In India vallen autoriteiten de pers aan

Persvrijheid India is de grootste democratie ter wereld, maar journalisten zijn er hun leven niet zeker. Dit jaar werden er al drie vermoord.

Indiase journalisten protesteren na de moord op verslaggever Rajdeo Ranjan van dagblad Hindustan in mei. Foto AFP

Niet oorlogsgebieden als Afghanistan of Pakistan, maar het economisch bloeiende India, de grootste democratie ter wereld, was afgelopen jaar het dodelijkste Zuid-Aziatische land voor journalisten. In de Persvrijheidsindex voor 2016 van de internationale media-waakhond Reportères Sans Frontières (RSF) staat India op plaats 133 van in totaal 180 landen. Finland voert de lijst aan; Nederland staat op twee. Noord-Korea en Eritrea sluiten de lijst.

RSF’s meest recente persvrijheidsindex is gebaseerd op gegevens van vorig jaar. Het lijkt er dit jaar niet beter op te worden voor Indiase journalisten. Er werden er al drie doodgeschoten – dat is opvallend veel. Vergelijk dat eens met de oorlogsgebieden Afghanistan (2 journalisten dit jaar gedood), Pakistan (1), Syrië (1), Irak (2) en Jemen (3). India is even dodelijk voor journalisten als Mexico (149ste in de persvrijheidsindex), een van de onveiligste landen ter wereld, waar zondag nog twee journalisten werden omgebracht.

Twee van de drie vermoorde Indiase journalisten publiceerden over de wijdverbreide corruptie in het land. Een van hen richtte zich specifiek op illegale mijnbouw – een miljoenenbusiness, vaak gerund door een kongsi van criminelen en corrupte overheidsfunctionarissen. De derde publiceerde over de illegale praktijken van een deelstaat-parlementariër. Alle drie werden gedood door huurmoordenaars.

De moord op Karun Misra, die over illegale mijnbouw schreef, kostte 100 duizend roepies – zo’n 1.350 euro. Het kan zelfs goedkoper. In 2014 liet een fabriekseigenaar journalist Tarun Kumar Acharya uit de weg ruimen voor nog geen 700 euro, omdat hij had geschreven over kinderarbeid in zijn fabriek.

Misra en Acharya behoren tot de 38 verslaggevers die sinds 1992 in India werden gedood om hun werk. Daarnaast vonden nog eens 23 journalisten de dood onder verdachte omstandigheden, maar zonder duidelijke koppeling aan hun verslaggeving.

Straffeloosheid

Volgens mediawebsite The Hoot is ’s werelds grootste democratie zo gevaarlijk geworden voor journalisten door de straffeloosheid waarmee zij worden aangevallen. Snelle arrestaties zijn zeldzaam – en ook dan is het de vraag of het ooit tot veroordelingen zal komen. Cijfers van India’s National Crime Records Bureau tonen dat gemiddeld elke drie dagen een journalist wordt geïntimideerd of aangevallen, aldus RSF.

Van de journalisten die sinds 1992 werden gedood werkte slechts drie procent in de Indiase conflictregio’s. Maar juist daar is volgens mensenrechtenactivisten een regelrechte aanval op de persvrijheid gaande – door de democratische overheid.

In deelstaat Bastar zijn „nauwelijks nog journalisten die werken zonder angst”

De autoriteiten gaan het verst in de straatarme deelstaat Chhattisgarh – een van de gebieden in ‘de Rode Corridor’, waar al ruim dertig jaar gewapend verzet heerst tegen de grootschalige winning van ertsen en mineralen. De ultra-linkse rebellen staan bekend als ‘maoïsten’ of ‘Naxalieten’, en zijn volgens velen inmiddels behoorlijk corrupt. Maar de strijd – met hinderlagen over en weer, en de onderontwikkelde, tribale bevolking in het kruisvuur – woedt voort. Sinds 1999 vielen al zo’n 13.000 doden, van wie ruim de helft burgers. Bepaald mediavriendelijk zijn de maoïsten niet. Ze halen hun inkomsten onder meer uit ontvoeringen voor losgeld, en in 2013 vermoordden ze twee lokale verslaggevers die ze van spionage verdachten.

„Maar nu is het de politie voor wie de journalisten hier bang zijn. De lokale overheid valt de vrijheid van meningsuiting aan”, vertelt Isha Khandelwal (26). Zij helpt verdachten als mensenrechtenadvocaat voor de Jagdalpur Legal Aid Group in het gevaarlijkste district van Chhattisgar: Bastar. „Nergens zitten de gevangenissen zo vol als hier”, vertelt ze via een haperende telefoonverbinding. „Bijna alle zaken eindigen in vrijspraak – vorig jaar 96 procent – maar pas nadat je vier tot vijf jaar hebt vastgezeten.”

De afgelopen maanden werden vier lokale verslaggevers gearresteerd op grond van „vage of gefabriceerde aantijgingen”, aldus Khandelwal.

Massaal seksueel geweld

Eind maart stuurde de onafhankelijke journalistenorganisatie Editors Guild of India drie onderzoekers naar Bastar. „De regering van de deelstaat wil dat de media hun strijd met de maoïsten beschouwen als een strijd voor de natie (…) waarover geen vragen worden gesteld”, concludeerden zij. Volgens hen waren er „nauwelijks nog journalisten die hun werk doen zonder angst”. Volgens Amnesty International schreven de gearresteerde verslaggevers over mensenrechtenschendingen, niet alleen begaan door de maoïsten, maar ook door de veiligheidstroepen.

In februari besloot Malini Subramaniam, de enige journalist die in het Engels over de strijd berichtte, Bastar te ontvluchten. Ze schreef onder meer over „massaal seksueel geweld” van de veiligheidstroepen jegens de tribale bevolking. Ze werd belaagd door de Samajik Ekta Manch (SEM), een burgerwacht van radicale maoïstenhaters. „Ze gingen de buurt rond om iedereen te vertellen dat ik een handlanger was van de maoïsten.” Website news.com zegt een geluidsopname te bezitten waarop een „top-officier van de politie” uitlegt dat SEM een frontorganisatie is van de politie waarmee „buiten het zicht van de wet actie ondernomen kan worden tegen bepaalde individuen”.

Van de vier gearresteerde journalisten zit één al bijna een jaar vast. Een ander is inmiddels op borgtocht vrij. Isha Khandelwal: „De politie kan hier geen kritische journalisten gebruiken. Ze rapporteert steeds meer aanvallen door de maoïsten, maar zijn die echt? Wij hebben het gevoel dat de politie ze als dekmantel gebruikt om mensen te liquideren.”

    • Joeri Boom