Zoektocht naar identiteit ‘containerbaby’ voortgezet met dna-verwantschapsonderzoek

Het Openbaar Ministerie heeft het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) opdracht gegeven een dna-verwantschapsonderzoek te doen met het dna van de zogenoemde ‘containerbaby’. Daarbij wordt in een dna-databank voor strafzaken gezocht naar biologische verwanten van het kindje dat in 2014 werd gevonden in een vuilcontainer in Amsterdam.

Het OM nam dit besluit nadat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een verzoek om het materiaal van hielprikkaarten ter beschikking te stellen, had afgewezen. Baby’s krijgen zo’n prikje enkele dagen na de geboorte, om onderzocht te worden op een aantal ziektes. De gevonden baby had een wondje op haar hiel.

Het OM had het dna van de ‘containerbaby’ willen laten vergelijken met dna-profielen op hielprikkaarten die bij het RIVM worden bewaard en een databank van het Rijksvaccinatieprogramma. Het Nederlandse overheidsinstituut had dat geweigerd, omdat het medisch beroepsgeheim zo geschonden zou worden. Een woordvoerder van het RIVM licht toe: „Wie de gegevens – geslacht, ze kreeg een hielprikje maar geen vaccinaties – naast elkaar legt komt vermoedelijk tot een groep van honderden kinderen. We willen daar niet het medisch beroepsgeheim voor schenden, zonder dat bijvoorbeeld een rechter ons dat opdraagt.”

Het meisje was tussen de tien en twintig dagen oud, toen ze gevonden werd in Amsterdam-West. Een passant had zachtjes gehuil gehoord en de politie gewaarschuwd. Een politiewoordvoerder zei destijds tegen Het Parool: „ Het was de bedoeling dat we haar niet meer zouden vinden. Dat is heel ernstig.” Het meisje woont nu in een pleeggezin en is gezond.

Een woordvoerder van het OM noemt het dna-verwantschapsonderzoek de „laatste strohalm”. „De kans is niet groot dat we hiermee haar ouders vinden, omdat iemand in haar directe omgeving verdachte moet zijn geweest in een strafzaak”, zegt een woordvoerder. (NRC)