Stoffelijke resten vliegramp Smolensk worden opgegraven

Bij de vliegramp in 2010 kwamen 96 inzittenden om het leven, voornamelijk hooggeplaatste Poolse regeringsfunctionarissen.

Foto AP / Sergey Ponomarev

De stoffelijke resten van alle slachtoffers van de vliegramp bij het Russische Smolensk in 2010 worden opgegraven voor een nieuw onderzoek naar de toedracht van het ongeluk. Dat hebben Poolse aanklagers dinsdag verklaard.

Bij de vliegramp kwamen 96 inzittenden om het leven, voornamelijk hooggeplaatste regeringsfunctionarissen. Een van hen was president Lech Kaczynski – tweelingbroer van Jaroslaw Kaczynski, leider van de huidige nationaal-conservatieve regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS). De inzittenden waren op weg naar Smolensk om de moord te herdenken op een groot aantal Polen in 1940.

Een eerder onderzoek naar de ramp, uitgevoerd tijdens de ambtsperiode van voormalig premier en huidig voorzitter van de Europese Raad Donald Tusk, legde de oorzaak bij menselijke fouten en de zeer slechte weersomstandigheden waarin het vliegtuig moest landen. Leden van PiS hebben die conclusies nooit aanvaard. Zij geloven dat er sprake was van een complot. Kaczynski beschuldigde Tusks regering van nalatigheid en verantwoordelijkheid.

Bij de officiële opening van een nieuw onderzoek naar de ramp dit jaar, sprak PiS-defensieminister Antoni Macierewicz zijn overtuiging uit dat het vliegtuig ‘desintegreerde’ in de lucht. Dat was een verwijzing naar de binnen PiS populaire theorie dat een explosie aan de basis lag van de ramp. Nu het kabinet de posten van hoofdaanklager en minister van Justitie heeft samengevoegd, heeft de partij het nieuwe onderzoek stevig in de hand.

De beslissing van de regering herinnert aan een pijnlijke episode uit 2012. Toen moesten de Poolse autoriteiten noodgedwongen verschillende slachtoffers die verkeerd geïdentificeerd bleken te zijn, opnieuw opgraven.

    • Roeland Termote