‘Daar, twee Yumeji’s! Prachtig toch?’

Interview Elise Wessels Wessels toont haar Japanse prenten in het Rijksmuseum, dat binnen zeven jaar de eigenaar wordt. „De moderne drukken grepen me meteen.”

Nieuwsgierig beweegt Elise Wessels door de museumzalen waar een selectie uit haar collectie Japanse prenten wordt opgehangen. Ze is verrast door sommige combinaties. „Hier hangen er negen, maar het is een serie van honderd.” Verlegen maar gedecideerd vult zij aan: „En die heb ik compleet.” Haar gezicht licht op een paar van van haar meest dierbare houtsnedes. „Daar hangen twee Yumeji’s ! Prachtig toch?” Aan hem wijdde zij vorig jaar een expositie in haar privémuseum Nihon no hanga in Amsterdam.

Elise Wessels (1943) heeft besloten het grootste deel van haar tweeduizend stuks tellende collectie te schenken aan het Rijksmuseum, dat dit vandaag bekendmaakt. „Het is mooi dat de belangrijkste stukken in het Rijksprentenkabinet komen, dan blijven ze bij elkaar en ze zullen hier goed verzorgd worden.”

Verfijnde cultuur

Het Rijksmuseum bezit nu een collectie Japanse prenten uit vooral de 19de eeuw. Wessels verzamelde eigenzinnig en koos voor de moderne prentkunst gemaakt tussen voornamelijk 1900 en 1950, die een mooie aanvulling is op de museumcollectie. Haar liefde ervoor ontstond in de jaren tachtig, toen zij met haar toenmalige man jaarlijks naar Japan ging.

„De verfijnde cultuur maakte een immense indruk op me en ik zocht naar kunstvoorwerpen die een uiting daarvan zijn.” Wessels en haar man begonnen met 20ste eeuwse prentkunst van geisha’s en landschappen. In deze meer traditionele houtsnede heeft de uitgever de centrale rol, hij zoekt kunstenaars bij een bepaald thema, bijvoorbeeld Mount Fuji of een serie ‘Bijin ga’: mooie vrouwen. Soms bepaalde de kunstenaar alleen de kleuren in het traditionele ontwerp. Maar bij de Sosaku hanga, de creatieve prent die vanaf 1915 opkwam, houdt de kunstenaar het maakproces in eigen hand.

De verfijnde cultuur van Japan maakte meteen een immense indruk op mij

„Toen ik zulke houtsnedes voor het eerst zag, wist ik dat ik mijn verzamelgebied had gevonden.” Dit moderne genre werd vooral beoefend door Japanse schilders die in aanraking waren gekomen met het Westen of daar gereisd hadden. In Europa zagen zij hoe de individuele stijl van een kunstenaar waarde geeft aan een kunstwerk. „De prenten hebben daardoor een meer persoonlijke aanpak, soms rechtstreeks geïnspireerd door hun grote voorbeelden.” Wessels blijft staan voor een geabstraheerd portret van een meisje met Bretonse kap: „Hier zie je de directe invloed van Gauguin.”

Eline Wessels in het Rijksmuseum bij de tentoonstelling van haar collectie japanse prentenFoto roger cremers

Deze houtsnedes zijn in het westen nog nauwelijks bekend. De collectie van Wessels is de grootste op dit gebied buiten Japan. De prijzen lopen op tot tienduizenden euro’s. Veel van haar drukken tonen het moderne leven in Japans grote steden: straatbeelden met hoogbouw, auto’s, spoorwegen, fabrieken, dansende en cocktails drinkende Japanse vrouwen met moderne kapsels. Die modernisering werd versneld na de grote aardbeving van 1923, toen veel van het oude Japan verloren ging. Trots wijst Wessels naar een wand met het in de jaren twintig populaire damesblad Ladies’ Graphics, waarvan zij als één van de weinigen alle jaargangen bezit; op iedere cover prijkt een authentieke, moderne prent.

Vrouwelijke naakten

In haar collectie zitten ook traditioneel geproduceerde prenten, maar de klassieke thema’s zijn modern uitgewerkt. Ze wijst naar Tipsy van Kobayakawa Kiyoshi, dat een vrouw in twenties-jurk toont: „De mooie vrouw werd vervangen door de Mo ga, de ‘modern girl’ die rookte en een vrijer leven leidde.” Nieuw waren in de jaren twintig ook de vrouwelijke naakten, waarvan een zestal op de expositie hangt. „Het zijn geen erotische prenten”, waarschuwt Wessels. „Ze waren bedoeld als nieuwe kunstvorm. Aan de vollere lichamen zie je dat de kunstenaars keken naar westerse voorbeelden. Dat accepteerde de strenge censuur eerder dan blote meisjes uit eigen land.”

Na deze expositie gaan alle stukken terug naar Wessels’ privémuseum, waar zij nog ongeveer zes jaar lang twee keer per jaar een nieuwe expositie hoopt samen te stellen in overleg haar conservator. Hij zorgde ook voor de complete digitalisering, zodat alle houtsnedes voor studenten en onderzoekers toegankelijk zijn. Daarnaast stichtte ze in 2013 een fonds op naam bij het Rijksmuseum om daar de Japanse prentcollectie aan te vullen.

Een greep uit de collectie van Elise Wessels:

Wat beweegt Wessels? Ze hoeft niet lang na te denken: „Dertig jaar lang heb ik zo veel moeite gedaan om series compleet te maken en zeldzaam materiaal op te sporen. Omdat deze bijzondere prenten het waard zijn. En omdat ze nog heel veel mensen plezier kunnen geven.”