‘Ik voelde me veilig bij Bowie’

Ivo van Hove, directeur van Toneelgroep Amsterdam, had vorig jaar een topjaar. Hij werd gevierd op West End en bracht drie voorstellingen naar Broadway. „Op cultureel vlak voel ik me een Nederlander.”

Foto’s Jan Versweyveld

Twee dagen na de uitreiking van de Tony Awards in New York zit Ivo van Hove in een Parijs’ café tegenover het Centre Pompidou. Omdat de acteurs van de Comédie-Française pas om 1 uur ’s middags beginnen met repeteren, heeft hij bij een kop koffie en een glas water de tijd voor een interview.

„Ik heb me nooit gerealiseerd hoe zeer die Tony’s leven in New York. Als je er één hebt ontvangen, krijg je op Broadway eerst live een interview met CBS, daarna loop je langs een paar restaurants en cafés naar het perscentrum met 150 journalisten. Iedereen feliciteert je. Dat gaat de hele nacht door als je alle feestjes moet aflopen met dat beeldje in je hand, tot aan de kelners bij het ontbijt in het hotel de volgende ochtend. De liefde voor theater in New York is ongekend. Het is een gemeenschap. Dat mis ik hier soms.”

Lang tijd om te genieten had hij niet. „Ik heb gisteravond het vliegtuig genomen, heb twee uurtjes in mijn hotel geslapen en ben toen het repetitielokaal ingestapt”, vertelt hij. Van Hove is in Parijs al drie weken aan het repeteren voor Les Damnés met de Comédie-Française, het oudste en meest prestigieuze Franse gezelschap, voor de openingsvoorstelling van het Festival van Avignon.

Dit is nu het leven van Ivo van Hove. De internationale hoogtepunten rijgen zich zo snel aaneen, dat hij nauwelijks tijd heeft erbij stil te staan. Nadat hij in 2015 voor zijn regie van A View from the Bridge van Arthur Miller op het Londense West End gevierd werd met twee Olivier Awards, bracht hij de voorstelling naar New York. Daar ontving hij zijn Tony’s voor, als eerste niet-Engelstalige Europese regisseur. Hij maakte ook Lazarus op verzoek van zijn idool David Bowie. Hij regisseerde sterren als Juliette Binoche in Antigone, dat bijna 100.000 bezoekers trok in acht landen, en Ben Whishaw en Saoirse Ronan in The Crucible, zijn tweede regie op Broadway. Toneelgroep Amsterdam, waar hij al vijftien jaar directeur is, trad op voor zalen wereldwijd met voorstellingen van onder andere Kings of war, Maria Stuart en Song from Far Away.

Ik wil dat overal ter wereld diepgaand over Toneelgroep Amsterdam wordt gesproken

Bij het praten over zijn successen valt op dat hij steeds over ‘wij’ spreekt. Met ‘wij’ bedoelt hij zichzelf en zijn levenspartner en scenograaf Jan Versweyveld. „Ik ben Jan en Jan is ik. Ik betrek hem vanaf het begin bij alles. Hij heeft erop aangedrongen dat we View from the Bridge gingen maken, ik zag dat eerst helemaal niet zitten. Samen voelen wij de missie dat heel unieke, urgente, persoonlijke toneel te maken.”

Versweyveld was ook genomineerd voor drie Tony’s voor scenografie en lichtontwerp, maar kreeg ze niet. „Jan is sterk. Maar als je genomineerd bent, dan wil je ook winnen. Van acteurs, hoe sterk ze ook zijn, weet ik dat ze zich rot voelen als ze de Louis of Theo d’Or niet hebben ontvangen. Dan doet een klein gesprekje of bericht wonderen. Ja, met Jan heb ik er ook over gepraat. Ik heb hem de volgende dag een knuffel gegeven, en een dag later nog één en de volgende dag weer één.”

De Amsterdam Prijs vindt hij daarom de mooiste prijs die hij vorig jaar heeft ontvangen, die ontvingen ze als duo. „Dat was een teken dat Amsterdam begrijpt dat wij het allemaal samen doen. Dat moet niemand vergeten.”

Ook het ereburgerschap van zijn geboortedorp Kwaadmechelen heeft hem veel gedaan. „In dat heel kleine dorpje, waar ik vroeger nobody was, kwamen de Vlaamse cultuurminister, de verantwoordelijke van de provincie en de burgemeester spreken. Ik heb nog gevraagd of ik naast de koning mocht hangen, maar dat vonden ze toch te ver gaan.”

Ivo van Hove achter de schermen met sterren tijdens de repetities in Amsterdam, Londen, Parijs en New York (interview gaat verder onder de slideshow):

    • Daan van Lent