Prikkel voor NS: hsl moet beter

Hoe moet het verder op de hogesnelheidslijn? Is het kabinet wel streng genoeg voor NS? De Kamer sprak over het vervolg op de Fyra.

Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) begon voortvarend, bij het Kamerdebat over de kabinetsreactie op de Fyra-enquête woensdagavond. Hij wilde eerst even de hoofdconclusie van de enquêtecommissie, die in oktober 2015 haar eindrapport presenteerde, ‘relativeren’. Hij bedoelde: ontkennen. Hij vond het onjuist om te zeggen dat financiële belangen altijd zwaarder hebben gewogen dan reizigersbelangen. Immers: alle beleid wordt bepaald door financiële grenzen.

Dat stuitte op verzet van Kamerleden Martijn van Helvert (CDA) en Stientje van Veldhoven (D66). Van Veldhoven vond het ongepast om de conclusie van de commissie zo weer te geven, want de hoofdconclusie was dat andere belangen dan die van de reizigers steeds voorrang kregen. Voor de staat golden de opbrengsten, maar voor NS gold primair behoud van de monopoliepositie op het spoor. Daarom is de snelle verbinding tussen Amsterdam en Brussel over de hogesnelheidslijn er niet gekomen.

Deemoedig

Dijsselbloem moest inbinden: hij had zich losjes gebaseerd op opmerkingen van Kamerleden in de eerste fase van het debat, niet op de eigenlijke conclusie van de commissie. Staatssecretaris Dijksma (Infrastructuur en Milieu, PvdA) opereerde handiger door haar bijdrage te openen met een deemoedige erkenning dat die snelle trein naar Brussel er in de huidige concessieperiode van NS, tot 2025, niet zal komen. Daarom is ze zo gemotiveerd, zei Dijksma, om er de komende jaren alles uit te halen wat er in zit. Met lapwerk.

Voorafgaand aan de inbreng van de twee bewindslieden gaven alle partijen hun visie op de hogesnelheidslijn. De nadruk lag niet op terugblikken op de mislukte Fyra, maar op het toekomstig gebruik van de hsl. Cruciaal daarbij is de rol van NS: behoudt NS na 2025 het recht op de hsl-concessie, of krijgen andere vervoerders de kans zich te bewijzen?

Het antwoord op die vraag lijkt niet zozeer ingegeven door het veel bezongen belang van de reiziger, maar door partijpolitieke belangen. Oppositiepartijen CDA en D66 willen aanbesteden en zijn het meest kritisch over NS, kabinetspartijen VVD en PvdA houden zich op de vlakte. SP en PVV vinden elkaar in de wens om NS met rust te laten en weer samen te voegen met ProRail. De marktadepten staan nog steeds lijnrecht tegenover de staatsadepten, constateerde Liesbeth van Tongeren (GroenLinks) al vroeg in het debat.

NS prikkelen

Het kabinet schuift de grote beslissingen over het spoor voor zich uit. Een marktverkenning door een onafhankelijk bureau moet dit najaar antwoord geven op de vraag of andere vervoerders het beter zouden doen op de hsl dan NS. Het is, benadrukte Dijksma, geen start van een aanbesteding, maar een middel om NS te prikkelen beter te presteren. Haar boodschap: laat Arriva maar bewijzen dat het beter kan. Daarnaast volgt het kabinet de aanbeveling van de enquêtecommissie om vier scenario’s over de ordening op het spoor uit te werken, met verschillende verhoudingen tussen NS en andere vervoerders. Pas als de uitkomsten van die beide onderzoeken gereed zijn, komt het kabinet aan besluitvorming toe.

Een uitzondering maakt het kabinet voor de positie van spoorbeheerder ProRail. Die zelfstandige bv wil het kabinet omvormen tot een publieke dienst onder de hoede van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De volledige spoorsector vindt dat een slecht plan, bleek tijdens een recente hoorzitting. VVD, PvdA en CDA zien wel de logica van een directere sturing van ProRail door het ministerie, maar vinden de timing ongelukkig. Waarom niet wachten op die uitgewerkte scenario’s?

Commissievoorzitter Madeleine van Toorenburg (CDA) volgde het debat vanaf de publieke tribune, temidden van de onderzoekers van de commissie. Veel gezelliger dan in haar eentje in de zaal, vond Van Toorenburg.

    • Mark Duursma