Student schuwt inspraak

Na de Maagdenhuisbezetting Studenten eisten meer inspraak in het hoger onderwijs. Maar in werkelijkheid omhelzen zij medezeggenschap allerminst.

ORAS, de grootste partij in de studentenraad TU Delft. Foto Ernst de Groot / Haalbeeld Fotografie

Medezeggenschap zegt de studenten van hogeschool Avans niets. Bij verkiezingen deze zomer stemde slechts 2 procent van hen. Bedrijfskundestudent Martin Naafs werd oktober vorig jaar gekozen bij tussentijdse verkiezingen voor de medezeggenschapsraad. Hij kreeg 134 stemmen, de hoogste score – op een hogeschool met 28.000 studenten. Bij de volgende verkiezingen wil hij iPads in de gang waarop studenten meteen kunnen kiezen. Hij wil ook beter contact met hen.

NRC onderzocht bij de dertien universiteiten en vijftien hogescholen hoe het gesteld is met de zeggenschap. Sommige hogescholen moesten weken zoeken naar opkomstpercentages bij de jongste verkiezing van de centrale medezeggenschapsraad. Bij Stenden Hogeschool, een onderwijsconglomeraat in Noord-Nederland, waren de resultaten onvindbaar.

Avans en InHolland scoorden met 2 procent van de studenten de laagste opkomst. Maar ook andere hogescholen zien weinig opkomst als ze hun raden kiezen, meestal in mei of juni. Zo scoorde hogeschoolketen Fontys 4 procent, bij de Hogeschool van Amsterdam en de Limburgse Hogeschool Zuyd was de opkomst 8 procent. De Erasmus Universiteit Rotterdam en de NHTV hogeschool hielden helemaal geen verkiezingen, bij gebrek aan kandidaten. Dat gold ook voor de studenten van de Vrije Universiteit en die van de Has hogeschool en Hogeschool Leiden, en voor het personeel van De Haagse Hogeschool.

De opkomst in universiteiten is hoger dan in hogescholen. Tilburg University is een positieve uitschieter met 49 procent van de studenten. De meeste universiteiten trekken (veel) minder dan een derde van de kiesgerechtigden.

Na de bezetting van het Maagdenhuis van de Universiteit van Amsterdam vorig jaar en veel debat over inspraak is dat een teleurstellend resultaat. De studentenraad van de onrustige Universiteit van Amsterdam, die deze maand nog mede de raad van toezicht ten val bracht, is met 20 procent van de stemmen gekozen. Wat vindt de andere 80 procent?

„Het probleem is dat de achterban flinterdun is”, zei minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) onlangs bij de inspraakkoepel ISO, het Interstedelijk Studenten Overleg. Toch kreeg die medezeggenschap deze maand nog meer te vertellen, door de Wet versterking bestuurskracht.

Foto Khalid Amakran

Nijmeegse Universitaire Medezeggenschap. Foto Khalid Amakran

Winansa Blyer, student maatschappij en recht aan de Hogeschool Utrecht, is net verkozen in de hogeschoolraad. Slechts 8 procent van de studenten stemde. Ze hoopt volgend jaar de opkomst te bevorderen door de achterban persoonlijk te benaderen. Misschien ligt inspraak te ver van de student. „Medezeggenschap klinkt stom”, zegt ze. Aan ervaring ontbreekt het haar niet. Eerder zat ze in de faculteitsraad en in het bestuur van studievereniging Codex.

Werk achter de schermen

De paar honderd studenten die vorige week in ISO-verband bijeenkwamen in Utrecht, hebben meestal een mooie toekomst voor zich. Ze doen bestuurservaring op, studeren bestuurskunde, bedrijfskunde of rechten, zijn soms actief in een politieke partij. Ze bereiken doelen tijdens hun zittingsperiode. Toch weten maar weinig andere studenten hen te vinden. Waar ligt dat aan?

Nou, veel medezeggenschapswerk gebeurt achter de schermen, legt Lotfy Hassan uit, student lucht- en ruimtevaarttechniek in Delft, en lid van de Centrale Studentenraad. „Daar zal een student niet veel van merken.” Maar resultaten zijn er wel. Dankzij de inspraak is er bijvoorbeeld geen bindend studieadvies voor het tweede jaar ingevoerd, zegt Hassan, en worden masters beter afgestemd op de behoeften van bedrijven. Ook zijn er extra werkplekken voor studenten gekomen, nodig door de plotselinge populariteit van techniek. Zulke concrete resultaten versterken betrokkenheid; in Delft stemde in ieder geval 40 procent van de studenten. Daar worden de student-vertegenwoordigers ook vrijgesteld voor het bestuurswerk. Hassan krijgt er als vergoeding zo’n 400 euro per maand voor.

Dat de belangstelling voor medezeggenschap onder studenten overal in het land toch beperkt is, komt ook doordat ze andere manieren hebben om, veelal directer, invloed uit te oefenen. Ze kunnen worden gekozen in de opleidingscommissie van de faculteit, belangrijk voor hun studie. Colleges kunnen ze van een waarderingscijfer voorzien, waar docenten op worden afgerekend. Ze vullen enquêtes in over de instelling waar ze studeren – van grote invloed op de keuze van volgende generaties studenten. Universitaire bestuurders zijn er gevoelig voor. Tot twee keer toe kunnen studenten in beroep gaan tegen tentamenresultaten. En dan is er nog de weg naar de rechter. In het zelfde pand als de ISO zetelt het Landelijk Studenten Rechtsbureau. Honderden gevallen per jaar. Afgelopen jaar heeft dat bureau via een procedure schadevergoeding geregeld voor studenten gezondheidszorg die buiten hun schuld bij de Hogeschool Utrecht vertraging hadden opgelopen.

Foto Giovanni Torres

De facultaire studentenraad der rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam. Foto Giovanni Torres

Heel hoger onderwijs blijft achter

Hoewel personeel in het hoger onderwijs minder mogelijkheden heeft om invloed uit te oefenen dan studenten, is de opkomst van werknemers bij medezeggenschapsverkiezingen er flink hoger – bij hogescholen nog iets meer dan bij universiteiten. Vergeleken met andere organisaties blijft de opkomst wel achter. Bij tweederde van de bedrijven ligt de opkomst bij verkiezingen voor de ondernemingsraad boven 60 procent, van de gemeenteambtenaren stemt zelfs 70 procent. Dat blijkt uit onderzoeken van onder anderen medezeggenschapsspecialist Harry van den Tillaart, maker van de medezeggenschapsmonitor voor hoger onderwijs.

Van den Tillaart verklaart dat verschil in opkomst: leden van medezeggenschapsraden in het hoger onderwijs schatten hun invloed veel lager in dan die van bedrijven en gemeenten. Maar, zegt hij, reglementair is daar geen reden toe.

De nieuwe Wet versterking bestuurskracht biedt de medezeggenschap nu ook instemmingsrecht op hoofdlijnen van de begroting en deelname aan opleidings- en sollicitatiecommissies. Die grotere bevoegdheid zal, verwacht de ISO, de animo van studenten bij de verkiezingen bevorderen. Dat is afwachten; tot 1997 was de medezeggenschap ook veel ruimer, maar bleef de opkomst beperkt tot 35 procent.

Joop Schippers is een van de weinige hoogleraren die actief zijn in de medezeggenschap, in zijn geval als lid van de Utrechtse universiteitsraad. Deze arbeidseconoom wijt de geringe belangstelling hiervoor van wetenschappers aan de zware combinatie van onderzoek en onderwijs. „De werkdruk is hoog. In hun eigen functie is het al moeilijk al die bureaucratische klippen te omzeilen. Dan denken ze: ‘de baas kan me wat, ik regel mijn eigen dingen wel’. En er zijn ook veel mensen voor wie hun werk hun hobby is, en die vooral oog hebben voor hun experimenten en de mooie colleges die ze geven. De organisatie erachter laten ze graag over aan andere mensen.”

GrafiekMR

Geen prestige

Bij verkiezingen voor medezeggenschapsorganen schort het vaak aan de bekendheid van de kandidaten, vooral bij grote universiteiten. „Het aantal kandidaten voor de kieslijst is niet groot, de neiging tot campagnevoeren evenmin”, zegt Schippers. En het is geen prestigieus werk. „In het verleden kwamen er nogal eens carrière-querulanten op af – mensen die waren uitgekeken op hun werk –, en domineerden vakbonden de inspraak. In sommige universiteiten is dat nog steeds zo. En daar willen veel wetenschappers niets mee te maken hebben. Het lidmaatschap van vakbonden is niet bijster groot.”

Joop Schippers verklaart: „Mede met steun van de bonden werd de nieuwe flexwet ingevoerd. Nu moeten medewerkers zes maanden weg in plaats van drie als hun contract is afgelopen. Velen storen zich aan de magere cao’s en de traditionele kijk van bonden op arbeidsvoorwaarden.”

Foto Khalid Amakran

De studentenraad van de VUMC. Foto Khalid Amakran

Aan de hogere werkdruk op universiteiten kunnen de besturen weinig doen. De oorzaak daarvan ligt in Den Haag, zegt Joop Schippers. Dat wil niet zeggen dat de medezeggenschap geen invloed heeft. Hij praat mee over de langetermijnstrategie van de universiteit. Moet de universiteit zoveel mogelijk studenten toelaten of kan ze beter klein blijven? Moet het onderwijs nog internationaler, vaker in het Engels? Belangrijke kwesties.

Volgens Harry van den Tillaart kun je uit de lage opkomst bij verkiezingen niet zonder meer concluderen dat werknemers en studenten de medezeggenschapsraad niet belangrijk vinden. Maar ze staan niet te dringen voor een zetel. „Als redenen geven ze op: ‘te weinig tijd’, ‘geen kennis’, ‘wie ben ik om al mijn collega’s te kunnen vertegenwoordigen?’ Dat zijn goede argumenten. De bereidheid om op onderdelen mee te praten is veel groter.”

Dan is er de mogelijkheid dat een lage opkomst duidt op tevredenheid. De NHTV in Breda was vorig jaar volgens de Keuzegids voor het hoger onderwijs de beste grote hogeschool, en hield geen verkiezingen. Te weinig kandidaten. Voorzitter Menno de Vos van de algemene medezeggenschapsraad: „Wij zijn geen Universiteit van Amsterdam. Er worden hier geen opleidingen opgeheven. De discussies worden bij ons minder interessant gevonden.” Hoogleraar Schippers: „Studenten zijn vooral met hun studie en carrière bezig. In de studenten-enquête zie je dat Nederlandse studenten grosso modo heel tevreden zijn over het onderwijs. De koffie kan misschien beter, maar over het algemeen vinden ze dat het goed is geregeld.”

Rectificatie 23 juni, 14.30 uur: In tegenstelling tot vermeld in dit artikel zijn er aan de Erasmus universiteit van Rotterdam gedeeltelijke verkiezingen voor de universiteitsraad gehouden. Bij vier van de zeven faculteiten waren er genoeg student-kandidaten voor verkiezingen met een gemiddelde opkomst van 12 procent. In één faculteit waren er vorig jaar genoeg personeelskandidaten om te stemmen met een opkomst van 43 procent.

    • Maarten Huygen