Opinie

    • Kees van der Vijver

Profileren en selecteren - het is allemaal politiewerk

Selectief aanhouden leidt alleen tot negatieve reacties als huidskleur het criterium was. Toch hoort profileren op basis van uiterlijk, gedrag en andere kenmerken tot het standaard politiewerk.

Etnisch profileren, politieoptreden op grond van huidskleur of afkomst, is een gevoelig thema. Onderzoeker Çankaya heeft betoogd dat het een veel voorkomende praktijk is. Amnesty International stelt dat er mensenrechten in het geding zijn. Recent laaide de discussie op door staandehouding van rapper Typhoon, die leidde tot excuses van minister en politie. De NRC van afgelopen weekend publiceerde reacties van het intranet van de politie waaruit bleek dat binnen de politie zeer verschillend wordt gedacht over de toelaatbaarheid van etnisch profileren. Er was verdediging van de staandehouding, verwijzing naar etnisch profileren als binnen de organisatie algemeen geaccepteerde ‘staande praktijk’, en boosheid over de excuses. Maar ook van herkenning van de ontoelaatbaarheid van dit type optreden en onbegrip over de veelal felle reacties op het intranet.

Over hoe straatagenten werken is vorig jaar het uitstekende proefschrift ‘Blauwe Patronen’ verschenen van Wouter Landman. Hij laat zien dat surveillanten zich in hun optreden onder meer laten leiden door wat zij als afwijkend ervaren en waarvan zij op grond van hun ervaring en kennis vermoeden dat het mogelijk een aanwijzing is voor strafbare feiten. Profileren als middel om boeven te vangen. Als het personen betreft, kan het gaan om huidskleur, maar even goed om kleding, uiterlijk, tijdstip en plaats of type auto. Het kan ook gaan om opvallend of afwijkend gedrag. Dat resulteert soms in bijvoorbeeld het checken van het kenteken, soms ook in een controle. Die handelwijze leidt vaak tot niets, maar het kan ook leiden tot het ontdekken van strafbare feiten. Intuïtie als de basis van succes. De politie profileert dus niet alleen etnisch, maar op tal van gronden. Het probleem is breder.

Selectiviteit heeft te maken met hoe politiemensen vinden dat ze hun werk goed doen, hoe ze zo goed mogelijk strafbare feiten kunnen opsporen. Het hangt samen met categoriseren, en dat is onontkoombaar discriminatoir, zonder dat daar automatisch een negatief stempel op moet worden gedrukt. Immers, als een dader is weggereden in een rode auto, kijk je als agent niet naar blauwe, maar kunnen alle chauffeurs van rode auto’s die worden gecontroleerd en er niets mee te maken hebben zich onjuist behandeld voelen. Toch levert dat eigenlijk nooit discussie op. Selectiviteit leidt vooral tot maatschappelijke reacties wanneer de huidskleur in het geding is.

Dat selectiviteit kan leiden tot gevoelens van onrechtvaardigheid is alleszins begrijpelijk en dat moet worden voorkomen. Afgezien van het juridische mijnenveld (wanneer is de politie bijvoorbeeld bevoegd tot controles van auto’s als die géén verband houden met de wegenverkeerswetgeving) is het de vraag hoe je professioneel omgaat met dit vraagstuk. Vanuit de politieleiding is gesteld dat er een bepaalde objectieve aanleiding moet zijn voor het optreden, maar het zal niet meevallen dat in de praktijk handen en voeten te geven. Tenzij je als politie alles laat lopen totdat duidelijk is dat er wel een strafbaar feit moét zijn. En de vraag is of we daar veel mee opschieten als samenleving. Politiewerk is zodanig complex en veelzijdig dat het niet met een simpele dienstorder of protocol valt te reguleren.

Maar de reacties op het intranet van de politie laten wel zien dat de manier waarop er op dit moment over wordt gediscussieerd niet in alle gevallen voldoet aan de eisen die je mag stellen aan een professionele organisatie. De politie hoort te streven naar een zo goed mogelijke taakuitvoering. En daar moet over kunnen worden gesproken zonder dat het direct leidt tot gefrustreerde reacties of een ongeclausuleerd verdedigen van de bestaande praktijk. Alleen inhoudelijke discussies en een weging van argumenten brengen ons verder. Aansluitend zal het nog moeite genoeg kosten de resultaten daarvan in de praktijk te brengen.

 

De Politiecolumn wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit wetenschap, bestuur en politie. Kees van der Vijver is  emeritus hoogleraar Politie- en Veiligheidsstudies aan de Universiteit Twente.

Blogger

Kees van der Vijver

Kees van der Vijver (1948), was hoogleraar Politie- en Veiligheidsstudies aan de Universiteit Twente, tevens directeur Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken van de UT. Daarvoor werkte hij als directeur Stichting Maatschappij en Veiligheid, commissaris van politie in Amsterdam, wetenschappelijk onderzoeker ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties en inspecteur van politie in Velsen.

    • Kees van der Vijver