Onder Bussemakers paraplu

En het was op een regenachtige maandag dat de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen aankondigde dat de overheid de neerslag te lijf ging. Minister Bussemaker (PvdA) liet weten dat haar ministerie een apart fonds opricht dat organisatoren van ‘erkende’ festivals geld verstrekt als zij gedupeerd zijn door regen, wind en storm. De doopnaam van deze overheidsgarantieregeling: het Slecht Weer Fonds. Bussemaker heeft 500.000 euro uitgetrokken voor het fonds. Wie geld krijgt uit het fonds moet dat in betere tijden weer terugbetalen. Soms is het de vraag bij nieuwe overheidsregelingen: voor welk probleem is dit eigenlijk een oplossing?

Dat is hier niet het geval. Het probleem is duidelijk: het weer, althans de variant die voor organisaties vervelend is, namelijk regen. De gevolgen zijn ook duidelijk: inkomstenverlies voor de organisatie. De vraag is natuurlijk wel of die organisatie vervolgens andere gedupeerden ook (ten dele) schadeloos stelt. Wat te denken van de exploitanten van eet- en drinktentjes en foodtrucks, die natuurlijk ook inkomsten derven? Of van de artiesten en de bezoekers, die de regen moeten doorstaan? Al werken regen en wind, zeker zolang er geen dreigend weeralarm is met kans op lichamelijk letsel, ook verbroederend en stimulerend, zo is de ervaring. Regens veranderden Woodstock, de moeder aller popfestivals, in een modderpoel, maar dat werkte slechts sfeerverhogend.

De hamvraag moet hier echter zijn: is een Slecht Weer Fonds een overheidstaak? Doet de overheid hier iets dat het particuliere initiatief níet kan ondernemen?

Nee, dat is hier niet het geval. Het feit dat Bussemaker alleen die festivals toegang wil geven tot het fonds die al een subsidierelatie hebben met de rijksoverheid maakt de regeling er niet beter op. Je zou zomaar kunnen concluderen dat hier sprake is van verkapte staatssteun. Die bovendien niet beschikbaar is voor elk ander festival dat door regen in problemen komt.

Als de organisatoren van festivals zich willen indekken tegen slecht weer, zijn er verschillende mogelijkheden die zij zelf kunnen benutten of organiseren. De grotere festivals kunnen een verzekering kopen. Maar meer voor de hand ligt dat organisatoren zelf de handen ineen slaan en een eigen onderlinge ‘verzekering’ tot stand brengen, zoals de glastuinbouw een aparte verzekeringsmaatschappij heeft tegen hagelschade. Vergelijkbare solidariteitsregelingen hebben zelfstandigen zonder personeel opgezet om inkomstenderving bij ziekte (gedeeltelijk) op te vangen. Broodfondsen heten die. Regen behoort tot het ondernemersrisico. De ondernemer is mans genoeg om dat zelf op te lossen.