Oudjes redden de aarde

Independence Day: Resurgence overtroeft deze zomer zijn concurrenten. Onze soort overleeft in de galactische jungle met dank aan de vijftigplussers.

Het heroïsche ‘We will not go quietly into the night’ klinkt opnieuw in het vervolg op Independence Day, Hollywoods grootste hit van 1996. De woorden waren toen van president Whitmore (Bill Pullman), maar voelen anno 2016 bijna Trump-esk aan.

De opzwepende strofe stak indertijd de door een alien-aanval zwaar getroffen wereldbevolking een hart onder de riem. Whitmores woorden, die in een flashback voorbij flitsen, bereiden de kijkers van Independence Day: Resurgence ook voor op de vele verwijzingen naar het origineel, inclusief een portret van piloot Will Smith in het Witte Huis – zijn stiefzoon Dylan neemt hier de fakkel over. Handig, want hoe zat het ook alweer? En het heeft een functie: wat oud is, blijkt zeker nog niet afgeschreven.

Independence Day: Resurgence overtroeft deze zomer zijn concurrenten, met name de fletse superheldenfilms van Marvel en DC Comics. Op alle fronten is de film van veteraan Roland Emmerich (1955) superieur: met zijn relativerende humor, opzwepende actie en verhaal dat zowaar te volgen is. En dat in precies twee uur in plaats van de inmiddels gebruikelijke tweeënhalf.

De meeste blockbusters zijn popcornvermaak dat je na afloop snel bent vergeten. Over Independence Day: Resurgence kun je een tijdje napraten. Als dit soort films de culturele barometer van hun tijd zijn, dan biedt Emmerichs sf-fabel een boeiend inkijkje naar waar we staan. Een Chinese heldin bedient de snel groeiende Chinese filmmarkt en pas naadloos in een regenboogcoalitie onder aanvoering van een briljante Joodse intellectueel. De president is een vrouw, al zal zij de wereld niet redden.

Tegelijk wordt ook de patriarchale orde in stand gehouden, getuige het bombastische militair machtsvertoon in de strijd tegen het buitenaardse bijenmatriarchaat, die een triomfantelijke apotheose vindt in een symbolische anale penetratie van de bijenkoningin. Maar het meest fascinerend is de superioriteit van de ouderdom. Net als in The Martian (2015) wordt een beroep gedaan op nog prima functionerende analoge apparatuur uit 1996 en zijn de oudgedienden Bill Pullman, Jeff Goldblum, Brent Spiner en Judd Hirsch, ieder met een steekje los, veel nuttiger en charismatischer dan de bleue jonge piloten van 2016, met de karakterloze Liam Hemsworth als sneu dieptepunt. Maar ook dat hoort bij rampenfilms, waar samenhorigheid tussen generaties, rassen en seksen redding brengt. Zo overleeft ons soort ook in de galactische jungle. Hulde aan de vijftigplusser, op naar deel drie!

    • André Waardenburg