevlucht tot kidnapping, aanvallen op burgers en drugshandel, en verloor zo steun onder de plattelandsbevolking. De resterende 7.000 strijders, veelal van gevorderde leeftijd, gingen in 2012 in op het aanbod van onderhandeling.

Nieuwe rebellengroepen, zoals de ELN, hebben de praktijken van de FARC voortgezet. Maar ook jegens hen zijn ouvertures naar vredesonderhandelingen gemaakt.

Santos werd in 2014 herkozen op zijn belofte van vrede. Maar een aanzienlijk deel van de Colombianen blijft vinden dat de president vrede koopt in ruil voor straffeloosheid – voor leger én FARC geldt dat zij gevangenisstraf ontlopen als ze meewerken met justitie.

Mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch wijzen op een gebrek aan genoegdoening voor de slachtoffers. De Colombiaanse oppositie, onder aanvoering van oud-president Álvaro Uribe, verzet zich tegen politieke deelname van de FARC.

Maar de Colombianen zien ook in dat vrede na meer dan een halve eeuw guerrillastrijd een hoge prijs heeft.