Noodlijdende varkenssector heeft 200 miljoen nodig

Foto ANP / Sander Koning

Er is minimaal 200 miljoen euro nodig om de noodlijdende varkenssector te helpen. Dat staat in het ‘Actieplan Vitalisering Varkenshouderij’, dat donderdag in Den Haag is gepresenteerd. Het actieplan is opgesteld door de belangenbehartiger van varkenshouders (POV), de Rabobank en het ministerie van Economische Zaken, onder leiding van oud-minister Uri Rosenthal (VVD).

De drie partijen moeten zich inspannen om het bedrag bij elkaar te brengen. Met het geld moeten onder andere verouderde stallen worden gesaneerd en collectieven worden opgericht om de varkenshouders een sterkere positie in de keten te kunnen laten innemen en om de afzetkosten voor mest naar beneden te krijgen. Verder moet onder andere door promotie de exportpositie van Nederlands varkensvlees worden verbeterd, net als het imago. Daarvoor moet de varkenshouderij verduurzamen, én betere kwaliteit leveren, stelt het rapport.

Het verkleinen van de varkensstapel heeft volgens de opstellers niet genoeg nut. Wel zal het aantal varkensbedrijven fors teruglopen, van 5.000 nu, naar maximaal 2.000 grotere bedrijven in 2020.

De problemen van de varkenshouders zijn ontstaan door overproductie, de Russische boycot en hoge kosten voor voer en de verwerking van mest. Intussen wordt de concurrentie uit andere landen steeds sterker en krimpt de Noordwest-Europese markt voor varkensvlees. Bovendien zouden Nederlandse varkenshouders te weinig oog hebben voor de wensen van de consument omtrent dierenwelzijn, smaak en transparantie.
Doel van de maatregelen is dat varkenshouders, die nu een negatief rendement hebben op geïnvesteerd vermogen, rond 2020 een rendement van 6 tot 8 procent behalen.

    • een onzer redacteuren