Pssst. Paginaatje kopen?

Op internet is een levendige handel ontstaan in Facebook–, Twitter– en Instagramaccounts. Jonge jongens verdienen snel veel geld met het opkopen en verkopen van pagina’s.

Hij is niet het type dat zomaar een Rolex zou kopen. Maar deze zestienjarige jongen zou het wel kunnen, met het geld dat hij heeft gespaard.

Geld dat hij heeft verdiend met de verkoop van social media-accounts – voornamelijk Facebookpagina’s. Hij is ook gewoon een doorsnee tiener: MBO-opleiding, stage, voetbalfan, fanatiek gamer. Hij wil alleen over zijn werk vertellen als we zijn echte naam niet noemen. De vraag is namelijk: mag het wel, wat hij en zijn collega’s doen?

We noemen hem Tommy, omdat hij sinds hij goed verdient graag kleren van Tommy Hilfiger draagt.

Op sociale media bestaat een levendige handel in pagina’s. Voor dit artikel spraken we vijf mensen die hun salaris verdienen of aanvullen met de verkoop van Facebook–, Instagram–, en Twitteraccounts. Hoe groot de markt is en hoeveel handelaren er zijn, weet niemand precies. Maar vraag het een grote pagina zoals ‘Taalvoutjes’ (435.000 likes), ‘Jezus wat slecht’ (205.000) of ‘Slechte grappen’ (650.000) en allemaal hebben ze al eens een bod gehad. Meestal van „jonge jongens”, constateert ook Vellah Bogle, beheerder van Taalvoutjes. Een van hen, ze heeft het bericht niet bewaard dus weet niet meer hoe hij heet, bood 5.000 euro. Ze was niet geïnteresseerd. „Als je de pagina wil overnemen, moet je zelf ook aardig kunnen spellen”, schreven ze terug.

Sjors Goemans van online marketingbureau Like4you schat dat er ongeveer honderd handelaren actief zijn. Sinds kort is hij zelf ook op jacht naar aantrekkelijke pagina’s. Waarom zou je een Facebookpagina van iemand kopen? „Je kunt er op verschillende manieren geld of aandacht mee verdienen”, zegt Goemans. Fictief voorbeeld: een soepfabrikant koopt een receptenpagina over en promoot daar zijn eigen product. Of: een internetondernemer schaft een goedlopende jongerenpagina aan en plaatst daar linkjes op naar een website die hij vol heeft gebouwd met advertenties.

Hoe meer mensen je via een Facebookpagina naar je website sluist, hoe groter de kans dat ze op een advertentie klikken. Iedere klik is geld waard.

Jongens als Tommy zijn de dealers. Vergelijk ze met een autohandelaar die de provincie afstruint naar ‘boodschappenwagentjes’ die amper zijn gebruikt, pareltjes die veel geld opleveren. Ze jagen op pagina’s van mensen die niet weten wat ze in handen hebben en verkopen door aan marketingbureaus of andere bedrijven. Tommy: „Jongeren van een jaar of veertien verkopen hun pagina voor honderd euro. Voor hen is dat veel geld, maar ik kan er veel meer voor krijgen.”

Sitedeals is hun marktplaats. Hier vinden kopers en verkopers elkaar. Vorige week werden er zeker vijftien nieuwe pagina’s aangeboden. Accounts zoals ‘mijnwoef’, ‘leerkrachtplagen’ en pagina’s ‘volledig gericht op voetbal’ worden aangeprezen om hun ‘organische likes’ - likes van ‘echte’ mensen - of om hun specifieke doelgroep. Prijzen lopen uiteen van tientjes tot ruim duizend euro. Niemand weet wat volgens de dealers wat een pagina precies waard is. „Laatst vroeg iemand 65.000 euro voor een pagina”, zegt Sjors Goemans. „Een bedrag dat niemand volgens mij zou betalen, maar het is wat de gek ervoor geeft.”

Een tijd lang was het onder bedrijven mode om likes of volgers te kopen. Hoe groter je aanhang, hoe populairder je bent. Meestal werden die likes door een soort „robotjes” gegenereerd, zegt Goemans. „Die robot maakte profielen aan van fictieve mensen, die een account vervolgens gingen liken of volgen.” Maar die niet bestaande volgers klikken niet op linkjes en kopen geen soep. Daar valt niets aan te verdienen.

Tien uur per week handelen

Tommy kocht zijn eerste Facebookpagina op zijn dertiende. Inmiddels besteedt hij minstens tien uur per week aan zijn handel. Zijn vrienden zijn vakkenvullers of wassen vrachtwagens. „Die zijn onder de indruk van het geld dat binnenkomt”, zegt hij. „Sommige collega’s doen gekke dingen. Hebben ze tweeduizend euro contant op zak om te laten zien. Gaan ze naar een club en bestellen ze flessen drank.” Tommy smijt niet met geld, maar is wel verslingerd geraakt aan kleren van Hilfiger.

Hij heeft alleen tijd voor een telefonisch interview. Deze zaterdag heeft hij ’s ochtends een afspraak met een klant voor wie hij een website gaat bouwen en daarna een „netwerkevent” van een marketingbureau. Zijn ouders noemen hem „sociaal en competitief”. Al vanaf zijn tiende wilde hij de ICT in, en stond hij hoog in de ranglijsten van online typwedstrijden. Hoe zijn handeltje er precies uitziet, weten zijn ouders niet. Zijn vader: „Wij snappen Facebook niet.”

Facebook is helder over dit soort praktijken: „Het mag niet en als we erachter komen dat dit gebeurt, dan treden we op door de pagina te verwijderen”, mailt een woordvoerder. Zij weet niet hoe vaak verkopen gebeurt. Maar handelaren hebben niet de indruk dat Facebook streng is. Tommy: „In mijn ogen is dit niet spannend. Ik heb ze nog nooit gesproken, nog nooit iets gehoord. Het is voor Facebook niet te overzien.”

Het web afspeuren

Maar er zijn meer manieren om geld te verdienen. Neem de theaterstudent van „bijna achttien” uit Gelderland. Hij rolde anderhalf jaar geleden in de markt. Anders dan Tommy richt hij zich minder op de snelle handel. Deze jongen koopt pagina’s om ze groot te maken en geld te verdienen met advertenties.

Zo tikte hij eind vorig jaar voor tweehonderd euro een „K3-gerelateerde pagina” op de kop, met achttienduizend fans. Hij doopte die De Vrouwenpagina – een pagina met ‘alles wat interessant is voor vrouwen!’ Nu speurt de theaterstudent hele zondagen het web af naar posts die vrouwen leuk vinden. Spreuktegels doen het goed: ‘Sorry bikini, maar wijn en chocola hebben dit jaar gewonnen’. Net als een artikel met oefeningen „om van je onderkin af te komen”, of een filmpje over de perfecte BH zonder bandjes. Inmiddels heeft hij het bereik al naar bijna 50.000 fans opgekrikt.

De student verdient gemiddeld 450 euro per maand. Het meeste komt binnen via de kliks op advertenties op de achterliggende website. Maar ook de verhuur van zijn pagina is lucratief. Zo leende hij zijn Vrouwenpagina vorige maand twee weken aan een ander bedrijf. Voor iedere link ontving hij 17,50 euro. En bij een goed bod – „1.500 euro” - doet hij pagina’s als De Vrouwenpagina van de hand.

Zo verdiende hij onlangs 1.100 euro voor twee pagina’s die hij in een „pakket” verkocht: samen goed voor ruim 70.000 likes. Tommy’s beste deal was de verkoop van een ‘like- en winpagina’ voor 2.500 euro. Wie kans wil maken op een prijs vult op de webpagina waarnaar wordt gelinkt zijn gegevens in. Die persoonlijke gegevens zijn voor bedrijven veel geld waard.

Pagina’s met een aanhang van vrouwen boven de 25 jaar zijn volgens de dealers erg gewild. De theaterstudent: „Zij klikken snel op artikelen, ze zijn gevoelig voor clickbait (aanlokkelijke internetkoppen waar je snel op klikt, red.)” Veel meer dan mannen van die leeftijd, beaamt Tommy. „Die zijn heel passief.” Vrouwen van een jaar of vijftig kun je net zo goed niet benaderen, die doen hun pagina bijna nooit weg. „Voor hen is het hun leven.” Ook „schone pagina’s”, waar nog nooit links naar advertenties op zijn geplaatst, zijn waardevol. Tommy: „Fans klikken sneller op advertenties als ze er niet eerder mee geconfronteerd zijn.”

Welke pagina’s het goed doen is aan mode onderhevig. Twee jaar geleden – na de ‘minder, minder, minder’-uitspraak van Geert Wilders - waren PVV-pagina’s een hype. Tommy heeft er een paar verkocht. Nu zijn die minder in trek, Facebook heeft er een aantal verwijderd vanwege racistische uitlatingen. Tommy: „Een halfjaartje voordat Sinterklaas eraan komt, ga ik weer naar pro-pieten-sites kijken.”

Dealen gebeurt, net als op Marktplaats, op basis van vertrouwen. Wie een pagina verkoopt, geeft zijn rekeningnummer en voegt de koper als beheerder aan de pagina toe. Volgens de regels van Facebook heeft de oorspronkelijke beheerder nog een aantal dagen toegang tot de pagina. Wat hem ook macht geeft. Facebook heeft geen infrastructuur voor dit soort praktijken. Het is immers verboden.

De toekomst ziet er rooskleurig uit, vinden de handelaars. Ze verwachten niet dat Facebook zal ingrijpen en hebben een stabiele klantenkring. „De markt zit nu dicht”, zegt Tommy. Er is geen ruimte voor meer handelaars, bedoelt hij. „Of je moet de hoofdprijs betalen.”

    • Kim Bos
    • Lineke Nieber Illustraties Aron Vellekoop León