Op papier heeft personeel heeft nu ook wat te zeggen in failliet bedrijf

Faillissementen Door een wetswijziging moeten werknemers een stem krijgen in een faillissement. Curatoren denken niet dat het werkt.

Garnalenpeller Heiploeg ging in 2014 failliet en maakte direct een doorstart Foto Jacob van Essen / ANP

Een faillissement blijft hoe dan ook onfortuinlijk voor de werknemers: hun baan staat op het spel. Maar voortaan mogen ze wel meepraten als het bedrijf waar ze werken failliet gaat en een doorstart maakt.

Betrokkenheid van werknemers bij een doorstart is in elk geval de bedoeling van de wijziging van de faillissementswet waar de Tweede Kamer dinsdag mee heeft ingestemd. Curatoren betwijfelen echter of deze wetswijziging de positie van het personeel in de praktijk werkelijk beter maakt.

‘Stil’ faillissement

De positie van werknemers in faillissementen ligt gevoelig, zeker sinds de introductie van de ‘pre-pack’. Dat is een relatief nieuwe faillissementsvorm waarin zowel het faillissement als de doorstart vooraf zorgvuldig én in stilte worden voorbereid. Onder meer garnalenbedrijf Heiploeg en lingeriemerk Marlies Dekkers maakten op deze manier een doorstart.

Met een pre-pack is het wel héél makkelijk om goedkoop van personeel af te komen, luidt de kritiek. Al helemaal als de eigenaar van het failliete bedrijf vervolgens ook de doorstart maakt. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2014 bij kinderopvangbedrijf Estro.

De positie van werknemers in een pre-pack willen Tweede Kamerleden Jeroen Recourt en Grace Tanamal verbeteren. De wetswijziging die zij hebben voorgesteld schrijft voor dat de Ondernemingsraad „bij de voorbereiding van het dreigende faillissement wordt betrokken”. Dat betekent concreet dat de ‘beoogd curator’ vóór het faillissement is uitgesproken, moet praten met het personeel over hun „inzichten en belangen”, zegt Recourt.

Invloed op doorstart

Ook kunnen werknemers door de wetswijziging iets te vertellen krijgen ná het faillissement: ze krijgen standaard een plek in de ‘crediteurencommissie’, die de curator adviseert over de afwikkeling van het faillissement. In die positie kunnen werknemers volgens Recourt bijvoorbeeld invloed hebben op welke partij een doorstart gaat uitvoeren – en er zo misschien wel voor zorgen dat dat iemand is die het beste met hen voorheeft.

Maar curatoren wijzen erop dat deze wetswijziging niets verandert aan hun hoofdtaak: de hoogste opbrengst realiseren voor de schuldeisers. Ze mogen maatschappelijke belangen als behoud van werkgelegenheid ook laten meewegen, maar als dat botst met de belangen van de schuldeisers, moeten curatoren die laatste voor laten gaan.

Zo heeft curator Toni van Hees vanuit het perspectief van de ondernemers „geen optimale deal gesloten” over de verkoop van de failliete sportwinkelketen Perry Sport. Met de doorstartende partij, JD Sports, heeft hij geen afspraken gemaakt over arbeidsvoorwaarden, vertelt hij. „Die wilde het bedrijf zelf vaststellen. Als we het daarin hadden beperkt, zou dat consequenties hebben gehad voor de prijs.”

Het idee om werknemers een grotere rol te geven in een faillissement is „sympathiek”, vindt Robert van Galen, voorzitter van specialistenvereniging Insolad, waarvan alle curatoren lid zijn. Maar hij denkt niet dat deze wetswijziging leidt tot behoud van meer werkgelegenheid.

    • Teri van der Heijden