Opinie

    • Mei Li Vos

Bescherm die arme, eenzame internetgokker

Onlinegokkers kunnen ongezien afglijden in de waanzin van een verslaving. Verbieden helpt niet, meent Mei Li Vos. Reguleren wel.

Een verbod op onlinegokken werkt niet, het volledig vrijgeven van de ‘gokmarkt’ evenmin. Daarom moeten we het gokken reguleren. Op die manier kunnen we de gokbedrijven binden aan voorwaarden en zorgen we ervoor dat we verslaving zoveel mogelijk voorkomen. Gokken is geen onschuldig spel en die industrie niet een willekeurige economische sector die ongebreideld moet groeien.

Deze week behandelt de Kamer de wet Kansspelen op Afstand, in de volksmond onlinegokken. Ondanks het feit dat internet 20 jaar geleden onze huishoudens in kwam is gokken via internet nog steeds verboden. Niet dat het daarom niet gebeurt: schattingen over het aantal mensen dat via internet gokt lopen uiteen van 400.000 tot een miljoen. Maar omdat het nog illegaal is, is een nauwkeuriger getal niet te geven.

Gokken kan leiden tot een gokverslaving. Een die verwoestende gevolgen kan hebben. Het ontwricht je leven, je familie en je vriendenkring en kan je jarenlang in de schulden houden. Je kunt je dan ook afvragen of je onlinegokken moet willen legaliseren. Het vervelende is dat een verbod de problemen niet voorkomt. Mensen zullen blijven gokken, verbod of niet, en nu je het overal en altijd kunt doen via internet is een verbod niet te handhaven, tenzij we net als Noord-Korea ons internet aan alle kanten afsluiten. Alcohol kan ook slecht voor je zijn, maar met drooglegging hebben de Amerikanen slechte ervaringen.

Dat een verbod geen zin heeft betekent echter niet dat we de ‘gokmarkt’ maar moeten opengooien en liberaliseren. Gokken is geen normale markt en ook geen neutrale economische activiteit. Een gokspel aanbieden is minder onschuldig dan een worst of een fiets verkopen. Gokken is een economische activiteit die gebaseerd is op valse hoop en de financiële irrationaliteit van mensen. Uiteraard beleven mensen ook plezier aan een spel, maar dat spel kost wel geld, veel geld soms. De kans om rijk te worden van gokken of loterijen is even groot als de kans om getroffen te worden door de bliksem.

Dat de grenzen open moeten voor buitenlandse gokaanbieders omdat dat goed is voor de Europese markt vind ik, en vindt de PvdA dan ook flagrante onzin. De Europese markt moet goed zijn voor het welbevinden en welzijn van mensen, niet om een paar slimme gokbedrijven ruim baan te geven veel geld te verdienen aan mensen die vaak toch al niet veel hebben. Voor het argument dat de wet niet te streng moet zijn omdat het zich niet verhoudt tot de Europese marktgedachte ben ik ook niet gevoelig.

Met de nieuwe wet gaan we wat de PvdA betreft de ‘gokmarkt’ dan ook niet liberaliseren. We gaan het gokken reguleren. De aanbieders van gokspelletjes die nu ongereguleerd en ongelimiteerd vanuit het buitenland opereren, krijgen alleen een Nederlandse vergunning als ze zich aan onze regels houden over het spelaanbod, voldoen aan onze eisen over preventie, ze netjes belasting betalen en tevens geld storten in het verslavingsfonds voor de hulp aan gokverslaafden. En gokreclame mag alleen gaan over het feit dat er legaal en beschermd aanbod is, maar niet aanzetten tot gokken. De waarschuwingen die nu worden gegeven bij financiële producten in combinatie met scherp toezicht van de financiële toezichthouder hebben de wantoestanden in de financiële markt verminderd. Daarom moet ook op elke reclame-uiting van de gokbedrijven consequent een waarschuwing staan dat gokken je armer in plaats van rijker maakt.

Alternatief is nietsdoen en de huidige schemertoestand laten bestaan. Maar dan leg je je neer bij het feit dat honderdduizenden mensen ongeremd de kassen van de gokbedrijven spekken en niets ze tegenhoudt wanneer ze afglijden in de waanzin en verslaving waarin een gokspel je kan trekken. Dat is een bijzonder slechte keuze, met nog veel slechtere gevolgen. De gokmarkt moeten we temmen, en niet vrijgeven.

    • Mei Li Vos