Kijk ook naar de ogen in de sloot

Hoe de ogen van een kikkervisje in die van een kikker veranderen is even wonderbaarlijk als de rest van hun transformatie.

Van kikkervisje tot kikker. Beeld iStock

Ontelbare natuurwondertjes zwemmen nu voorbij in Nederlands hoogste en laagste cultuurgoed: de sloot. Kikkers in ombouw. Er zijn nog donderkopjes zonder ambitie voor een nieuw leven, die blijkbaar best een bolletje met een staart willen blijven. Er zijn van die bolletjes met lui meeliftende, nog bewegingloze achterpootjes. En er zijn al affe kikkertjes met opeens hoekige kop, zelfbewuste oogopslag en werkende ledematen – waar alleen de staart nog af moet. Je hoeft niet een kind of kinds te zijn om elk jaar weer met je neus bijna in het water te zitten staren, wachtend op het glorieuze moment dat een waterdier het land verovert.

Eén meesterwerkje blijft ongezien. Hoe de ogen van kikkerlarven zich vloeiend aanpassen bij de metamorfose. Franse onderzoeker wezen er eerder dit jaar op in Experimental Biology (april). Want het is nogal een verschil. Als larve zwemmen zij slingerend. Dat krijg je bij een bol met een klapstaart. Ze zwalken heen en weer, als stoere mannen die een kroeg binnenlopen. Met het lijf zwaait ook het kopgedeelte mee. De ogen gaan in tegenbeweging van links naar recht om gericht te blijven kijken.

Hoe anders is dat tegen het eind van de make-over. Als kikkertje zwemmen ze met hun schoksgewijze schoolslag met de achterpoten kaarsrecht. Wil een benaderde prooi in beeld blijven, moeten de hebberige ogen net zo schoksgewijs steeds hun fixatiepunt bijstellen. Niet heen en weer, maar naar binnen bewegen. Bij elke watertrap, en bij elke sprong op het land.

Dat is heel wat om een kikkerbrein mee lastig te vallen, een directe aansturing in het lijf zelf, buiten de hersenen om, zou handig zijn. Die is er. Bij de donderkop geeft de opdracht voor het zijwaarts bewegen van de staart ook een signaal naar de spieren in de oogkasjes, voor beweging tegen kopverschuiving in. Later gebeurt bij de trappende poten hetzelfde, maar dan voor iets scheler kijken. Er is dan een mooie nieuwe zenuwbedrading om de kikkerogen doelgericht te houden. Die ombouw is ook nog eens geleidelijk, toonden de Franse kikkerliefhebbers aan. Dat is fijn. Zo krijgt het beginnende kikkertje in alle tussenstadia van zijn jeugd niet al te schokkende beelden mee.

    • Frans van der Helm