Serdal is blind, maar maakte wel het doelpunt van de maand

Blinde voetballer

Een treffer van voetballer Serdal Celebi werd onlangs in Duitsland verkozen tot Doelpunt van de Maand. Hij is al sinds zijn dertiende blind.

Serdal Celebi tijdens een training bij St. Pauli in Hamburg. Foto Miguel Ferraz

De lichtmasten langs het trainingsveld zijn nog niet aan en de schemering zet snel in. Maar het kan Serdal Celebi niets schelen. Hij ziet toch geen hand voor ogen, laat staan de bal. Die hóórt hij alleen. Rakke-takke-tak.

Celebi dribbelt ermee naar een biertafel die op zijn kant midden op het veld ligt. Daarachter staat zijn trainer te roepen: „Hier, hier, hier!” Celebi legt aan en schiet, beng!, tegen het tafelblad. Hij vangt de teruggekaatste bal op met de binnenkant van zijn rechter voet, draait zich om en dribbelt de andere kant op, waar ook zo’n biertafel op z’n kant ligt, ook met iemand erachter die ‘hier, hier’ roept. Beng!

Celebi (34) is volledig blind en een gedreven voetballer, die speelt bij de blindenafdeling van St. Pauli in Hamburg. In augustus scoorde hij in de finale van de Bundesliga voor blindenvoetbal een goal die door het Duitse publiek tot Doelpunt van de Maand werd uitgeroepen – voor het eerst dat een blinde speler die eer te beurt viel. Het was een fraai schot in de linker bovenhoek van het doel van MTV Stuttgart.

De wedstrijd verloor St. Pauli, maar Celebi is sindsdien in Duitsland een bescheiden bekendheid geworden, met optredens op de televisie en interviews in kranten. Bij de training op deze koude herfstavond toont hij de onvermoeibare inzet van iemand die nauwelijks zijn ongeduld kan bedwingen om te sprinten, te schieten, te scoren. Met de kleine, rammelende bal die bij blindenvoetbal wordt gebruikt – een bal die voorzien is van een soort ratel aan de binnenkant die het rollen hoorbaar maakt, rakke-takke-tak.

Het doelpunt van Serdal tegen MTV Stuttgart:

Voetbal betekent vrijheid

„Voetbal is voor mij vrijheid”, legt Celebi uit, in een café in de buurt van het trainingsveld. „Overal waar ik ga heb ik hulpmiddelen nodig, alleen op het veld kan ik lopen zonder blindenstok. Het is de enige plek waar ik me vrij kan bewegen. Ik kan er rennen, dingen uitproberen met de bal, dat geeft me een heerlijk bevrijdend gevoel.”

Celebi groeide op in een dorp in Koerdisch gebied in het oosten van Turkije. „We voetbalden er altijd – op straat of op een veldje vol stenen. Speelgoed hadden we niet, alleen een plastic bal. Vanwege de oorlog (tussen het Turkse leger en de Koerdische afscheidingsbeweging PKK, red.) hadden we een jaar lang geen school – geen onderwijzer durfde nog naar ons dorp te komen. Toen voetbalden we de hele dag.”

Maar geleidelijk ging de kleine Serdal steeds slechter zien. Het netvlies van beide ogen liet los. Zijn vader, die in Duitsland werkte, liet het hele gezin uit Turkije overkomen naar Hamburg, in de hoop dat zijn zoon daar een betere medische behandeling kon krijgen. Maar op zijn dertiende was Serdal Celebi volledig blind.

„Het was een moeilijke tijd – in een nieuwe stad, in een nieuw land met een nieuwe taal. Ik bleef die eerste jaren veel binnen. Maar ik ben niet bang aangelegd en wilde wat van mijn leven maken.” Via een blindenschool vond Celebi zijn weg in de Duitse samenleving. Hij haalde zijn eindexamen, deed een opleiding tot masseur, ging fysiotherapie studeren en werkt nu al bijna tien jaar als fysiotherapeut.

In het begin was ik onzeker. De bal was steeds sneller dan ik. Maar ik kreeg het gevoel te pakken, dat was cool.

Gezin, werk, blindenvoetbal

Voetbal had hem al die jaren niet losgelaten, ook al kon hij het allang niet meer zelf spelen. Tot hij in 2008 op internet ontdekte dat er zoiets bestaat als blindenvoetbal. „Ik dacht meteen: dat is iets voor mij.” Een jaar later speelde hij bij St. Pauli.

„In het begin was ik onzeker. De bal was steeds sneller dan ik. Maar ik kreeg het gevoel te pakken, dat was cool. Nu bepalen drie dingen mijn leven: mijn gezin, mijn werk en blindenvoetbal.” Van het voetbal zou hij graag zijn beroep maken, maar professioneel blindenvoetbal bestaat in Duitsland niet.

Blindenvoetbal is een paralympische sport. Anders dan in Nederland hebben in Duitsland sommige voetbalclubs speciale blindenteams, die spelen in een eigen Bundesliga. De wedstrijden worden gespeeld op kleine velden (van veertig bij twintig meter), met aan de zijkanten wanden van een meter hoog waaraan de spelers zich kunnen oriënteren en waardoor de bal langer in het spel kan blijven.

Serdal Celebi tijdens een training bij St. Pauli in Hamburg. Foto Miguel Ferraz

Ieder team bestaat uit een keeper die kan zien en vier blinde spelers, die allemaal een soort skibril op hebben die volledig zwart is, zodat ook de slechtzienden helemaal niets kunnen zien. Achter de kleine doelen (drie bij twee meter) en aan de zijkant staan ‘guides’, die naar de spelers roepen om hun oriëntatie te bieden.

„Onze oren zijn onze ogen”, zegt Celebi. „Een speler die aan de bal is hoor je aankomen door het gerammel van de bal. Wie de bal wil afpakken moet zich, om botsingen te voorkomen, hoorbaar maken door ‘Voy! Voy!’ te roepen – Spaans voor ‘ik kom eraan’. Doet iemand dat niet als hij op drie tot vijf meter bij een andere speler komt, dan geldt dat als een overtreding. Botsingen zijn er zelden.”

Voor blinde voetballers, zegt Celebi, zijn andere eigenschappen belangrijk dan voor voetballers die kunnen zien. „Je kunnen oriënteren, je evenwicht bewaren, wendbaar zijn en een goede motoriek hebben, en heel goed luisteren – daar komt het op aan.” Zijn eigen stijl omschrijft hij als „snel, explosief en emotioneel”. „De bal goed op m’n voet krijgen is m’n zwakke punt.”

Serdal Celebi krijgt tijdens een training aanwijzingen. Foto Miguel Ferraz

Doel met vier vakken

Op het veld heeft trainer Wolfgang Schmidt een doel in vier vakken verdeeld met twee linten - één horizontaal één verticaal. Op een meter of zes staat Celebi achter de bal. „Links boven!” roept hij – en Schmidt tikt met een flesje tegen de bovenkant van de linkerpaal. Celebi schiet – maar de bal gaat links onder het doel in. „Goed gericht, maar niet de goede hoogte”, zegt Schmidt. „Rustig aan, concentreer je voor je schiet.” Het tweede schot gaat over, het derde is raak.

Als fan volgt Celebi het Duitse en het internationale voetbal. In Nederland is Ajax zijn favoriet. Soms zit hij op de tribunes bij St. Pauli, waar doorgaans een dertigtal blinde supporters voorzien van koptelefoons een live-verslag van de wedstrijd krijgt. „Zo vorm je een beeld van wat er gebeurt en beleef je het mee in het stadion.”

Ook van zijn eigen Doelpunt van de Maand heeft Celebi zich inmiddels een goed beeld gevormd – van wat hij zich herinnert en anderen erover verteld hebben. „In december dingt mijn goal mee naar het Doelpunt van het Jaar”, zegt hij. „Vergeet niet voor me te stemmen.”

    • Juurd Eijsvoogel